Interview

Gebiedsontwikkeling in China, ervaringen van binnenuit

Door Joost van den Hoek

7 mrt 2015 - Toen een Shanghainees ontwerpbureau hem in 2013 benaderde, aarzelde hij niet en verhuisde hij met zijn gezin naar Shanghai. Na twee jaar maakt stedenbouwkundige Joost van den Hoek de balans op. Terugkeer naar Nederland overweegt hij voorlopig niet: ‘De veelheid aan opgaven maakt het voor stedenbouwkundigen zeer interessant om in China te werken. Het inhuren van westerse experts is populair bij Chinese bedrijven om kwaliteit en geloofwaardigheid te vergroten.’ Gebiedsontwikkeling.nu vraagt hem naar zijn ervaringen en zijn kijk op de stand van de Chinese gebiedsontwikkeling.

Wat heeft je naar China gebracht? (en wat brengt China jou?) In Nederland heb ik zonder onderbrekingen vanaf 1998 altijd aan uitdagende opgaven kunnen werken. Samen met Pi de Bruijn (de Architekten Cie.) heb ik masterplannen gemaakt voor de Zuidas, de Arena Boulevard en de wederopbouw van Roombeek Enschede. Later heb ik vanuit Inbo samen met Jeanet van Antwerpen de business unit China opgezet. Bij Inbo zat ik vanaf 2011 in een rare spagaat: aan de ene kant de totale depressie in de Hollandse thuismarkt en aan de andere kant het James Bond-gevoel van de maandelijkse trip langs de Chinese opdrachtgevers en projecten. Ik merkte dat ik in Nederland mijn affiniteit met het discours verloor, terwijl ik in China het gevoel had als Nederlandse “invlieger” de kansen en de context onvoldoende goed te kunnen doorgronden.

Ik nam de beslissing om in Shanghai te gaan werken en wonen deels vanuit de veronderstelling dat Chinese verstedelijkingsopgaven alleen in China te doorgronden zijn vanuit een Chinees bedrijf, deels ook omdat het me opwindend leek om na periodes in Rotterdam en Amsterdam een keer in een echte grote stad te wonen.

Hoe zijn de ervaringen tot nog toe?

De indianenverhalen die in de Nederlandse ontwerpwereld over de China de ronde doen, hebben zeker een kern van waarheid. In mijn ervaring is werken vanuit een Chinees bedrijf echter heel goed te doen. Het werk is ontspannen, gestructureerd, interessant en (zeer) goed betaald. Opdrachtgevers zijn redelijk professioneel. De opdrachten bevinden zich in een straal van 3500 kilometer rondom Shanghai, dus voor een vergadering of presentatie ben je al snel een dag of twee onderweg. De fameuze drinkgelagen komen sporadisch voor in de opstartfase van projecten. Het is een eenvoudige manier om wat nader tot elkaar te komen, wezenlijk voor een succesvolle samenwerking.

De kwaliteit van partijen die je in het werk tegenkomt kan erg wisselvallig kan zijn, met name buiten de grotere steden. Soms is het allemaal erg onbeholpen, steeds vaker kom je echter hele professionele organisaties tegen. Het idee dat die arme Chinezen westerse expertise nodig hebben om verder te komen, ooit misschien waar, is steeds minder aan de orde. Ik denk nu af en toe eerder het omgekeerde. Het leven in het kosmopolitische Shanghai is overigens heel plezierig. Ik ga op de fiets naar kantoor en de stad is van alle denkbare gemakken voorzien.

Hoe kijken de Chinezen naar het westen en de westerlingen? In China is (nog steeds) veel respect voor westers niveau van leven en denken. Duitse auto’s, Franse wijnen, en − vooruit − Dutch design zijn hier mateloos populair vanwege de kwaliteit, maar vooral ook als statussymbool in een opkomende economie. Steeds meer Chinese firma’s huren westerse managers in om goed voor de dag te komen. Het inhuren van westerse adviseurs wordt ook gezien als middel om investeringen en kapitaal van westerse bedrijven aan te trekken.

Wat merk je van de teruglopende groei in China?

Het is ingewikkeld om in generieke termen over China, dat een continentale omvang heeft, te spreken. Er bestaan vele “China’s” naast elkaar en door elkaar heen. Het gemiddelde over China zegt niets over individuele markten en mogelijkheden. Zelf zie ik China als een soort Europa en de provincies als landen, gekarakteriseerd door eigen hoofdsteden, landschappen, culturen en klimaat. Het verschil met Europa is dat hier één munt, één taal en een min of meer centrale regie bestaat, waardoor je geografische en zakelijke mobiliteit veel groter kan zijn. Net als in Europa zijn er gebieden en regio’s die het goed doen en regio’s die achterblijven.

