Analyse De kans is groot dat de energietransitie gaat bepalen hoe Nederland er de komende decennia uit gaat zien. Dat is onvermijdelijk én onwenselijk tegelijk, betogen de auteurs van het essay Energieplanologie. Deze nieuwe benadering vraagt om nieuwe rollen en samenwerking en daarbij zijn drie bouwstenen essentieel om keuzes te maken voor een toekomstbestendig Nederland.
Tot 2040 investeren netbeheerders naar verwachting circa 220 miljard euro in de uitbreiding en versterking van de energie-infrastructuur. Deze investeringen leggen zowel bovengronds (bijvoorbeeld hoogspanningsmasten, aanlandingspunten voor wind en transformatorhuisjes in de wijk) als ondergronds een aanzienlijke claim op de ruimte. Ook de komst van grootschalige zonnevelden, windmolens, zonnepanelen op daken en oplaadpunten voor elektrische auto’s maakt de ruimtelijke impact van de energietransitie steeds duidelijker.
Dit artikel bevat de belangrijkste inzichten uit het essay Energieplanologie. Dit essay verscheen eind vorig jaar en is geschreven door een brede redactiegroep. Leden van die groep zijn: Huibert Baud (directeur Klant & Ontwerp bij Liander), Hilde Blank (directeur en eigenaar BVR adviseurs), Mario Jacobs (dijkgraaf Waterschap Aa en Maas), Maarten van Poelgeest (associate partner Andersson Elffers Felix), Anne-Marie Spierings (clusterregiseur industriecluster Rotterdam-Moerdijk), Corné Strootman (ontwerper en adviseur bij het College van Rijksadviseurs), Dennis Straat (consultant gedrag en openbaar bestuur bij Liander), Wouter Veldhuis (directeur MUST stedebouw en columnist van deze website) en Alexander Woestenburg (senior strateeg Corporate Strategie bij Alliander).
De fysieke impact van energie-infrastructuur an sich is al groot, maar de werkelijke invloed reikt veel verder. Energie-infrastructuur stuurt in brede zin de ruimtelijke inrichting van Nederland. De beslissingen die we nu nemen – expliciet of impliciet – bepalen in hoge mate hoe Nederland er in de 22e eeuw uit zal zien. Door de beperkte netcapaciteit wordt de keuze voor nieuwe infrastructuur al snel een aanjager van ruimtelijk‑economische ontwikkelingen. Waar een aansluiting komt, volgen al snel industriële grootverbruikers, woningbouwprojecten en nieuwe bedrijvigheid.

‘De ruimtelijke puzzel naar 2050 in beeld’ (bron: Netbeheer Nederland)
Neem het voorbeeld van een bedrijf dat wil uitbreiden in een kwetsbaar natuurgebied. Wanneer de netbeheerder besluit daar kabels en stations aan te leggen, creëert dat extra elektrisch vermogen. Daarmee ontstaat vrijwel automatisch ruimte voor verdere woningbouw en economische activiteit. Energie is daarmee niet langer een puur technisch inpassingsvraagstuk, maar een sterk sturende factor in de ruimtelijke ordening. Waar water en bodem al langer leidende principes zijn in ruimtelijke planning, sluit energie zich nu nadrukkelijk bij dat rijtje aan. Dat vraagt om een nieuwe manier van werken: ‘energieplanologie’. Een aanpak waarin ruimtelijke ontwikkeling en de inrichting van een robuust, toekomstbestendig energiesysteem niet náást elkaar plaatsvinden, maar onlosmakelijk met elkaar zijn verweven.
Nieuwe rollen en samenwerking
In een land waar de ruimte schaars is en belangen elkaar steeds vaker raken – woningbouw, stikstofreductie, drinkwater, klimaatadaptatie – zijn scherpe keuzes onvermijdelijk. Niet alles kan overal. Ruimtelijke regie is nodig: één plek waar alle sectorale belangen samenkomen en richting krijgen. We zijn gewend overal altijd maar infrastructuur aan te leggen, maar dat kan niet langer. De ruimte en capaciteit zijn beperkt, waardoor we slimme, logische plekken moeten kiezen om te investeren. Vasthouden aan het idee dat energie altijd en overal beschikbaar moet zijn leidt tot inefficiënties en kostbare desinvesteringen – alsof je een snelweg aanlegt voor een popconcert dat één keer per jaar plaatsvindt. Een dergelijke manier van redeneren is simpelweg niet houdbaar. Daarom moeten we keuzes maken: waar willen we als maatschappij wél zulke ‘popconcerten’ mogelijk maken, en waar niet? Dáár wordt dan de infrastructuur aangelegd.
De volgende drie bouwstenen zijn essentieel om keuzes te maken voor een toekomstbestendig Nederland: de ruimtestrateeg, de energiestrateeg en de vrije ruimte.
1 De energiestrateeg is de sleutel naar een robuust toekomstig energiesysteem
Zij/hij maakt de black box van het energiesysteem inzichtelijk voor beleidsmakers, bestuurders en de ruimtestrateeg. Haar/zijn taak is het om de impact van verduurzamingskeuzes op het energiesysteem én de ruimte te duiden en energie als structurerende factor mee te nemen in ruimtelijke plannen. De energiestrateeg creëert overzicht in infrastructuur, wijst op dilemma’s en kantelpunten en biedt handelingsperspectief aan industrie, ontwikkelaars en overheden. Door proactief samen te werken met andere sectoren zorgt zij/hij dat energie vroeg in het proces onderdeel is van gebiedsvisies en ruimtelijke ordening.
