platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Gedeputeerde Peter Kerris (Gelderland) wil betere afwegingen maken tussen botsende belangen

Gedeputeerde Peter Kerris (Gelderland) wil betere afwegingen maken tussen botsende belangen

Luchtfoto Gelderland

Alle grote opgaven vragen om ruimte, en die is slechts beperkt beschikbaar. Peter Kerris, gedeputeerde in Gelderland, legt uit hoe zijn provincie slimmer wil omgaan met koppelkansen. “Met regiopartners doorlopen we steeds weer dezelfde processtappen: uitzoomen, inzoomen, koppelen en kiezen.”

Het is nog niet zo lang geleden dat we dachten dat Nederland ‘af’ was. Dat we wat lijnen op de kaart en zones ingekleurd hadden en dachten dat de grote beslissingen over het ruimtegebruik in Nederland wel genomen waren. De rest zou een kwestie zijn van inpassen en van beheer en onderhoud.

Kijkrichting omkeren

Maar neem Gelderland. Deze provincie is nooit af, zo is mij wel duidelijk geworden. De wereld om ons heen verandert continu. Neem bijvoorbeeld het stikstofprobleem of de grote woningbouwopgave waar we in Gelderland voor staan, naast de gevolgen van klimaatverandering en de opwek van duurzame energie. Zeker hier zijn deze kwesties voelbaar. Grote rivieren en centrale verkeersaders lopen door Gelderland, we hebben steden en dorpen met veel aantrekkingskracht, natuurgebieden van nationale betekenis, maar ook droge zandgronden. Zaken die allemaal om ruimte vragen. Tegelijkertijd is er te weinig vrij beschikbare grond. Ongeveer driekwart van het grondgebruik in Gelderland bestaat uit natuur en landbouw.

Wat we daarbij nog te vaak doen, is per toerbeurt één bepaalde ontwikkeling of opgave beetpakken en daar beleid op maken, onder het mom “het moet maar zo kunnen”. Ik denk dat we onze kijkrichting moeten omkeren en moeten vertrekken vanuit de leefomgeving van mensen en de impact die de ontwikkelingen daarop hebben. Kijken hoe dingen samenvallen, samenhang zoeken en goede combinaties maken. Oftewel: samenhang, tenzij. Inrichtingskeuzes veranderen namelijk niet alleen het uiterlijk van een stad of het land, maar kunnen ook gevolgen hebben op de economische en sociale kansen van mensen en voor hun gezondheid. Het goed combineren van opgaven met een ruimteclaim is dan ook met recht een kunst te noemen. Daar moeten we gericht wat voor doen.

Arnhem Centrum West Rijn

‘Arnhem Centrum West Rijn’ door Antoinette Kuhlmann (bron: commons.wikipedia.org)

Ratrace en braakligging

Dit klinkt logisch en wellicht als een open deur, maar dat is het in de uitvoeringspraktijk allerminst. We hebben in Gelderland de afgelopen jaren veel ervaring opgedaan met complexe gebiedsontwikkelingen. Park Lingezegen, Waalfront en nu bijvoorbeeld met de verstedelijkingsstrategie Arnhem, Nijmegen en Food Valley. We zien tegelijkertijd dat sommige opgaven wel een heel sterke eigen dynamiek kennen: met eigen middelen, aanpakken, urgenties, zoneringen en regels. In zo’n dynamiek ontstaan slimme verbindingen en win-win-combinaties niet vanzelf. Regelmatig zien we een ratrace op de ruimte, waarbij wie het eerst claimt, zoneert of financiert, het eerst maalt en bepaalt.

Het omgekeerde zien we overigens ook: braakliggend terrein dat verrommelt omdat niemand een duidelijk belang heeft en de noodzaak ontbreekt om aan de slag te gaan. Bijvoorbeeld bij verouderde bedrijventerreinen met veel leegstand waar weinig beweging tot ontwikkeling zit, terwijl op andere plekken met urgentie ruimte wordt gevraagd voor nieuwe bedrijventerreinen. Deze manier van werken moeten we met het oog op de toekomst zien om te keren.

