De Levendige Stad

13 april 2012

4 minuten

Verslag VLLA, een creatieve broedplaats in Stadsdeel Nieuw West, was dinsdag avond 10 april de perfecte plek voor een debat over de toekomst van naoorlogse wijken. Aan het debat namen experts, bewoners, ondernemers en bestuurders deel. Hoewel de focus lag op Nieuw West, zijn de aanbevelingen relevant voor alle naoorlogse wijken in binnen- en buitenland. Dit dankzij de internationale inbreng van Charles Landry, de aanwezigheid van verschillende experts en de moderatie door Farid Tabarki. Landry vond het een erg gepolariseerd debat deze avond: “De discussie moet niet gaan over of/of, maar over en/en….net als een stad”.

Debat met onder andere Charles Landry en Jos Gadet

De Levendige Stad - Afbeelding 1

‘De Levendige Stad - Afbeelding 1’


De naoorlogse stadsuitbreidingen hebben een monofunctionele opbouw en missen voldoende diversiteit ofwel stedelijkheid. Door toevoeging van nieuwe functies, gebouwen en straten moet een nieuw type stedelijkheid ontwikkeld worden. Deze transformatie is noodzakelijk omdat de vooroorlogse stad voor zijn huisvesting en groeimogelijkheden afhankelijk is van de naoorlogse stad.

Aanbevelingen
• Niet een (modernistische) oplossing maar acupunctuur; benutten bestaande initiatieven, lokale kwaliteiten.
• Meer mixen. Iedereen wil rustig wonen met dynamiek om de hoek.
• Investeer in software! Als je ruimte wilt geven aan lokale initiatieven heb je mensen nodig die zich inzetten voor de wijk en relaties leggen. Deze mensen zijn schaars en heel waardevol.
• Niet kopiëren maar uitgaan van unieke, eigen initiatieven uit de wijk.

Charles Landry: de straat als drager van stedelijkheid

Volgens Charles Landry heeft de topdown benadering, ofwel ontwerpen vanuit de lucht, geleid tot het verlies van de complexiteit van steden. De complexiteit bestaat uit kriskrasrelaties tussen functies, gebruik, generaties en cultuur. Landry stelt dat menging een voorwaarde is voor kriskrasrelaties en dus voor stedelijkheid. In de naoorlogse gebieden zijn veel monofunctionele bouwblokken. Kriskrasrelaties op het kleine schaalniveau ontbreken daardoor. Landry gelooft dat de straat een belangrijk element is dat deze kriskrasrelaties opnieuw kan organiseren. De straat is in staat weer stedelijkheid te organiseren door de introductie van de menselijke schaal en maat. Want dat is universeel in alle uiteenlopende vormen van stedelijkheid; mensen willen elkaar ontmoeten en hebben behoefte aan interactie. Er zijn nog meer principes die voor alle typen stedelijkheid opgaan. Zo is een goedkope leefomgeving aantrekkelijk voor nieuwe ontwikkelingen, goedkoop is dus een kracht. Functies in de plint moeten een relatie met de straat hebben. Geen modernistische ingrepen meer, maar vanuit een integrale benadering verschillende ontwikkelstrategieën uitrollen en tot uitvoering brengen. Als laatste ziet hij gentrification als een principe dat overal kan worden toegepast mits met mate, voor verschillende doelgroepen. Hoe je deze principes praktisch kunt toepassen demonstreert hij met een aantal referenties c.q. ideeën:
1. Breng iets (een functie, een plek, een voorziening) naar een achterstandsgebied dat de moeite waard is om te bezoeken.
2. Vraag aan de bevolking om iets te ontwikkelen, ongeacht wat.
3. Laat zien wat je wensbeeld is voor een straat, doe dit op een creatieve manier. Landry liet hierbij een voorbeeld zien van een winkelruit waarop een print was geplakt van een levendig restaurant. Het was er nog niet maar de wens was er wel!
4. Maak meer mogelijk door wat minder regels of door coulant met de regels om te gaan.

