platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

De verhouding van gemeenten en provincies in het ruimtelijk beleid onder spanning

De verhouding van gemeenten en provincies in het ruimtelijk beleid onder spanning

2015.12.14_De verhouding van gemeenten en provincies_C

14 dec 2015 - Het provincaal interventie-instrumentarium in de Omgevingswet zal er in de praktijk toe leiden dat de samenwerking tussen gemeenten en provincies intensiveert omdat provincies mogelijk actiever worden. In de wettelijke bevoegdheden van de provincies jegens het gemeentelijk ruimtelijk beleid zal naar verwachting weinig veranderen, al wijzigt de terminologie. De vernieuwing ligt met name in de toepassing van de wet in de omgangsvormen tussen (samenwerkende) gemeenten en provincies.

Samenvatting en conclusies

In het speelveld van het ruimtelijk beleid acteren zowel de gemeenten als de provincies. Uit onderzoek blijkt dat de provincies meestal ‘binnen de (juridische) lijntjes kleuren’. Omdat de domeinen evenwel niet precies zijn afgebakend, staat de onderlinge verhouding en de zeggenschapsvraag snel onder spanning.

De nieuwe Omgevingswet vormt aanleiding om opnieuw naar het provinciaal interventie-instrumentarium te kijken en naar de toepassing ervan alsmede naar de wisselwerking in de praktijk tussen gemeenten en provincies. Die wisselwerking wordt intensiever en frequenter omdat provincies – inspelend op maatschappelijke kwesties op regionaal schaalniveau – actiever worden. De Omgevingswet brengt op zich geen grote wijzigingen in de wettelijke bevoegdheden van de provincies jegens het gemeentelijk ruimtelijk beleid teweeg, al verandert de terminologie.

Er is echter wel degelijk sprake van vernieuwing, maar die zit meer in de wetstoepassing en ‘omgangsvormen’. De Wro hanteert een dichotome filosofie: de provincie formuleert een heldere normstelling vooraf. De gemeente weet waar ze aan toe is; wat mag en wat niet; het is ja of nee. Zowel bij de gemeenten als provincies bestaat daarentegen nu meer behoefte aan ruimte voor maatwerk, flexibiliteit en mogelijk maken van ‘ongeplande’ initiatieven van gemeenten, burgers, bedrijven en maatschappelijke instellingen. Introductie van grijstinten gaat gepaard met een regime van ‘ja, mits’ of ‘nee, tenzij.

De bestuurspraktijk gaat die kant al uit en dat spoort met de besturingsfilosofie van de Omgevingswet. Bij potentiële conflicten hanteert men vaak een escalatiemodel: eerst ambtelijk overleg, dan op managementniveau en ten slotte op bestuurlijk niveau. Zeker bij markt- en particuliere initiatieven geldt de randvoorwaarde van slagvaardig acteren en het voorkomen van een stroperig proces tussen provincie en gemeente. Een actuele gemeentelijke structuurvisie helpt om tot afstemming te komen tussen gemeente en provincie. Een strategische visie op de langere termijn waarin ambities, keuzes en opties in samenhang ter tafel komen, leent zich goed voor een dialoog met de provincie.

Indien gemeenten in regionaal verband binnen (globale) provinciale beleidskaders tot overeenstemming komen, kan de provincie een stap terugdoen. Dat kan bijvoorbeeld gaan om woningbouwplanning, kantorenvestigingsbeleid of grootschalige detailhandel.

De nieuwe Omgevingswet zal niet eerder dan in 2018 inwerking treden. Het wettelijk kader ligt echter vast. Binnen dat wettelijk raamwerk zal het in het verkeer tussen provincies en gemeenten primair gaan om de wijze waarop men met elkaar omgaat; zowel ambtelijk en bestuurlijk als met burgers, bedrijven en maatschappelijke instellingen die door het beleid geraakt worden. Inhoudelijke verschillen van opvatting over plannen en projecten zullen blijven bestaan, maar die gaan dan over zaken waarover ze moeten gaan, niet over domeinafbakening of juridische vormgeving.

Auteur

friso
Friso de Zeeuw

Emeritus Praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling TU Delft

Bekijk alle artikelen