platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Gebiedsontwikkeling Rijswijk-Zuid

Gebiedsontwikkeling Rijswijk-Zuid

De praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling van de TU Delft is sinds november 2008 actief betrokken bij de gebiedsontwikkeling Rijswijk-Zuid. Via co-creatie zijn de afgelopen jaren samen met de gemeente aan het Masterplan en de voorbereiding van het bestemmingsplan gewerkt. Het Masterplan is op drie november 2009 goedgekeurd door de gemeenteraad, het ontwerpbestemmingsplan voor één van de drie deelgebieden, Sion genaamd, wordt lente 2011 ter goedkeuring aangeboden aan de raad. De belangrijkste lessen liggen op het terrein van het betrekken van de raad en regionale stakeholders, informatiemanagement, duurzaamheid en rekenen en tekenen.

Rijswijk-Zuid is de laatste grote bouwlocatie in de regio Haaglanden. Het totale woningbouwprogramma telt ongeveer 4.250 woningen en 15 hectare bedrijfsterrein. Bijzonder aan de locatie zijn de twee stadsparken aan de noordzijde, de Vliet aan de westzijde, de bestaande waterstructuur en de rijke cultuurhistorie. Daarnaast is Rijswijk-Zuid goed bereikbaar via de A4 en in de toekomst wellicht via een nieuw station tussen de huidige stations Rijswijk en Delft.

Betrekken van de Raad

Het programmabureau Rijswijk-Zuid is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het gebied. Samen met de praktijkleerstoel is een traject ingericht om de gemeenteraad en B&W intensief te betrekken bij de inhoud en voortgang van de gebiedsontwikkeling. Tijdens informatieavonden, workshops en excursies heeft de raad haar ambities geformuleerd (duurzame oplossingen voor water, energie en mobiliteit; historische waarden gebruiken; aandacht voor leefbaarheid en veiligheid; regie bij de gemeente houden; kritisch zijn op de grondexploitatie) en gereageerd op tussenresultaten. Ambities en aandachtspunten zijn vervolgens verwerkt in de planvorming.

Projectgroep

Voor de ontwikkeling van het plan en de procesbewaking is een projectgroep samengesteld waarin, behalve de directeur en enkele medewerkers van het programmabureau, ook medewerkers van de praktijkleerstoel en adviseurs van KuiperCompagnons en Deloitte deelnamen. In de projectgroep werden zowel de bijeenkomsten met de raad voorbereid als de plenaire sessies met de werkgroepen. In de projectgroep zijn besluiten genomen over plan van aanpak, samenwerking en communicatie. In de werkgroepen werd diepteonderzoek gedaan naar programma, planeconomie, concept en duurzaamheid. Hierin hadden medewerkers van de gemeente Rijswijk, Deloitte, TU Delft, KuiperCompagnons, Haaglanden en het Hoogheemraadschap Delfland zitting. De groepen brachten het vigerende beleid van de gemeente en andere (regionale) overheden in kaart, beschreven ambities per thema in notities en gaven opdracht aan externe partijen om deelonderzoeken uit te voeren.
Tijdens plenaire bijeenkomsten werden de resultaten aan elkaar gepresenteerd en de integrale vraagstukken met elkaar besproken. Er is overleg geweest met diverse (regionale) stakeholders. En er is intensief samengewerkt met de provincie, nadat zij op 2 juni 2009 een deel van het bestemmingsplan Rijswijk-Zuid I had goedgekeurd, dat in september 2008 door de raad was goedgekeurd.

Inhoud

Om te komen tot een integraal plan dat ruimte laat voor een flexibele invulling is het van belang om zowel op de grote als kleine schaal problemen te detecteren en oplossingen te vinden.

Thema’s die in dit kader zijn onderzocht:

  1. Opgave: Wat houdt duurzame gebiedsontwikkeling voor Rijswijk Zuid in?
  2. Complexiteit: Wat wordt wanneer in een plan vastgelegd en wat blijft open en waarom?
  3. Informatie: Hoe wordt inhoud in deelopgaven uitgewerkt, maar toch in samenhang bijeengebracht in een plan?

Uitgangspunt

Uitgangspunt in dit project is ‘het ontwerp als sturingsinstrument’. Deze ontwerpende aanpak leent zich voor multidisciplinaire opgaven waar meerdere partijen bij betrokken zijn. Het stimuleert het denken in belangen in plaats van in standpunten (In de wetenschappelijke literatuur wordt gesproken van Urban Design Management. Een methode die is gebaseerd op de Mutual Gains Benadering. In Nederland bekend geworden via Frans Evers, onder meer via de publicatie ‘Het kan wel’ uitgegeven bij MGMC.). Tijdens het ontwerpen in groepsverband in workshops zijn knelpunten opgespoord, ambities op elkaar afgestemd en consequenties van ontwerpingrepen financieel doorgerekend. Vervolgens is een overzicht gemaakt van ambities en keuzes op basis waarvan KuiperCompagnons een conceptplan heeft getekend met bijbehorende sfeerbeelden die in het Masterplan zijn opgenomen. Het Masterplan vormt het resultaat van de eerste planvormingfase. Het stelt kaders voor de gebiedsontwikkeling en beschrijft het vervolgproces. In een kwaliteitskader (structuurbeeld genoemd) wordt verschil gemaakt in ontwerpvoorstellen die binnen de vigerende grondexploitatie realiseerbaar zijn en plannen waarvoor aanvullende gelden gezocht moeten worden in het vervolgproces. In de onderzoeksagenda worden belangrijke vraagstukken geformuleerd die in de toekomst aan bod moeten komen: systeemkeuzes op het gebied van bijvoorbeeld water en energie die consequenties voor de totale locatie hebben en specifieke keuzes voor het eerste deelgebied Sion, zoals de inrichting van de openbare ruimte en het woonprogramma.

Evaluatie

Op basis van enquêtes die gehouden zijn onder leden van de werkgroepen kunnen we voorzichtig concluderen dat de informatie-uitwisseling met de raad succesvol is geweest. Wat betreft de bevoegdheden van de projectgroep, de werkgroepen en de rol van de verschillende participerende partijen ontstond soms onduidelijkheid. Heldere afspraken ontbraken over wie eindverantwoordelijk was voor de integrale plankeuzes, wie de ambities formuleerde, het Masterplan zou opstellen en op basis van welke overwegingen.
Het onderzoek in de vier werkgroepen leverde volgens de medewerkers verdieping op en de plenaire bijeenkomsten vond men positief voor het uitwisselen van kennis, contacten en strategieën en voor de samenwerking. Hoewel kennisuitwisseling hoofddoel van deze bijeenkomsten was, bleek uit de enquête dat de werkgroepleden meer zeggenschap in het besluitvormingsproces hadden verwacht. Het gezamenlijk ontwerpenderwijs ontdekken van de knelpunten en potenties werd als positief ervaren, maar men uitte zich kritisch over de zichtbaarheid van deze uitkomsten in de integrale planvorming.

Gebiedsontwikkeling Rijswijk-Zuid - Afbeelding 1

Neuro-fuzzy model voor holistische planevaluatie by Dr. ir. Michael S. Bittermann, afd. Bouwtechnologie, leerstoel TO&I

Betrokken medewerkers TU-Delft: Friso de Zeeuw, Agnes Franzen, Jeroen Mensink, Jolai van der Vegt, Kristel Aalbers, Sjoerd Bijleveld en Marit van Rheenen.

Voor een pdf van de volledige publicatie zie bijlagen.

Auteur