platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Redactioneel

Gebiedstransformatie; verschil maken met ondernemerschap

Gebiedstransformatie; verschil maken met ondernemerschap

21 mei 2015 - Dit jaar is voor de vijfde keer de NRP Gulden Feniks gebiedsprijs uitgereikt. Winnaar in 2015 is het Bartokpark in Arnhem. Tijdelijkheid als motor voor transformatie van een stuk achterkant van de stad aldus de jury. Met minder middelen is in korte tijd een dierbare plek gerealiseerd door Buro Harro en het Departement van Tijdelijke Ordening (DTO). Vorig jaar won Central District Rotterdam; volgens de jury haalde de stad een van de mooiste stations van Europa binnen haar stadsgrenzen. Een kritische noot was er ook: het gebied leunt nog teveel op het station en het plein. De NRP Gulden Feniks is daarmee een prijs om van te leren. Wat zijn dit jaar trends en welke aspecten vragen aandacht?

Transformatie is van alle tijden, dat besefte ik laatst bij een bezoek aan kasteel Amerongen. Een kasteel dat het leven uit vervlogen tijden laat zien, in een ruim opgezette parkachtige omgeving. Door de eeuwen heen zijn het eigenaarschap, de bouwconstructie en het gebruik van het kasteel veranderd. De geschiedenis begint officieel in 1286. Op 20 juli van dat jaar verklaart Floris V van Holland dat Henric en Diederic Borre van Amerongen zijn ‘mannen van leen’ zijn geworden van ‘den Huyse dat is doen timmeren’. In deze vroege jaren is het kasteel meerdere malen verwoest en weer herbouwd. De laatste grootste verwoesting was de brand in 1673: aangestoken door Franse troepen met takkenbossen, omdat de belasting niet was betaald. Vervolgens is het kasteel onder bezielend eigenaarschap herbouwd en actief in gebruik genomen. In 1977 zijn het Huys, het interieur en de tuinen aan de Stichting Utrechtse Kastelen verkocht, die het complex begin jaren tachtig overdroeg aan de Stichting Kasteel Amerongen. Sinds 1983 kent het kasteel de Stichting Vriendenkring kasteel Amerongen. Na eeuwen privaat bezit is het kasteel nu een openbaar te bezoeken plek. Een mooi voorbeeld van de betrokkenheid van burgers, het werkende weg vormgeven aan transformatie en het ontwikkelen van nieuwe programmatische combinaties. Zo kent de keuken nog steeds de ‘morskeuken’ van voor de brand en het later toegevoegde nieuwe kookfornuis. Op dit moment wordt in deze gecombineerde keuken een van de beelden voor de tuin gerestaureerd. Deze elementen – die blijkbaar van alle tijden zijn – zien we ook terug bij de genomineerden van 2015 in de categorie gebiedstransformatie: Struyckenwijk (Breda), De Ceuvel (Amsterdam) en Bartokpark (Arnhem).

De genomineerden in het kort

Het Dr. Struyckenplein in Breda is een voorbeeld van een herstructurering van een jaren zestig-wijk door een ontwikkelingscombinatie, een woningcorporatie, diverse architecten en de gemeente Breda. In dit soort wijken probeerde men een scheiding aan te brengen tussen het doorgaande autoverkeer en het wonen. De flatgebouwen werden in repeterende ‘stempels’ neergezet. Het woningbezit is divers naar oppervlakte, maar wel overwegend in de huursector gerealiseerd. Een belangrijke vraag is hier hoe de fysieke transformatie kan bijdragen aan meer sociale diversiteit. De bakfiets wordt net als in veel andere stadswijken ingezet als wervingsmiddel voor jonge gezinnen. Deze gebiedstransformatie laat een gemengd programma zien, gericht op een centrumfunctie. De gemeente heeft geïnvesteerd in de openbare ruimte. Een project dus met een klassieke rolverdeling.

De jury: ‘De Struyckenwijk is een uitstekend voorbeeld van de doortastende en succesvolle aanpak van een van de vele grote probleemgebieden van Nederland, geaard in de portiekflatwijken van de jaren vijftig en zestig.’