Normaliter worden de Chinese steden en stedelijke regio’s voor wat betreft het ontwikkelingsstadium en de daarmee samenhangende marktkansen ingedeeld in drie of vier categorieën volgens het “tier-systeem”. De grote hoogontwikkelde metropolen als Shanghai en Beijing zijn de tier 1-steden, de grote provinciehoofdsteden als Xian Wuhan of Qingdao zijn de tier 2-steden en de middelgrote provinciesteden zijn de tier 3- en 4-steden. De verschillende tiers lopen circa vijf tot zeven jaar op elkaar achter in ontwikkelingsfase en ook de ontwikkelsnelheid verschilt nogal eens.

En wat betekent dit voor voorkomende opgaven van gebiedsontwikkeling in jouw werk?

Je kan stellen dat de gebiedsontwikkelingsopgaven gekoppeld zijn aan het ontwikkelingsstadium van de stad. Waar de tier 3- en 4-steden nog bezig zijn op het niveau van stedelijke uitlegmodellen zoals in het Nederland van de jaren 50, staat de praktijk in de tier 1-steden meer en meer in het teken van hergebruik en gebiedsmatige transformatie en revitalisatie. De tier 2-steden zijn de Chinese boomtowns van nu waar de bouwkranen in onvoorstelbare aantallen aan de horizon bewegen.

In de stad Yuxi in de provincie Hunan (tier 3) werken we aan de stadsuitleg voor de schaalsprong naar een miljoen inwoners op basis van rudimentaire planningsprincipes en met een industriële economie als vertrekpunt. In Qingdao (tier 2) werken we aan een waterfront van vier kilometer dat eigenlijk de opkomende vrijetijdseconomie als basis heeft. Tegelijk doen we projecten rondom Shanghai (tier 1) die veel gelijkenis vertonen met de (Noordwest-)Europese opgaven, zoals ouderenhuisvesting, transformatie en campusontwikkeling.

Ben je weleens in een spookstad geweest?

Ik was recentelijk in Zhengzhou, waar het noordelijk stadscentrum gebouwd is in de vorm van een ring van een paar honderd torens van tweehonderd meter hoog. In 2012 werd dit door journalisten betiteld als toekomstige spookstad, maar toen ik er kort geleden was liepen er overal goed gekapte jongens en meisjes en was er geen parkeerplaats meer te vinden.

China is een land van grote getallen. Soms zijn fenomenen in absolute getallen vanuit Westers perspectief onbegrijpelijk, terwijl ze relatief gezien correleren met westerse gemiddelden. Als er een half miljoen huizen opgeleverd worden en er staan er tijdelijk een keer twintigduizend leeg, is het label spookstad begrijpelijk maar niet eeuwig geldig.

Hiermee wil ik niet bagatelliseren dat in sommige delen van China enorm vooruit is gebouwd op de vraag of voor een vraag die wellicht nooit komt. Een belangrijke factor hierbij is de zeer ruime overheidsfinanciering in het recente verleden, maar vooral het gegeven dat veel Chinezen uit speculatieve overwegingen hun pensioengeld hebben geïnvesteerd in appartementen. Anders dan in het westen is veel vastgoed cash gebouwd zonder hypothecaire ballast, met alle consequenties van dien voor het bankensysteem.

Wat zie jij als uitdagingen in de Chinese gebiedsontwikkelingen in de komende periode?

Misschien niet heel verbazingwekkend zie ik veel overeenkomsten met de Nederlandse ontwikkelingen in de afgelopen decennia. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de verzelfstandiging van de overheid en de publiek-private samenwerking die hier enorm in opkomst is. Het betrekken van de eindgebruiker bij de ontwikkeling van gebouwen en gebieden. De opkomst van het “consumentgerichte wonen” en het idee van het landschap als onderlegger voor gebiedsontwikkeling.

Het behoeft geen betoog dat deze tendensen in een geglobaliseerd en internetgek China natuurlijk heel anders gaan uitpakken dan in Nederland, maar met het herkennen van de fenomenen kom je al een heel eind.

Tot slot: zie je jezelf weer eens terugkeren naar Nederland?

Nederland is natuurlijk een luilekkerland voor kinderen waar het heerlijk is om op te groeien. Wellicht als het moment daar is dat mijn dochter naar de middelbare school gaat dat er een moment komt om terugkeer te overwegen. Professioneel gezien zie ik het niet zo snel meer gebeuren.

Joost van den Hoek (1972) leidt de stedenbouwpraktijk van www.urbandata.net in Huangpu district downtown Shanghai. Samen met een multidisciplinair team van 15 ontwerpers en onderzoekers werkt hij aan breed scala aan opdrachten. Hij was eerder als associate stedenbouwkundige werkzaam bij Inbo en als senior stedenbouwkundige bij de Architekten Cie. Hij studeerde architectuur en stedenbouw aan de TU Delft (1998).

Auteur:

Portret - Joost van den Hoek
Joost van den Hoek

Directeur Stedenbouw bij www.nitagroup.com

Recente artikelen