platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Geef de innovatiekracht van broedplaatsen de ruimte

Geef de innovatiekracht van broedplaatsen de ruimte

Jam Willem Doormembal from Amsterdam Haarlem Nederland Projektgebiet "De Ceuvel" in Amsterdam-Noord 23 februari 2019

7 sep 2020 - Wethouders, ontwikkelaars en ook ontwerpers, stellen normaliter eerst doelen voor een gebied en gaan dan aan de slag om deze te verwezenlijken. Maar vernieuwing door middel van innovatie, komt niet alleen op de tekentafel tot stand. Het gat tussen de gedachte en de realiteit is groot. Uit onderzoek van Christiaan Weiler blijkt dat langdurige praktijkgerichte co-creatie in broedplaatsen, die als een soort prototypes voor gebiedsontwikkeling fungeren, sneller tot innovaties leiden.

In een periode van crisis waarin de bekende verdienmodellen voor gebiedsontwikkeling niet meer houdbaar zijn, zoals in de huidige coronacrisis, winnen andere waarden en andere ontwikkelingsmodellen aan belang. Werkbare nieuwe modellen, nieuwe technieken en nieuwe verbanden ontstaan echter niet op de tekentafel. Dat laat mijn onderzoek naar de innovatiekracht van broedplaatsen zien.

Om onze leefomgeving te verduurzamen hebben we geïntegreerde innovatieve ontwerpen, technieken en beheermodellen nodig. Dat verduurzaming van belang is en dat innovatie daar aan bij kan dragen behoeft denk ik geen uitleg. De vraag is wel hoe dat voor elkaar te krijgen, wie dat doen en in welke omstandigheden.

Direct in de praktijk testen

In mijn onderzoek naar de innovatiekracht van broedplaatsen is duidelijk geworden dat geslaagde vrijplaatsen de ruimte scheppen voor zeer verschillende mensen met uiteenlopende (professionele) achtergronden. Zij voelen de vrijheid samen te komen en samen te werken waardoor nieuwe ideeën ontstaan. Broedplaatsen kunnen op die manier verschillende werelden samenbrengen of sectoren overbruggen waardoor nieuwe betekenisvolle verbanden gelegd worden. De resultaten van mijn onderzoek naar informele gebiedsontwikkeling biedt bruikbare inzichten voor hoe dat werkt.

In opdracht van Atelier Rijksbouwmeester deed ik onderzoek naar twee inmiddels bekende broedplaatsen in Nederland: het Schieblock in Rotterdam en de Ceuvel in Amsterdam. Op de Dakakker bovenop het Schieblock is een nieuwe techniek ontwikkeld voor regenwaterberging gecombineerd met begroeide daken. Na de ontwikkeling van deze technieken op de Dakakker zijn die door de gemeente voorgeschreven in tenders voor nieuwe gebiedsontwikkelingen in Rotterdam. Deze innovatie heeft derhalve direct effect gehad op verduurzaming van de stad.

In de Ceuvel is een techniek ontwikkeld waarmee afvalwater op locatie gescheiden, en warmte geproduceerd kan worden. Dergelijke technieken – off the grid – maken duurzame gebiedsontwikkeling gemakkelijker en mogelijk ook goedkoper.

Deze, en ook andere broedplaatsen, zijn een bron en voorbeeld van innovaties waar nieuwe vormen van techniek en beheer, ontwerp en uitvoering, direct in de praktijk worden getest. Om een succesvolle broedplaats te zijn, die fungeert als prototype voor gebiedsontwikkeling, speelt niet alleen technische innovatie mee. Of beter: om technische innovaties in een broedplaats te laten ontstaan is ten eerste bij de betrokkenen de gevoelde urgentie van het creëren van maatschappelijke waarde van belang. De gevoelde noodzaak om te veranderen, te innoveren en in dit geval te verduurzamen moet door een groep mensen gevoeld worden. De openheid van een broedplaats biedt ruimte aan een uiteenlopende groep mensen met verschillende achtergronden die elkaar ontmoeten, inspireren en met elkaar nieuwe mogelijkheden ontdekken. Dergelijke processen zijn duidelijk te herleiden in broedplaatsen als het Schieblock en de Ceuvel.

Dankzij de Dakakker op het Schieblock, met haar tuin, uitzicht en lunch, en de vrijmibo’s in de Biergarten delen managers van foodgigant Unilever dezelfde leefomgeving met medewerkers van startups, hiphoppers, vrijwilligers en schoolkinderen. Het Ceuvel Café is een plek waar ambtenaren, ingenieurs, kunstenaars, ontwerpers en buurtbewoners kennis nemen en zelfs deelnemen aan duurzame experimenten in circulaire techniek. De verscheidenheid van de betrokkenen hebben een onmiskenbare invloed gehad op de duurzame innovaties die er zijn ontstaan. Uit het onderzoek naar de innovatiekracht van broedplaatsen blijkt dat een evenwicht in vijf projectaspecten - Doelen, Deelnemers, Middelen, Services en Afspraken – essentieel is voor een bestendig en duurzaam initiatief.

Andere Nederlandse voorbeelden zijn De Wagenwerkplaats (Amersfoort), Minitopia (Den Bosch) en Het Hof van Carthesius (Utrecht). Dit zijn stuk voor stuk plekken met maatschappelijke waarde.  Er is maatschappelijke waarde gecreëerd met de mensen en de plek. Dat zijn de omstandigheden waarin ook technische innovaties kunnen ontstaan.

Nieuwe wegen inslaan

Het is treffend dat de omschreven locaties niet nauwkeurig zijn geprogrammeerd, ontworpen en gecertificeerd. Door de ‘georganiseerde samenloop van omstandigheden’ blijkt steeds de mogelijkheid te bestaan om nieuwe richtingen in te slaan. Zo is De Dakakker pas ontstaan nadat het Rotterdams Milieucentrum een ruimte in het gebouw huurde.

Het Ceuvel Café was in het initiële ontwerp slechts een theehuis, dat later een belangrijk podium voor duurzame manifestaties is geworden. Het verschil tussen ontwerp(end onderzoek) en ‘real-space prototypes’ wordt hier duidelijk. Ontwerpmodellen op schaal, tekeningen en 3D, sluiten zoveel mogelijk risico’s uit doordat vele partijen hun werk precies afstemmen, voorafgaand aan de uitvoering. De broedplaatsprototypes werken anders - alsof een schets meteen is uitgevoerd en alle verbeteringen gedurende de exploitatie moeten worden gevonden. De levendigheid van broedplaatsontwikkeling is niet gericht op het uitsluiten van risico’s en laat zodoende ruimte voor onvoorziene innovatiekansen.

Ogenschijnlijk chaotisch

In het ‘Value-Cycle for Real-Space-onderzoek’ is duidelijk geworden dat technische en sociale innovatie parallelle doelen zijn die allebei bevorderd worden door met diverse partijen aan een prototype te werken. In gebiedsontwikkeling kan dit door ttal van middelen ondersteund worden: zet marketing-, communicatie- en trainingsbudget in op innovatieve programma’s in broedplaatsen, stel onrendabele ruimtes in de plinten van gebouwen open voor maatschappelijke startups en organiseer praktijkgerichte samenwerkingsverbanden tussen overheid, markt, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en eindgebruikers. Met tijdelijke joint-ventures voor innovatieve ‘Diensten van algemeen belang’, organiseert de bouwsector dan zijn eigen R&D om voortschrijdend haar praktijk te vernieuwen voor toekomstbestendige projecten.

De ogenschijnlijk chaotische aanpak van grensoverschrijdende of transsectorale samenwerking die we vinden in broedplaatsen lijkt risicovol en complex maar kan ons echt helpen te innoveren. Bovendien levert het, behalve duurzame technische waarde ook duurzame maatschappelijke waarde. Formele gebiedsontwikkeling kan daar baat bij hebben. Juist nu de sector zich als gevolg van de coronacrisis bezint op een andere koers. Het is dan ook tijd om nieuwe leeromgevingen in gebiedsontwikkeling te integreren.

 

Cover:  Jam Willem Doormembal, Projektgebiet “De Ceuvel” in Amsterdam-Noord 23 februari 2019

Auteur

Christiaan weiler
Christiaan Weiler

Consultant, designer, architect, researcher on the service-side of the built environment

Bekijk alle artikelen