In de spiegel

Voor deze opgave wordt vaak verwezen naar de verkokerende organisatiestructuur van de Rijksoverheid – elk departement zijn eigen opgave – en het ontbreken van nationale ruimtelijke uitgangspunten. Dit zijn zeker belangrijke punten van aandacht. Maar die oorzaken ontslaan ons niet van de plicht ook zelf in de spiegel te kijken. Wat ons college ziet, is dat in het verleden ook provinciale regels, procedures en werkwijzen zijn opgesteld die gericht zijn op deelonderdelen en deelbelangen. Dit gebeurde vanuit goede intenties en passend bij de vraagstukken en denkkaders die we toen hadden.

Regelmatig zien we een ratrace op de ruimte, waarbij wie het eerst claimt, zoneert of financiert, het eerst maalt en bepaalt

De uitdaging zit vandaag de dag alleen niet zozeer in regels, vergunningen en procedures vervatten van afgebakende belangen. De crux zit hem nu juist in het maken van afwegingen tussen zaken. De druk op de ruimte dwingt ons tot wikken en wegen en het maken van scherpe keuzes. We zullen combinaties tussen ruimtevragers moeten maken, het soms net even anders moeten doen, en ook wel eens een veer moeten laten. Dit vraagt iets van onze eigen flexibiliteit. Op dit punt hebben we zelf ook stappen te zetten.

Uitzoomen, inzoomen, koppelen en kiezen

Voor mij reden om te koersen op nieuw elan in de Gelderse ruimtelijke ordening. Voor mij zit de kern in wat ik ‘omgevingsgericht werken’ noem, een term die voor mij goed past bij de Omgevingswet. Omgevingsgericht werken is voor mij: ‘opgaven + belangen + gebied + partners + kwaliteit’ slim en uitvoeringsgericht bij elkaar brengen. Dit doen we met de ambities van onze Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ als stip op de horizon en met inachtneming van de randvoorwaarden van onze Omgevingsveror­dening en de Omge­vingswet. En: met participatie als vertrekpunt. Samen met de omgeving vorm geven aan de omgeving!

Omgevingsgericht werken is: ‘opgaven + belangen + gebied + partners + kwaliteit’ slim en uitvoeringsgericht bij elkaar brengen

De ervaring heeft ons geleerd dat, om te ontdekken waar slimme uitvoeringskrachtige verbindingen zitten, het van belang is samen met regiopartners steeds weer dezelfde processtappen te doorlopen: Uitzoomen, Inzoomen, Koppelen en Kiezen. Noem het een soort uitvoeringsmantra. Door eerst naar het grotere plaatje te kijken (uitzoomen) en vervolgens de diepte in te gaan en te kijken naar het DNA van het gebied en de lagen af te pellen (inzoomen), ontstaat een beeld van wat er speelt en mogelijke perspectieven zijn. Dergelijke analyses, zo is onze ervaring, zijn een goede basis om tot concrete uitvoeringsagenda’s te komen met een heldere duiding van elkaars rollen en elkaars inzet (koppelen, kiezen).

Niet af en toe

We hebben dit bijvoorbeeld gezien bij het MIRT-project Rivierklimaatpark IJsselpoort. Door eerst uit te zoomen en daarna in te zoomen in een intensief participatietraject, zijn zaken in versnelling gebracht en slimme koppelingen tussen waterveiligheid, natuur, bedrijvigheid en stedelijke uitloop gevonden. Dit zijn koppelingen die we vanuit sectorale invalhoeken en met vaste lijnen en zones op de kaart niet snel hadden gevonden. En met een mooi resultaat: een door alle partijen ondertekend plan om extra natuur te realiseren, wat mogelijk is door de natuurbegrenzing slim te herschikken in overleg met natuurbeheerders en boeren. Maar ook: afdoende ruimte om te ondernemen omdat de rivier juist daar de ruimte krijgt waar het samenvalt met andere opgaven, zoals in de Uiterwaarden in Westervoort.

Ingang Kasteel Vorden

‘Ingang Kasteel Vorden’ door Roger Veringmeier (bron: commons.wikipedia.org)

Vergelijkbare trajecten lopen nu in de Achterhoek (bij de vraagstukken die daar spelen rondom droogte, landbouw, stikstof, woningbouw en bedrijvigheid) en de verstedelijkingsstrategieën van Arnhem, Nijmegen en Food Valley. Natuurlijk, de praktijk is weerbarstig en we zullen nodige de nodige stappen moeten zetten. Maar het begint met ambitie en intentie. En mijn ambitie is om deze manier van denken en doen hét uitgangspunt te laten zijn – niet zo af en toe, maar bij álle ruimtelijke vraagstukken. Daarom bespreken we in september deze werkwijze met de Gelderse Provinciale Staten. We stellen voor om deze werkwijze consequent toe te passen bij beleidsontwikkelingen en uitvoeringsplannen die een claim leggen op de Gelderse ruimte, als leidraad voor ons handelen.

