2013.03.26 Gebiedsontwikkeling in crisistijd

Gebiedsontwikkeling in crisistijd

22 maart 2013

3 minuten

Nieuws Tien jaar lang was het programma NederLandBovenWater een motor om gebiedsontwikkeling te versnellen. Gebiedsontwikkeling lijkt nu stil te staan. Levert het programma lessen op? Een greep uit de resultaten. En visies van bestuurders en betrokkenen: hoe verder?

Wel perspectieven, nog weinig nieuwe verdienmodellen

Sybilla Dekker treedt in 2003 aan als minister van Ruimtelijke Ordening (VROM). Zij beseft dat ruimtelijke plannen eerder slagen als alle belanghebbenden vroeg en daadwerkelijk betrokken zijn. Tien jaar later zegt zij: ‘Er kwam een Adviescommissie Gebiedsontwikkeling en in het verlengde hiervan rijpte het idee om een nieuwe krachtige impuls aan gebiedsontwikkeling te geven: NederLandBovenWater. Terugkijkend op die hele periode, waarbij ik de laatste jaren als ambassadeur van het programma betrokken was, zeg ik: die formule werkt.’

Voormalig minister Dekker zegt dit in Meerwaardecreatie, een publicatie met aanbevelingen na tien jaren volgen, analyseren en deels beïnvloeden van tachtig gebiedsontwikkelingen. Van Appingedam tot en met de Westflank Haarlemmermeer. Van Bieslandse Bos tot Park Lingezegen. Met daarbij alle mogelijke publieke en private partijen aan het roer. Vanaf 2008 lag het accent van NederLandBovenWater (NLBW) op de vraag hoe betrokkenen met de crisis kunnen omgaan. Medio 2013 wordt het programma beëindigd, mogelijk komt er een vervolgactiviteit.

Codirecteur Peter van Rooy schetst de hoofdlijn: ‘Wij hebben veel onafhankelijke denkkracht georganiseerd om ontwikkelingen verder te brengen. Betrokkenen ervan laten doordringen dat breed draagvlak vereist is. Allerlei handreikingen gedaan, nieuwe planmethodes en verdienmodellen geïntroduceerd. Daarbij kwam ook het beïnvloeden van de publieke opinie en politieke besluitvorming voor betere ruimtelijke kwaliteit.’ NLBW zorgde voor kennisontwikkeling, legde verbindingen tussen sectoren door professionals met diverse specialismen bij elkaar te brengen. Van Rooy: ‘Ik zie dat in de praktijk alle betrokkenen nu veel meer serieus worden genomen.’

‘Provobeweging’

Gefinancierd door een groot aantal overheden en private partijen, waaronder een tijdlang ook BNG, fungeerde het programma als aanjager en ook ‘als een soort provobeweging’, aldus Felix Rottenberg op een slotcongres in Den Bosch eind 2012. De aanpak veranderde in de loop van deze periode naarmate omstandigheden veranderden en NLBW daagde partijen uit hun vaste paden te verlaten.

De huidige minister, Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur & Milieu) ondersteunde dit beeld door op het slotcongres te vertellen hoe zij en de rijksoverheid werden beïnvloed. Het realiteitsbesef groeide dat andere verdienmodellen nodig zijn dan die van grondinkomsten. Er kwam een andere manier van aansturing van de ruimtelijke ordening. Minder grootschalig, minder centralistisch, meer vanuit vrager en gebruiker gestuurd.
Schultz van Haegen: ‘Het programma heeft grote waarde voor mijn ministerie en een positieve invloed op gestagneerde projecten. De inzet leidde daadwerkelijk tot concrete aanpassingen van projecten.’ Het programma heeft volgens de minister ook laten zien dat de overheid andere rollen kan vervullen: bijvoorbeeld coalities smeden, zonder daarbij als rijk met geld over de brug te komen. ‘Vroeger gold op rijksniveau “wij bepalen” en dus ook “wij betalen”. Die tijd is echt voorbij.’

Nieuwe eisen

De ruimtelijke ordening bevindt zich in een overgangsfase. Overal wordt gezocht naar nieuwe modellen. In de praktijk- en wetenschappelijke ervaringen van NLBW schuilen verschillende ingrediënten voor een nieuwe lijn nu de opgaven complexer worden. In deze crisistijd zijn naast elkaar verdergaande groei en krimp tegelijkertijd te zien. Het begrip uitnodigingsplanologie geldt als nieuw sleutelwoord, waarbij overheden erkennen op gelijkwaardige voet ondernemingen en particulieren tegemoet te treden, nu zij zelf minder als financiële trekkers fungeren.
De vraag naar energie stijgt, er is sprake van groeiende mobiliteit en verstedelijking. Schultz van Haegen formuleerde twee eisen voor de toekomst: ‘Het vergt in de eerste plaats wezenlijk andere benaderingen wanneer de bevolking dichter naar elkaar toe trekt. Meer ruimtelijke slagkracht is dan belangrijk. En in de tweede plaats zijn bestuurders vereist die zelf op lokaal niveau aan de slag gaan, dichter op burgers en bedrijven. Die verantwoordelijkheid nemen, knelpunten in kaart brengen en vooral zelf oplossingen zoeken, met markt en andere overheden.’

Zie voor de volledige publicatie:


Cover: ‘2013.03.26 Gebiedsontwikkeling in crisistijd’


Door Agnes Koerts

Adviseur en journalist


Meest recent

sportcampus Zuiderpark, Den Haag door Menno van der Haven (bron: shutterstock)

Wat is goed in de ruimtelijke ordening?

De vraag ‘wat is een goede ruimtelijke ordening?’ wint aan gewicht nu we als samenleving meer ambities hebben dan er aan ruimte beschikbaar is. Alle reden voor een nadere reflectie, door hoogleraren Marlon Boeve en Co Verdaas.

Uitgelicht
Analyse

24 april 2024

Centrum Haarlem door Maykova Galina (bron: shutterstock)

Lokaal kijken naar de lange termijn, de visie en ervaringen van Willem Hein Schenk

In het boekje Sturen op Stadsarrangementen deelt architect Willem Hein Schenk de inzichten die hij verkreeg met zijn podcastserie de Haarlem Sessies. In een interview vertelt hij wat zijn belangrijkste lessen zijn: “Kijk naar de lange termijn”.

Interview

24 april 2024

Hoge Vucht, Breda door XL Creations (bron: shutterstock)

Een beter perspectief voor kansarme buurten, zo doet Breda dat

Het bieden van meer perspectief aan bewoners van kansarme wijken is geen sinecure. Lokaal kan daar het nodige voor gedaan worden, maar ook hogere overheden moeten meedoen. In Breda worden ze actief bij de problematiek betrokken.

Casus

23 april 2024