Jos Gadet: verbind de vooroorlogse en naoorlogse stad

Volgens Jos Gadet moet er in Amsterdam meer gebeuren. De vooroorlogse stad bruist van creatieve economie, de vierkante meter prijzen zijn hoog en de trend is dat deze ontwikkelingen alleen maar intensiveren in de vooroorlogse stad. Met een maandelijkse instroom van 1000 inwoners heeft de vooroorlogse stad de naoorlogse stad keihard nodig, maar die kan onvoldoende meekomen. Ook Gadet benadrukt dat fijnmazige differentiatie en diversiteit de voorwaarden zijn voor een hedendaagse manier van werken en leven. Daarnaast heeft hij de overgangen tussen de voor- en naoorlogse stad in beeld gebracht. Deze plekken noemt hij 180° punten. Aan de hand van foto’s is te zien dat de overgang van hoogstedelijk naar suburbaan erg abrupt zijn. Om de verbinding te versterken stelt hij voor om de stadsstraten vanuit de vooroorlogse stad als het ware uit te rollen in de naoorlogse gebieden. En bovendien de 180° punten te verdichten.

Discussie: Mixen of niet Mixen?

Niet iedereen onderschreef de conclusie dat meer mixen en verdichten leidt tot een prettigere leefomgeving. Nel de Jager, winkelstraatmanager van onder andere de Haarlemmerbuurt in Amsterdam, benadrukt dat de eigenheid, het groene karakter centraal zou moeten staan in de vernieuwing van de westelijke tuinsteden. Enkele bewoners zijn van mening dat die stadse cultuur en diversiteit zich al in hun lokale centra bevindt, alleen dan anders. Anderen zijn van mening dat verdichting noodzakelijk is om voldoende koopkracht te organiseren voor nieuwe ondernemers. Winkels in de vooroorlogse stad komen niet naar de naoorlogse stad omdat de dichtheid er te laag is. Iemand uit het publiek vat dit mooi samen, er zijn volgens hem twee groepen mensen. De eerste groep bestaat uit mensen die groen en rust zoeken, die zien op tegen de verdichting en mix. De andere groep is gedwongen om in de tuinsteden te wonen maar zou liever in hartje centrum wonen. De opgave is om de wensen van deze groepen samen te brengen. Mixen vanuit eigen kracht dus.

Discussie: Bestaande mixen versterken of aansluiten bij stadsstraten vanuit centrum?

Ivan Nio hield een pleidooi voor het versterken van bestaande wijkwinkelcentra in plaats van stadsstraten te introduceren. Volgens Nio hebben de naoorlogse wijken een eigen oriëntatie die niet perse gericht is op de vooroorlogse stad. Ook Peter de Bois deelt deze zienswijze, volgens de Bois moeten de verbindingen tussen de verschillende centra in de stad versterkt worden. Dat de tuinsteden nu ‘ongelofelijk saai’ zijn is volgens hem wel een feit, daarom zou je functies moeten toevoegen aan de bestaande centra (of nodes), dan komen de straten vanzelf wel.

Publieksdebat, organisatie: Stad-Forum, Wouter Veldhuis

Voor een pdf van de volledige publicatie zie bijlagen.


Portret - Judith van Hees

Door Judith van Hees

YP-redacteur Gebiedsontwikkeling.nu | Eigenaar Natural Urban


Meest recent

KPI Business Analytics Data Dashboard. Analist met behulp van computer door Andrey_Popov (bron: shutterstock)

De tijd is daar: echte sociale impact maken met data in gebiedsontwikkeling

Data en gebiedsontwikkeling moeten maar eens uit de fase komen van de beloften. Het is tijd om echte sociale impact te realiseren in buurten en wijken en daar kunnen data zeker bij helpen, zo betoogt Walter Bokern.

Opinie

31 januari 2023

Rinske Brand Column Cover door Esther Dijkstra (bron: Illustratie Esther Dijkstra, bewerkte foto Flore Zoe)

Niet voor te stellen

Stadmakers die iets bijzonders van hun omgeving maken zijn van onmisbare waarde voor aantrekkelijke steden. Maar ze komen er volgens columnist Rinkse Brand zelf nogal eens bekaaid vanaf. “Je kunt het je gewoon niet voorstellen.”

Opinie

30 januari 2023

Leusden Maanwijk door Heijmans (bron: Heijmans)

Maanwijk Leusden: technologie ondersteunt het gezond en samen leven

Technologie in de woning is al lang niet meer bijzonder. In de buurt is dat anders. Ontwikkelaar Heijmans gebruikt techniek om het samen-leven in Maanwijk (Leusden) te faciliteren zodat er een gezonde, duurzame én moderne wijk ontstaat.

Casus

30 januari 2023