De provincie als landheer

Deze werkwijze helpt ook om tot een meer zelfbewuste invulling van onze rol als provincie te komen. Naast de verantwoordelijkheid voor specifieke provinciale belangen – bijvoorbeeld voor natuur of mobiliteit – hebben wij als middenbestuur een gebiedsgerichte coördinerende rol. Laten we zeggen dat we een soort ‘landheer’ zijn met als taak ervoor te zorgen dat alle opgaven goed landen in Gelderse leefomgeving: een Gaaf Gelderland waar de ruimte in balans is.

Wanneer en hoe wij in deze rol stappen, is een keuze en hangt onder meer af van de kracht van het regionale netwerk. Wel vraagt de huidige dynamiek van ons om deze coördinerende rol weer eens tegen het licht te houden. Hoe vullen wij deze rol op dit moment in? Doen we dit afdoende effectief? Of zijn er punten voor verbetering? Ik stel deze vragen omdat ik zie dat op dit punt nog stappen te zetten zijn. Zo hebben we niet voor al onze beleidsambities in beeld hoe zij neerslaan in de Gelderse streken – met welk beoogd, denkbaar, mogelijk of gewenst ruimtebeslag. En weten we dus ook niet altijd waar en hoe de verschillende ambities elkaar raken, iets wat van belang is als je een coördinerende rol hebt. We willen hier meer greep op krijgen.

Laten we zeggen dat we een soort ‘landheer’ zijn met als taak ervoor te zorgen dat alle opgaven goed landen in Gelderse leefomgeving

Trotse stappen

Daarnaast is een flexibelere kijk op onze eigen werkwijzen, instrumenten en procedures nodig. Adequate vergunningen, slagvaardige subsidies en heldere, handhaafbare regels: alles is nodig om snel, soepel en slagvaardig te kunnen zijn. Op dit punt zijn in Gelderland al de nodige stappen gezet. Cruciaal is dat Provinciale Staten onlangs in de Gelderse Omgevingsverordening een beoordelingskader hebben opgenomen, dat ons de ruimte biedt om botsende belangen tegen elkaar af te wegen. Hiervoor hebben we op rijksniveau de Crisis- en herstelwet moeten aanwenden.

Met dit kader in de hand kunnen we – vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet – afwegingen maken tussen botsende belangen en botsende regels. Niet zomaar en vanuit willekeur, maar gericht en om tot een goede ruimtelijke balans tussen opgaven te komen. Zo moesten we in het verleden goede initiatieven soms afwijzen omdat (deel)onderdelen in de verordening geen uitzondering toestonden of vastomlijnde compensatiemaatregelen voorschreven. Een voorbeeld hiervan is de vestiging van glastuinbouwbedrijven. De gebieden voor glastuinbouwontwikkeling zijn helder. Maar ontwikkelingen gaan snel en nieuwe functiecombinaties komen soms in beeld, bijvoorbeeld vanwege de energietransitie, de behoefte aan woningen of duurzame mobiliteit. Omdat we deze ontwikkelingen niet hadden voorzien op onze verordeningskaart, konden we niet anders dan ‘nee’ zeggen tegen dit soort ontwikkelingen. Nu hebben we de ruimte om bij dit soort vraagstukken combinaties en koppelingen te maken. Ik zie dat als een belangrijke mijlpaal die een stevige impuls geeft aan de Gelderse omgevingsgerichte manier van werken. Het is daarom een stap waar ik trots op ben.

Wilt u reageren op dit artikel of een gastbijdrage voor Gebiedsontwikkeling.nu schrijven over een ander onderwerp? Bekijk dan hier de mogelijkheden.

Cover: 'Luchtfoto Gelderland' door Mike Admiraal (bron: shutterstock.com)

Auteur

Peter Kerris
Peter Kerris

Gedeputeerde voor onder meer Wonen, ruimtelijke ordening, klimaatadaptatie, bedrijventerreinen bij Provincie Gelderland

Bekijk alle artikelen