2 De ruimtestrateeg verbindt maatschappelijke opgaven met het toekomstige energiesysteem
Zij/hij bundelt sectorale belangen in ruimtelijke toekomstbeelden en maakt samen met de energiestrateeg duidelijk welke ruimtelijke en energetische consequenties keuzes hebben. Zo geeft zij/hij inzicht in richtinggevende beslissingen voor de inrichting van Nederland. De ruimtestrateeg is visionair en sterk in ontwerp, zoekt naar verbindingen en slimme combinaties in een schaarse ruimte en durft te wijzen op wat wel en niet kan. Door vroegtijdig samen te werken en energie als structurerende factor mee te nemen, creëert zij/hij robuuste oplossingen die maatschappelijke opgaven en energietransitie in samenhang vormgeven.
3 De vrije ruimte is een plek buiten de formele governance waar nieuwsgierigheid en professionele autonomie centraal staan
Hier spreken experts vrijuit en zonder belang, verkennen alternatieven en verbinden kennis voordat alles vastligt. Dit is cruciaal om richtinggevende keuzes te kunnen maken in complexe opgaven rond energie en ruimte. In plaats van controle en beheersing vraagt de vrije ruimte om vertrouwen en loslaten. Het is geen vrijblijvende zone: theorie en praktijk komen samen in concrete casussen en ontwerpend onderzoek. Zo ontstaat een netwerk waarin ruimtestrategen en energiestrategen elkaar vinden en samen werken aan robuuste oplossingen.
Twee cases
De voorbeelden hieronder laten zien hoe complex het samenspel tussen energie en ruimte kan zijn. In standaardprocessen blijft dit vaak onopgelost: verantwoordelijkheden zijn versnipperd, belangen botsen en niemand overziet het geheel. Door een ruimtestrateeg en energiestrateeg vroeg aan tafel te zetten en buiten de formele lijnen inzichten te delen, ontstaan keuzes – in plaats van partijen gaan zitten afwachten. Zo voorkom je dat het te laat is om nog te sturen.
Bommelerwaard
Volgens huidige prognoses ontstaan grote knelpunten op het elektriciteitsnet in Rivierenland. Er zijn uitbreidingen nodig: vier tot vijf nieuwe onderstations. Een belangrijk deel van de verzwaring wordt veroorzaakt door de verduurzaming van de glastuinbouw in de Bommelerwaard, een ander deel komt voor rekening van de industrie. Dit roept fundamentele vragen op:
- Breid je nu uit voor energievraag op korte termijn, terwijl klimaattrends laten zien dat dit een kwetsbaar gebied is?
- Uitbreiding trekt nieuwe ontwikkelingen aan, waardoor de druk op waterveiligheid toeneemt.
- De toekomst van glastuinbouw is onzeker: teelttype, energiebehoefte en arbeidskrachten veranderen. Is deze locatie logisch voor energie-intensieve teelt?

‘Rivier de Waal in Bommelerwaard, Gelderland’ door Joop Hoek (bron: Shutterstock)
- Steenfabrieken kunnen niet volledig elektrificeren en waterstofinfrastructuur ontbreekt. Deze bedrijven vragen nu om verzwaring, waardoor ze in de prognoses worden meegenomen, maar hun lange termijn rol in het energiesysteem is onzeker.
- Het systeem dat nu wordt aangelegd, blijft tot minimaal 2080 in gebruik. Gezien de zeespiegelstijging en extreme buien: is dit de juiste plek voor uitbreiding?
Netbewuste nieuwbouw
Nederland staat voor een enorme woningbouwopgave. Als we nieuwe wijken ontwerpen met een traditionele energievraag, leidt dat tot grote ruimteclaims voor energie-infrastructuur – niet alleen in de wijk, maar ook voor de verzwaring van middenspannings- en hoogspanningsnetten in de regio. Het andere uiterste, volledig zelfvoorzienende wijken, vraagt zoveel ruimte voor opwek en batterijen dat het niet leefbaar is. De oplossing ligt in de middenweg: goed geïsoleerde woningen, passieve koeling (zonder airco), flexibele warmtepompen en een kleine buurtbatterij. Voor hoogbouw zijn WKO-systemen een slimme optie. Zo beperken we de ruimtelijke impact in de wijk én aan de randen van de stad.
Netbeheerders experimenteren al met een ‘buurtbudget’: een vast transportvermogen voor een toekomstige wijk. Ontwikkelaars, architecten en gemeenten ontwerpen vervolgens binnen deze kaders. Onder de noemer ‘netbewuste nieuwbouw’ werken we samen aan ontwerpprincipes die de energievraag én de ruimtelijke voetafdruk verkleinen. Dit vraagt om bewustzijn én om slim gebruik van ruimtelijke instrumenten zoals de Omgevingswet.
Energieplanologie is een thema dat onder professionals in het vakgebied van gebiedsontwikkeling nogal eens anders wordt gezien. Zo schreef Jeroen Niemans eind vorig jaar op uitnodiging van het Nationaal Programma Regionale Energiestrategie een essay waarin hij de relatie tussen energietransitie en ruimtelijke ordening verkent. De kern van zijn betoog: niet regels of procedures blokkeren de voortgang in het samenvloeien van beide domeinen, maar hoe mensen ermee omgaan. Factoren als professionele nieuwsgierigheid en verbeeldingskracht zijn onmisbaar. Wanneer een aantal denkrichtingen die hij formuleert worden gevolgd, is energieplanologie als apart vakgebied niet nodig.
Cover: ‘Windturbine in Zeewolde’ door T.W. van Urk (bron: Shutterstock)






