Artikel
Samenwonen

Alles is veranderd behalve onze woonwijken

Door Floris Alkemade

7 mrt 2017 - Veranderingen in de zorg, demografische ontwikkelingen en een andere kijk op gezondheid hebben geleid tot nieuwe ruimtelijke opgaven in de woonwijken. Dit vraagt om radicale oplossingen. Een stad die goed is ingericht voor senioren en kwetsbaren, is een goede stad voor iedereen, vindt Rijksbouwmeester Floris Alkemade. Met een prijsvraag wil hij dat stimuleren.

Nederland kent een traditie waarin volkshuisvesting altijd direct te maken heeft met welzijn en volksgezondheid. De stadssingels zijn bijvoorbeeld aangelegd als gezondheidsmaatregel tegen cholera. En de Woningwet was een directe reactie op de gezondheidscondities in de verkrottende binnensteden.

Veel is gebouwd tijdens de wederopbouw. In deze na-oorlogse wijken en gebouwen is uitgegaan van de maatschappijvisie van die tijd: grote gezinnen, een welvaartsstaat, het idee van een maakbare maatschappij, en een heel sterke voorzieningenstructuur dankzij de verzorgingsstaat.

Sinds die wederopbouw hebben we echter een groot aantal maatschappelijke veranderingen doorgemaakt. De productiemaatschappij werd een consumptiemaatschappij. We kregen te maken met digitalisering, die op haar beurt globalisering bracht. Dit heeft effect op hoe we wonen en wat voor woningen en wijken we nodig hebben.

Een totaal andere maatschappij is ontstaan

Op allerlei terreinen zien we vandaag dat we zaken anders moeten aanpakken. We wonen in een welvarend land, maar er zijn woonwijken waar de levensverwachting een flink aantal jaren onder het gemiddelde liggen. Zeker als je kijkt naar het aantal gezonde levensjaren. Dat is iets waar we ons als ontwerpwereld en als zorgwereld over moeten buigen.

Net als over de vereenzaming die in onze woonwijken optreedt. Ook hier zijn vanzelfsprekendheden weggevallen zoals sterke familiebanden en het verenigingsleven. Onze woonwijken zijn monoculturen geworden waarin veel mensen moeite hebben sociale verbanden aan te gaan. Dat heeft niet alleen te maken met de steeds groter wordende groep ouderen, maar ook met de inrichting van onze maatschappij en gebouwde omgeving. Een totaal andere maatschappij is ontstaan, met andere vragen, andere noodzaken en andere urgenties.

Transformeren van de wijken die er zijn

Hoe passen we dat aan? De vorige generatie ontwerpers hield zich bezig met het uitbreiden van de steden. Nu is het tijd om na te denken over de transformatie van wat we hebben. Dat is een andere manier van denken, andere manier van kijken. Maar ook een manier van werken die interessant is, want je gaat niet uit van een blanco vel. Tegelijkertijd is het mijn ambitie om de traditie waarbij ontwerpers zich bezig houden met maatschappelijke vraagstukken te herstellen.

De zorg is een urgente vraag om in deze traditie op te pakken. Daar tekent zich de noodzaak van het veranderen af. Het is een groot thema, maar dat betekent niet dat we abstract moeten zijn. Het is zaak om concrete oplossingen te bedenken, want volkshuisvesting en ruimtelijke ordening vraagt altijd om maatwerk.

Vandaar dat we heel blij zijn dat we voor de ontwerpprijsvraag WHO CARES vier steden bereid hebben gevonden om een samenwerking aan te gaan: Almere, Groningen, Rotterdam en Sittard-Geleen. Voor dit project hebben ontwerpers dus te maken met concrete wijken die om realiseerbare oplossingen vragen. Realiseerbaar wil niet zeggen dat je niet vergezichten mag ontwikkelen. Dat is juist weer nadrukkelijk wel de bedoeling. Wat we zoeken is een mix van hooggestemde idealen en realiseerbare oplossingen.

Een  zorginstituut in de stad en herwaardering voor hofjes

Er zijn drie specifieke thema’s waar antwoord op moet komen: Hoe verlenen we zorg, welke vormen van samenwonen passen bij deze tijd, en hoe willen we dat onze openbare ruimte eruit gaat zien? Een mooi voorbeeld van een ontwerp dat antwoord geeft op hoe we goede zorg kunnen verlenen is het hospice Xenia in Leiden (winnaar van de Gouden Piramide). Xenia is een instituut midden in de binnenstad dat jongeren opvangt met een levensbedreigende ziekte. Goed voor de stad en voor de opvang.

Maar ook kan er nagedacht worden over andere manieren van samenwonen. Heel veel mensen hechten – uiteraard - veel aan hun privacy. Maar bepaalde vormen van samenwonen, waarin een aantal gemeenschappelijke ruimtes en functies worden gedeeld, bieden veel mogelijkheden. Het hofje dat we al vanuit de middeleeuwen kennen, is altijd een van de bouwtypologieën geweest die daar perfect op aansluit. Dat kunnen we opnieuw interpreteren.

Andere mogelijkheden gaan over hoe we omgaan met onze gedeelde ruimtes. Het kan bij de meest minimale inrichtingsdetails al fout gaan. Bejaarde mensen die op weg naar het winkelcentrum een te hoge stoeprand tegenkomen, kunnen al besluiten voortaan binnen te blijven. En de flauwekul dat we alles voor stilstaande auto’s inrichten? Daar moeten we het ook eens over hebben.

Repair with gold

Hoe kunnen we met meer trots, met meer waardigheid, meer zorgvuldigheid over onze openbare ruimtes nadenken? Ik nodig iedereen uit om betere oplossingen te bedenken. Dat mag best radicaal zijn. Wat niet wil zeggen dat overal de sloopkogel doorheen moet. Alhoewel dat soms een oplossing is.

De opdracht om de wijken te transformeren kan gezien worden in het licht van één metafoor. Het is een Japanse techniek om gebroken keramiek te repareren, maar onzichtbaar door juist de reparatie als een eigen kwaliteit in te zetten. ‘Repair with gold’. Toevoegingen die een kwaliteitsverbetering teweeg brengen zonder dat je die hele wijk wegveegt. Dat is wat wij van ontwerpers verwachten als zij met die woonwijken aan de slag gaan.


Floris Alkemade is sinds 1 september 2015 Rijksbouwmeester. Hij is architect, stedenbouwer en directeur van FAA Floris Alkemade Architect. Hij sinds 2004 gastprofessor aan de universiteit van Gent en sinds oktober 2014 lector Architectuur aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam. In zijn functie van Rijksbouwmeester wil hij met het initiëren van prijsvragen ontwerpkracht en innovatie mobiliseren voor maatschappelijke opgaven.

Ontwerpprijsvraag WHO CARES

Bovenstaand artikel is een verkorte versie van de inleiding die Rijksbouwmeester Floris Alkemade uitsprak bij de kick off van de prijsvraag WHO CARES, een ontwerpprijsvraag voor nieuwe vormen van wonen, zorg en ondersteuning. Met de prijsvraag WHO CARES wil Alkemade ontwerpkracht activeren en ideeën ophalen om de wijken beter in te richten voor ouderen. De hele speech en meer over de prijsvraag is te vinden op de website van WHO CARES.

De ontwerpprijsvraag WHO CARES is een initiatief van de Rijksbouwmeester in samenwerking met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Stichting Humanitas, de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, de gemeenten Almere, Groningen, Rotterdam en Sittard-Geleen en de provincie Limburg.

Auteur:

Floris Alkemade
Floris Alkemade

Rijksbouwmeester

Recente artikelen