Artikel
Grote markt Groningen

Gebiedsontwikkeling: meer dan onteigening en kostenverhaal

Door Paul van Dijk

30 jun 2017 - Een gemeente die het onteigeningsrecht en bevoegdheden ten aanzien van het kostenverhaal 'doorlegt' aan een marktpartij: dat is de kern van het Rli-advies 'Grond voor gebiedsontwikkeling'. Paul van Dijk, partner bij Akro Consult, wijst het niet direct af. Maar het ambacht van gebiedsontwikkeling gaat verder dan dat, betoogt hij.

De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) heeft 22 juni jl. het advies ‘Grond voor gebiedsontwikkeling’ overhandigd aan demissionair minister van Infrastructuur en Milieu Melanie Schultz. De adviesraad zet in op het moderniseren van het grondbeleid en doet aanbevelingen voor de Aanvullingswet grondeigendom. De oproep tot modernisering van grondbeleid zet aan tot discussie, maar vraagt nog nadere uitwerking. Grondbeleid is maatwerk Harmonisatie en ‘ontregelen’ zijn belangrijke ontwerpeisen bij de Omgevingswet maar lijkt in een moderne visie op het grondbeleid juist minder gewenst. Rli pleit ervoor situationeel te putten uit een goed gevulde gereedschapskist met grondbeleidsinstrumenten, zonder voorkeur voor actief of faciliterend grondbeleid. Sinds de crisis in 2008 leek een onomkeerbare trend naar meer faciliterend grondbeleid te zijn ingezet.

Teleurstellend, juist ook in perspectief van het voorgaande, is de ambivalente aanbeveling om de invoering van stedelijke kavelruil te schrappen

Geconstateerd wordt dat in gebieden met een grote druk op schaarse grond de trend ten dele weer gekeerd wordt. Het is essentieel in te zien dat er grote verschillen in markten en gebiedsopgaven. Maatwerk in grondbeleid is verstandig. Grote krapte op de woningmarkt wordt niet ingelopen met een faciliterende benadering van enkel binnenstedelijke productie. Een scherpere oproep tot actie in stedelijke regio’s was welkom geweest. Regionale verevening wordt geopperd, maar dit krijgt geen invulling.

Actief faciliteren

Kernaanbeveling is dat facilitair grondbeleid krachtiger moet worden geïnstrumenteerd. Contractvrijheid tussen overheid en markt in de anterieure overeenkomsten moet vooral mogelijk blijven. De Raad doet de prikkelende suggestie om in het kader van faciliterend Grondbeleid wettelijk mogelijkheden te bieden aan gemeenten om de grondbeleidsinstrumenten die tot nog toe alleen aan de overheid ten dienste staan aan private initiatiefnemers door te leggen. Nu, dat is zeker een vernieuwende gedachte.

Bij de presentatie leidde dit direct tot discussie die zich onmiddellijk concentreerde op instrumenten voor grondverwerving. Nog afgezien van een zorgvuldige inhoudelijke uitwerking is dit primair een politieke kwestie. Als het toevertrouwen of gunnen van ‘de’ grondbeleidsinstrumenten aan private partijen, in het kader van het in de kracht zetten van faciliterende grondbeleid, serieus overwogen gaat worden zal er meer debat volgen. Brede toepassing verwacht ik niet. Het zal eerst landelijk in het kader van de ontwikkeling van de Aanvullingswet discussie geven. Stel dat het landelijk mogelijk wordt, zal het ook in lokale politiek veel discussie geven. Een meer specifieke en praktische uitwerking is nodig om van de boeiende aanbeveling over het instrumenteren van private gebiedsontwikkeling tot een concrete aanpak te komen.

Stedelijke kavelruil

Teleurstellend, juist ook in perspectief  van het voorgaande, is de ambivalente aanbeveling om de invoering van stedelijke kavelruil te schrappen; de Raad vindt de voorgestelde regeling vanwege het vrijwillige karakter van onvoldoende toegevoegde waarde. Tegelijkertijd constateert de Raad dat een gedwongen medewerking aan kavelruil een “emmer achter de boot” is.  Dat pleit dan toch juist voor een vrijwillige aanpak? Naar mijn mening dus vrijwilligheid in de regeling behouden en, overeenkomstig de eerdere aanbeveling van de Raad, een concreter geïnstrumenteerde regeling.

Nu is vooral de zakenrechtelijke werking van een kavelruilovereenkomst een nieuwe wettelijke tool. Maar ook andere tools die een uitvoerende gemeente heeft, misschien niet specifiek aan te duiden als grondbeleidsinstrumenten, zouden mogelijk kunnen worden ingepast als een privaat initiatief als stedelijke kavelruil kan worden ‘gekwalificeerd’. Kostenverhaal of andere vormen van ‘value capturing’? Fiscale vrijstelling overdrachtsbelasting in de grondrouting? Doorleggen van verleggingsregelingen met nutsbedrijven? Initiatieven ladderdiscussies besparen.? Een ‘label’ stedelijke kavelruil kan mogelijk ook herkenning aan banken bieden en zo financieringsbereidheid kunnen bevorderen en initiatiefnemers. Een steviger geïnstrumenteerde regeling zal initiatief én vrijwillige deelname kunnen aanmoedigen. Initiatieven waarmee een duidelijk algemeen belang gediend wordt, kunnen (ook nu al) zelfs met publieke inzet van het onteigeningsinstrument worden gefaciliteerd. 

Follow up?

De adviesraad zet in op een modern en breed toepasbaar grondbeleidsinstrumentarium voor de grote diversiteit van opgaven in gebiedsontwikkeling. Het advies van de Raad bevat interessante aspecten maar behoeft verdieping. Te liberaal of juist socialistisch, beide kritieken zijn al geuit. De demissionaire minister zal er niet meer direct uit kunnen tappen. Een mooie uitdaging voor een nieuwe Minister ….van VROM in een kabinet dat wil verbinden?


Dit artikel verscheen eerder op Stadszaken.nl

Auteur:

Portret - Paul van Dijk
Paul van Dijk

Partner Akro Consult

Recente artikelen