9 april 2026
5 minuten
Opinie In de Nederlandse gemeenten wordt op dit moment volop onderhandeld over de vorming van nieuwe coalities en – in het verlengde daarvan – over de beleidsmatige prioriteiten voor de komende jaren. Vanuit het gedachtengoed van het initiatief ‘Wij Maken Nederland’ doen Cees-Jan Pen en de zijnen de onderhandelaars deze suggestie aan de hand: omarm lokale initiatieven en schrijf op basis daarvan een sterk en gebiedseigen narratief voor de komende vier jaar – en verder.
De thema’s woningbouw en de strijd om de ruimte speelden een grote rol bij de recente gemeenteraadsverkiezingen. In de 342 gemeenten gaan partijen nu aan de slag met de coalitievorming. Een cruciaal moment, ook in ruimtelijk opzicht. Den Haag wil wel weer de regie pakken met een nieuwe Nota Ruimte, maar de échte sleutel voor de verbouwing van Nederland ligt in de regio. Voor de nieuwe colleges hebben we één dringende boodschap: laat je niet gijzelen door de grenzen van je gemeente en staar je niet blind op het bouwen van vaak te hoge aantallen nieuwbouwwoningen. Maar maak van gebiedseigen ruimtelijke oplossingen op lokaal en regionaal niveau het hart van het nieuwe lokale akkoord met een horizon tot 2050. Zet daarbij in op het versterken van de kracht van de regio. Den Haag belooft dat ‘iedere regio telt’. Het is aan de nieuwe lokale coalities om die belofte in te lossen door zelf met een ijzersterk, gebiedseigen verhaal te komen vertaald, dat wordt vertaald in concrete stappen naar de toekomst.
We staan voor grote ruimtelijke opgaven op het gebied van klimaat, woningbouw, ruimte voor de economie van morgen, defensie en de landbouwtransitie. Ze claimen allemaal de ruimte die al schaars is. Kiezen voor het een maakt het ander vaak onmogelijk. De neiging is groot om te wachten op Haagse oekazes of vuistdikke beleidsnota’s. Wacht niet. Die ‘systeemwereld’ struikelt voorwaarts, terwijl het in de ‘leefwereld’ bruist van initiatief. Kijk om je heen. De toekomst wordt nu al zichtbaar gemaakt door inwoners en ondernemers die niet wachten maar gewoon beginnen.
Actieve bewoners
Met ‘Wij Maken Nederland’ hebben we de afgelopen tijd in alle windstreken allerlei interessante initiatieven opgetekend. In Noord-Nederland bijvoorbeeld Peinder Mieden in het Friese Opeinde, waar niet alleen wordt gewoond, maar de bewoners ook verantwoordelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de natuur om hen heen. In Oost is er De Performance Factory in Enschede als bruisende talentenfabriek voor jong en oud, voor zorg en welzijn, kunst, cultuur en ambacht. In Zuid is er Limburg Centraal, waar de zes Limburgse steden met een intercitystation samen hebben besloten zich voor woningbouw te concentreren op zes stations. En in West wandelden we langs het Singelpark Leiden, dat een zes kilometer lange, ononderbroken wandeling door het groen mogelijk maakt – een initiatief van actieve bewoners.

‘Singelpark Leiden’ door Nadine van den Berg (bron: Ministerie VRO)
In de nieuwe coalitieakkoorden moet meer aandacht zijn voor hoe we maatschappelijke doelen kunnen bereiken door dwars door sectoren heen te kijken waar opgaven samen komen: in de leefwereld van burgers in dorpen, wijken of gebieden. Daar wordt bewezen dat in sterke gemeenschappen het oplossend vermogen schuilt voor de grote uitdagingen waar we voor staan. Elke regio in Nederland heeft z’n eigen voorbeelden.
Voor de nieuwe raadsleden is de opdracht helder: omarm deze lokale ruimtelijke initiatieven. Zie burgers en hun initiatieven niet als ‘leuk voor erbij,’ maar als serieuze partners in de gebiedsontwikkeling. Stop met het inkapselen in standaardprocedures en durf te vertrouwen op de logica van de plek. Dit vraagt om een andere houding van de gemeente. Minder ‘vinkjes zetten’ en meer echt faciliteren en de dialoog met die gemeenschappen vormgeven. Juist bij alles wat in die ruimte van gemeenschappen samenvalt. Waar brede welvaart wordt ervaren.
Een visie tot 2030 is niet genoeg; we moeten zicht houden op 2050 of zelfs verder. Hoe ziet onze regio eruit als we de gevolgen van klimaatverandering en demografische krimp of groei écht serieus nemen voor ons gebied? Wie ver vooruitkijkt, spreekt per definitie over publieke belangen, niet meer over het belang van vandaag en morgen. Durf een toekomst te schetsen om naar te verlangen. Ga daarover het gesprek aan met uw inwoners en ondernemers. Niet alleen die powerpoint in een zweterig zaaltje, maar ook door verbeeldingskracht in te zetten en het gesprek te voeren op de plekken waar het om gaat. Duizend wandelende bomen door Leeuwarden, het project Bosk, vertelden meer over klimaatadaptatie dan tien beleidsnota’s.
De gereedschapskist voor lokale regie
Zet voor de schaalsprong waar menig regio voor staat veel meer in op samenwerken in de regio, over gemeente-, maar zo nodig ook provincie- en landsgrenzen heen. Niet alleen tussen overheden en tussen overheden en marktpartijen, maar zeker ook met actieve bewoners en ondernemers. Voer rond ruimtelijke keuzes voor toekomstige generaties een ‘Generatietoets’ in om te laten zien dat je sturen op brede welvaart serieus neemt. Bij elk groot ruimtelijk besluit moet je aantonen dat het geen negatief effect heeft op de leefbaarheid voor de generaties na ons.

‘Waterberging in polder De Hooge Boezem (Haastrecht) gaat samen met natuurontwikkeling en recreatie’ (bron: HDSR)
Daarnaast moet de fysieke realiteit van onze bodem weer leidend worden. Maak stoere afspraken over een Water- en Bodem-sturende aanpak. Durf als coalitie te zeggen: we bouwen niet waar de bodem te slap is en reserveren ruimte voor water. Dat is geen beperking, maar noodzakelijk fundament voor een houdbare toekomst. We moeten inwoners de positie geven die ze verdienen bijvoorbeeld via het Right to Challenge. Geef lokale gemeenschappen het eerste recht om met alternatieve plannen te komen voor gebiedsontwikkeling, ondersteund door een Lokaal Maatschappelijk Investerings- of stadmakersfonds. Zo voorkom je dat vitale plekken enkel door de hoogste bieder worden vormgegeven, en zorg je dat de maatschappelijke waarde centraal blijft staan.
Cover: ‘Kerk de Oldehove in Leeuwarden’ door Harry Wedzinga (bron: Shutterstock)












