Column
Naar reacties
7 november 2011, Willem Buunk

Op de kaart

Door: Willem Buunk

Een nieuwe Rijksnota voor de ruimtelijke ordening, of Structuurvisie zoals het tegenwoordig heet, wordt traditiegetrouw reikhalzend tegemoetgezien in de vakwereld. De visie van het Rijk op de toekomstige ontwikkeling van het land is immers beladen met de belofte van aandacht, proefprojecten en bovenal, zo is de hoop - geld. De grote vraag in ‘s lands gemeentehuizen, stadhuizen en provinciehuizen is dan ook: staan we goed op de kaart?

Maanden van consultatie in landsdelig overleg, rondgaande stukken concepttekst en geruchten gingen er aan vooraf. Ideeën zijn gelanceerd, stellingnamebrieven verstuurd en anderszins gelobbyd. Ook citymarketing is in stelling gebracht, de gemeente/stad/provincie moet goed op de kaart staan in de metropoolregio [vul in grote stad] of corridor [vul in naar eigen inzicht].

Met een kabinet dat het Ministerie van VROM heeft opgeheven en de ruimtelijke ordening wil decentraliseren, moet voor velen de onzekerheid over de inhoud van het plan welhaast ondraaglijk zijn geweest. De bleek terecht. De Structuurvisie Mobiliteit en Ruimte bevat keuzes die sterk afwijken van wat vorige kabinetten nog in negen (!) afzonderlijke nota’s en structuurvisies hadden vastgelegd. De ruimtelijke planning is voor de rijksoverheid niet langer een instrument voor een integrale rijksbemoeienis met de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland.

Politieke visie
De illusie van de stuurbaarheid van het ruimtelijk patroon dat de bewoners van Nederland dagelijks borduren, was al enige tijd aan erosie onderhevig. Zelfs in sociaal-democratische kring is het geloof in integrale ruimtelijke planning tanende. De formulering van een nieuwe Structuurvisie moet voor een kabinet van christen-democraten en liberalen een lastig dilemma hebben gevormd. Voor christen-democraten is de ruimtelijke ordening een kwestie van goed rentmeesterschap door provincies in een gedeelde verantwoordelijkheid met het maatschappelijk middenveld. Dat staat op gespannen voet met de nationale planvorming van de ruimtelijke ontwikkeling. In liberale kringen wordt de ruimtelijke ordening vooral gezien als een taak voor gemeenten, met ruimte voor privaat initiatief, waarbij de liberalen ten principale een stevig wantrouwen koesteren tegen een planmatige sturing van de samenleving.

Het kabinet heeft deze politieke spagaat opgelost door een plan op te stellen waarin het vooral aangeeft op welke ruimtelijke ontwikkelingen het Rijk voortaan geen visie meer op moet willen hebben. Slim. Het kabinet vindt ingrijpen in de ruimtelijke ontwikkeling alleen gerechtvaardigd als het gaat om de nationale belangen van het concurrentievermogen en de bereikbaarheid. Daarmee is de ruimtelijke planning op rijksniveau teruggebracht tot haar kerntaak: een politieke visie voor politieke keuzes. Lees verder >>

Voor een pdf van de publicatie: Op de kaart
Voor het downloaden van bovenstaande publicatie dient u het eerst op te slaan.