Het tweede project De Ceuvel in Amsterdam laat zien hoe een bodemsaneringsopgave via particulier initiatief is doorontwikkeld naar een professionele conceptontwikkeling: een Living Lab voor groene technologie. Het gaat om een sterk vervuild terrein van een voormalige scheepswerf in Amsterdam-Noord, dat nu deels zelfvoorzienend is geworden. Met zonnepanelen wordt energie voor warmte en elektriciteit opgewekt, afvalwater wordt op het terrein gezuiverd en toiletwater tot herbruikbare compost verwerkt. Het gebied maakt onderdeel uit van Living Lab Buiksloterham, waar begin maart 2015 zo’n 20 partijen een manifest voor ondertekenden. Daaronder De Ceuvel, maar ook onder andere de Zelfbouwers Buiksloterham, het Afval Energie Bedrijf, Waternet, Alliander Duurzame Gebiedsontwikkeling en NUON. Centraal staat de gedachte van de circulaire stad als lerend project. Hoe omgaan met regelgeving, welke technologie is wanneer beschikbaar en wat zijn bijbehorende verdienmodellen? De uitdaging is om de gewenste invloed en mogelijke verantwoordelijkheid bij het gebied stapsgewijs verder te brengen.

De jury: ‘De Ceuvel staat voor een nieuwe generatie kartrekkers, die hun omgeving overrompelen met “het kan wél”. Een mooi voorbeeld van hoe bevlogen individuen een oplossing kunnen bieden aan iets waar professionals niet uit kwamen.’

Gebiedstransformatie; verschil maken met ondernemerschap - Afbeelding 1
-

Tot slot het Bartokpark in Arnhem, met tijdelijkheid als aanjager voor verdere gebiedstransformatie. Een klein stukje Veluwe midden in de stad, dat was de gedachte. Een snelle doorlooptijd van drie maanden, inclusief de vergunningen, de medewerking van de eigenaar van de grond en de aanleg van een heidelandschap met in het midden daarvan een reusachtig Feestaardvarken (een cadeau van Burgers’ Zoo aan de stad). Met de nieuwe bibliotheek van Neutelings Riedijk architecten, direct gelegen naast het Bartokpark, is dit voormalige zwarte gat in de stad omgetoverd tot een geliefde, veel bezochte plek. Investeerders ontdekken de locatie en investeren in de omliggende gebouwen. En bestaande buren zoals het Theater aan de Rijn passen hun gebouwen aan door een nieuwe voorkant te maken aan de parkzijde, met invullingen van langdurig ‘tijdelijk’ niet ingevulde stedelijke ruimte. De onzekerheid van tijdelijkheid is zodoende door diverse partijen omarmd.

De jury: ‘Ook Bartokpark symboliseert de kracht van het doen. Grote complimenten voor de daadkracht van initiatiefnemer Harro de Jong, die met een stukje Veluwe de stad Arnhem injecteert met haar eigen, natuurlijke habitat.’

Rode draden

Wie door de oogharen naar deze projecten kijkt, ziet de nodige overeenkomsten die breder van belang zijn: de transformatie in programma’s, een diversiteit in samenwerkende partijen, het tempo in de ontwikkeling houden en het uitnodigend karakter voor andere betrokkenen. Een belangrijke rode draad is dat de nominaties een mix zijn tussen institutionele en lokale kracht. Daarbij wordt steeds vaker gebruik gemaakt van zogenaamde Living Labs. Een term die staat voor test- en ontwikkelomgevingen: niet in het ‘cleane’ ontwikkellab, maar in de dagelijkse praktijk van de stad. Het gaat om een innovatieve samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen, overheden en gebruikers die nieuwe producten, diensten en businessmodellen ontwikkelen in een realistische context. Zo ontstaan gebieden met een eigen herkenbaar verhaal. Belangrijke lessen liggen bij een procesaanpak en deels ook onverwachte sociale en economische effecten.
De sociale en economische effecten in de drie gebieden zijn vooralsnog pril. De verhalen tonen een diversiteit in de betrokkenheid van burgers, die een tastbare bijdrage willen leveren aan hun stad. Met diverse vormen van ondernemerschap wordt het verschil gemaakt. De overheid geeft ruimte, sluit aan bij een gemeenschappelijke perspectief en is partner, zoekend naar haar rol met specifieke verantwoordelijkheden. Met ruimte binnen regelgeving, vertrouwen tussen betrokkenen en maatwerk per project.

Zie ook:

Auteur

agnes franzen pp
Agnes Franzen

Strategisch adviseur SKG/TU Delft |medeoprichter/hoofdredacteur van Gebiedsontwikkeling.nu (2010-2017)

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte