platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Artikel

Elco Brinkman wil woningmarkt hoog op politieke agenda

Elco Brinkman wil woningmarkt hoog op politieke agenda

woningmarkt flat delft

‘Het geld is er heus wel’

26 jan 2017 - Van welke signatuur het nieuwe kabinet na de verkiezingen ook wordt, het zal de problemen op de woningmarkt hoog op de agenda moeten zetten. Dat vindt Elco Brinkman, lid van de Eerste Kamer (CDA) en president-commissaris van Rabo Vastgoedgroep. Problemen lijken soms onoplosbaar, maar zijn het volgens Brinkman niet: ‘Investeren in de woningmarkt moet écht aantrekkelijk worden gemaakt.’

Minstens vijftigduizend, misschien wel tachtigduizend woningen per jaar moeten er de komende jaren in Nederland worden gebouwd om aan de vraag op de woningmarkt te voldoen. Maar waar moeten die woningen komen? Is er wel capaciteit genoeg om ze te bouwen? En wie is bereid om te investeren? Elco Brinkman maakt de worsteling van lokale bestuurders met deze hete hangijzers van dit moment van nabij mee. Hij adviseert vijf gemeenten in de regio Leiden bij het oplossen van een echte hersenkraker: hoe voegen we vijftien- tot twintigduizend nieuwe woningen toe aan dit gebied, dat al zo dichtbevolkt is? Brinkman: ‘Niemand wil die woningen pal naast de deur, niemand wil ze in de kwetsbare duinen, niemand wil ze in het weidelandschap. Maar waar dan wel? Als je op de kaart kijkt, zie je wel degelijk mogelijkheden. Allerlei gebieden liggen nu te verrommelen. Het zou mooi zijn als dáár meer kon. Langs de spoorlijn, op oude industriegebieden, rond infraknooppunten, of via herstructurering van oude wijken. Dat geldt niet alleen in de regio Leiden, maar ook elders.’ 

Dat zou mooi zijn. Maar hoe? 

‘In de regio Leiden help ik gemeenten nu om daar een visie voor te ontwikkelen. Ik assisteer bij de vraag hoe je zoiets bestuurlijk aanpakt. Ik zie dat bestuurders graag iets willen doen. Maar ze raken verstrikt in een brij van procedures en kampen met beperkte ambtelijke capaciteit. Ze kunnen geen tempo maken. Tegelijkertijd vliegen de prijzen omhoog en beginnen mensen te morren. We moeten dus slimmere oplossingen bedenken, want de bouwproductie blijft achterlopen. Daar maak ik me zorgen over.’ 

Critici zullen zeggen: het transformeren van een verrommeld industrieterrein tot een woongebied – dat vergt juist veel tijd en enorme investeringen. Waar moet dat geld vandaan komen? 

‘Verzekeraars en beleggers hebben vanouds altijd graag in de Nederlandse woningmarkt geïnvesteerd. Dat is gaande weg veranderd. Veel van onze nationale beleggingen vloeien nu naar het buitenland. Mijn stelling: maak het, gezien de opgave waar we nu voor staan, weer aantrekkelijk voor beleggers om in de Nederlandse woningmarkt te stappen. En dan heb ik het over de markt voor huurders en kopers met middeninkomens. Een stabiele markt, met stabiele vooruitzichten op rendement. Je hoort tegenwoordig veel over de circulaire economie. Die zou er wat mij betreft ook voor het geld zelf mogen zijn. Dus niet te veel gaan aflossen en geld in dode stenen steken, maar juist beweging scheppen door te investeren. Dan kan het ook sneller.’

Heeft u het idee dat politiek Den Haag oren heeft naar deze stelling?

‘Lange tijd niet. Aan het Binnenhof zijn signalen uit de branche van bouwers en ontwikkelaars vaak weggewuifd. “Ach, daar heb je die bouwers weer”, werd dan gedacht.’ 

Hoe voorkom je dan dat een alarmsignaal, zoals u dat nu ook laat horen, als de zoveelste lobbypoging voor de ontwikkel- en bouwsector wordt gezien?

‘Door aan te geven dat dit een serieus maatschappelijk probleem is. De huur- en koopprijzen blijven maar stijgen. Jongeren en doorstromers kunnen op de woningmarkt geen kant op, met name in de Randstad niet. Dat heeft zijn grenzen. Maar ik merk op het Binnenhof dat dit probleem hoger op de agenda komt, ook om electorale redenen. Het zal dus een grote rol spelen bij de verkiezingen. Een volgend kabinet zal vooral het investeringsvraagstuk hoog op de agenda moeten zetten. Als de financieringsmogelijkheden worden vergroot, als je investeren in de woningmarkt écht aantrekkelijk maakt voor beleggers en pensioenfondsen, en ook de regeldruk wegneemt, dan kan het. Want het geld is er heus wel.’

Laten we het concreet maken. Hoe ziet u die financieringsmogelijkheden voor u?

‘Er zijn ideeën genoeg! Al vaker zijn gedachten geopperd over een investeringsfonds of -vehikel, los van de rijksbegroting. Dan kun je aan de gang zonder dat investeren leidt tot hogere belastingen, want dat willen mensen ook niet. Helaas is er in Den Haag weerstand tegen zo’n fonds, hoewel deskundigen als Jeroen Kremers het hebben geadviseerd (voormalig IMF-bestuurder, bepleitte een Nederlandse Financieringsinstelling voor Economische Ontwikkeling, red.). Ik denk concreet aan een fonds waarin de staat, pensioenfondsen, verzekeraars en andere grote beleggers deelnemen. Afzonderlijke bouwers en ontwikkelaars zijn nu veel te afhankelijk van individuele beleggers. Zo’n investeringsfonds kan bijvoorbeeld – als een vliegwiel, of revolving fund – de ontwikkeling van een nieuwe duurzame wijk aanjagen, of energiebesparing in de woningvoorraad bevorderen. Terwijl de verrommeling elders wordt aangepakt.’ 

U wijst op de verantwoordelijkheid van het Rijk. Wat kunnen ontwikkelaars zelf doen? 

‘Die hebben ook een grote verantwoordelijkheid. Al was het maar omdat bij veel gemeenten door de bezuinigingen in de crisisjaren veel deskundigheid, capaciteit en soms zelfs ook de interesse is verdwenen. Ervaren ontwikkelaars kunnen dat gat vullen, zeker als ze een commerciële met een maatschappelijke blik combineren. Bij gemeenten zie ik een grote behoefte om deze partijen in die rol in te schakelen. Het zal u niet verbazen dat ik vind dat BPD daar goed in is. Dat is een ontwikkelaar die altijd heeft gezocht naar oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Ze gaan niet voor de snelle winst, maar zijn altijd gericht op de lange termijn. Juist omdat de woningmarkt nu zo’n versnipperd beeld laat zien, heb je een ervaren partij nodig die niet achter trends aanrent.’ 

Branchevereniging van ontwikkelaars NEPROM heeft het Rijk opgeroepen om met een duidelijke, nationale visie op de ruimtelijke inrichting te komen. Hoe ziet u dat? 

‘Ik herken dat zeer. Ook dat is een agendapunt voor een nieuw kabinet. Ruimtelijke inrichting, infrastructuur, investeringen: het zijn thema’s die in de afgelopen kabinetsperiode te kort zijn gekomen. Terwijl ze urgent zijn, liefst in samenhang bekeken. Ik ben een voorstander van één ministerie voor Ruimte, Wonen, Infrastructuur en Milieu. Ook als sector moeten we ons daar sterk voor maken. Niet om van ruimtelijke inrichting een nieuwe theologie te maken, maar puur pragmatisch. Omdat het moet.’


Dit artikel is verschenen in NAW Magazine #57 in januari 2017.

Auteur

edwin lucas portait
Edwin Lucas

Zelfstandig tekstprofessional, redacteur, interviewer / Gebiedsontwikkeling, ruimte, wonen

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte