platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Gemeenten beter voorbereid op Omgevingswet, maar er is ook veel scepsis

Gemeenten beter voorbereid op Omgevingswet, maar er is ook veel scepsis

luchtfoto Groningen -> Afbeelding van Rudy and Peter Skitterians via Pixabay

Nederlandse gemeenten zijn steeds beter voorbereid op de implementatie van de Omgevingswet. Dat blijkt uit de gemeentebenchmark Omgevingswet van adviesbureau Stec Groep. Maar lang niet alle lokale overheden zien de toekomst met de nieuwe wet positief in. “De Omgevingswet is een vluggertje geworden en kent enorme risico’s.”

Voor het derde jaar op rij heeft economisch adviesbureau Stec Groep de gemeentebenchmark Omgevingswet uitgevoerd. In totaal hebben 115 gemeenten, ongeveer een derde van alle gemeenten in Nederland, de vragenlijst ingevuld. Respondenten geven zichzelf gemiddeld een 6,8 voor de implementatie van de Omgevingswet, bijna een kwart geeft zichzelf een acht of hoger. Dat betekent, concluderen de onderzoekers, dat het beeld dat naar voren komt uit de benchmark daarmee positiever is dan in 2018 en 2019.

Ook geeft bijna twee derde van de gemeenten aan dat de Omgevingswet ruim een jaar voor de invoering ‘enorm speelt’ binnen hun grenzen. Twee jaar geleden was dat nog maar 43 procent. Slechts zeven procent geeft aan dat de wet, die op 1 januari 2022 in werking treedt, niet of nauwelijks leeft. Het toegenomen gevoel van urgentie is terug te zien in het aantal gemeenten dat stelt helemaal klaar te zijn voor de implementatie. In 22 procent van de gevallen wordt de cultuurverandering die nodig is als afgerond gezien. In 2018 was dit cijfer nog maar 11 procent.

Zorgenkindje

De benchmark is niet alleen maar een goed nieuwsshow. Zo liggen de verwachtingen over de impact die de introductie van de wet gaat hebben, lager dan in voorgaande jaren. Bijna de helft van de respondenten denkt dat veel anders wordt. Vooral gemeenten in minder stedelijke gebieden verwachten niet veel verschuivingen. Tegelijkertijd concluderen de onderzoekers dat gemeenten minder ambitieus worden. Ze grijpen steeds minder vaak de omgevingsvisie aan om het omgevingsbeleid te verbeteren, blijkt uit de benchmark. Eén op de vijf gemeenten zegt de huidige visies beleidsneutraal om te zetten in de omgevingsvisie. 

Daarnaast twijfelen veel respondenten of de thema’s op het gebied van ruimtelijke ordening ook goed uit de verf gaan komen als de Omgevingswet wordt geïntroduceerd. De helft van de gemeenten geeft aan niet te weten of het gaat lukken om meer flexibiliteit en afwegingsruimte te realiseren in het ruimtelijke beleid. Ook monitoring en digitalisering “blijft een zorgenkindje”, aldus de onderzoekers.

Mank en doelloos

De benchmark is niet de enige plek waar kritische geluiden over de implementatie van de wet te horen zijn. In een opiniestuk in Trouw uitte de Groningse wethouder Roeland van der Schaaf vorige maand zijn zorgen. “De wet kampt vlak voor de eindstreep met ernstige problemen. De computersystemen zijn niet op orde, gemeenten staan voor hoge uitvoeringskosten en de rechtsbescherming van burgers tegen een overambitieuze vastgoedsector is niet geregeld. Nu de woningnood in Nederland zijn top heeft bereikt, is het tijd voor bezinning. De Omgevingswet is een vluggertje geworden en kent enorme risico’s.”

De PvdA-wethouder stelt in het artikel dat de Omgevingswet best een aantal goede basisgedachten bevat. Maar, zegt hij, de wet is ook naïef. “We staan aan de vooravond van een tweede golf van massaproductie in de bouwsector, die doet denken aan de wederopbouw, maar dan zonder architectuur. Als dat de norm wordt, kunnen we onze woningen beter bestellen bij Ikea en schroeven we ze zelf in elkaar.” Tegelijkertijd zijn volgens Van der Schaaf cruciale onderdelen als de ICT niet op orde en noemt hij de bekostiging van de invoering een farce. “De start van de Omgevingswet was veelbelovend, maar inmiddels lopen we mank en doelloos rond.”

Democratische impuls

In een artikel op de website van Binnenlands Bestuur laat ook Co Verdaas, hoogleraar gebiedsontwikkeling aan de TU Delft en dijkgraaf bij Waterschap Rivierenland, zijn licht schijnen over de zorgen die bij gemeenten leven. Hij snapt de kritische geluiden, maar ziet de nieuwe wet toch als een beter alternatief om de grote opgaven in Nederland aan te pakken.

“De Omgevingswet is een democratische impuls. Je wordt als gemeente aan de voorkant van de besluitvorming gedwongen alle partijen om tafel te krijgen. Dat is nu het grootste tekort in de keuzes rondom de inrichting van Nederland. We proberen via van elkaar gescheiden, sectorale routes een ruimtelijke ontwikkeling tot stand te brengen. Maar je kunt als bestuurder de burgers bijna niet uitleggen hoe je tot de uiteindelijke afweging komt.”

“We staan als overheden voor grote opgaven als klimaatadaptatie, woningbouw, de energietransitie, bereikbaarheid en de stikstofdiscussie”, zegt Verdaas, die de term ‘Omgevingswet’ als vers aangetreden PvdA-Kamerlid in 2003 nog introduceerde. “Als je je afvraagt wat voor stelsel we nodig hebben om dat op een ordentelijke manier tot besluitvorming en uitvoering te brengen, dan haalt niemand het in zijn hoofd om met 26 sectorale wetten aan te komen. Dat is wel wat wij nu hebben. De mensen die denken dat je daarmee straks nog kunt werken, die komen van een koude kermis thuis. De noodzaak van de Omgevingswet gaat voorbij aan alle operationele vraagstukken en financiële discussies. Je moet onze samenleving die wet gewoon gunnen.”

De gemeentebenchmark Omgevingswet is hier te vinden. Lees het opinieartikel van Roeland van der Schaaf op de website van Trouw en het interview met Co Verdaas op de website van Binnenlands Bestuur.

Cover: Afbeelding van Rudy and Peter Skitterians via Pixabay 

Auteur

Jasper Monster
Jasper Monster

Freelance Journalist en webredacteur Gebiedsontwikkeling.nu

Bekijk alle artikelen