Opinie De term ravijnjaar is de afgelopen jaren dé term geworden om de penibele financiële toekomst van Nederlandse gemeenten aan te duiden. Columnist Ellen van Bueren ziet het plaatje alleen maar verslechteren, omdat er nóg een grote (financiële) uitdaging op de gemeenten wacht: investeringen in gemeentelijke klimaatadaptatie. “Koppel investeringen in gemeentelijke weerbaarheid aan klimaatadaptatie.”
Gemeenten liggen in de frontlinie als het gaat om de gevolgen van klimaatverandering. Afgelopen week kopte een artikel in ESB over de klimaatkosten voor gemeenten. Die zijn hoog voor alle gemeenten. Maar net als het gemiddelde woonoppervlak zijn ook hier de kosten niet gelijkelijk verdeeld. In gemeenten die zijn gelegen op kwetsbare plekken zullen de kosten van klimaatschade en adaptatie groter zijn dan in andere gemeenten.
Meer uitgestrekte en dunner bevolkte gebieden krijgen te maken met hogere kosten terwijl zij minder inkomsten hebben. In 2050 zullen de klimaatkosten 30 tot 50 procent van de gemeentelijke begroting bedragen en in enkele gebieden is dit zelfs meer dan 50 procent. Dit terwijl de gemeentelijke inkomsten juist eroderen door een verminderde waarde van het vastgoed. Gemeenten kunnen zo terechtkomen in een neerwaartse spiraal.
Het uit- of achterblijven van investeringen in gemeentelijke klimaatadaptatie is een groot vraagstuk, maar mist urgentie. In de gemeenteraadsverkiezingen kwam het onderwerp nauwelijks aan bod. Zelfs in een vaak door overstromingen geteisterd Valkenburg aan de Geul in Limburg was het geen issue. Het onderwerp is misschien te groot, te ingewikkeld en/of te pijnlijk – en er moet geld worden verdiend. Wat wel aandacht krijgt, is de ‘weerbaarheid’ van Nederland. Ook daar moeten gemeenten in investeren.
Koppel investeringen in noodmaatregelen aan adaptatiemaatregelen. Alleen dan werken we aan duurzame weerbaarheid
Want het voorkomen of verminderen van de impact van rampen is een groot goed, maar het goed voorbereid zijn op wat te doen als een ramp zich voordoet is evenzeer van belang. En ook daar dreigt een tekort aan middelen. De toegezegde Rijksmiddelen volstaan bij lange niet om voldoende noodsteunpunten in te richten. Het streven is één punt per 5.000 inwoners, aldus de Nijmeegse voorzitter Hubert Bruls, voorzitter van een veiligheidsregio in het AD.
De noodsteunpunten moeten er in 2027 al zijn. De tragiek die dreigt te ontstaan, is dat kortere termijn investeringen in ‘weerbaarheid’ ten tijde van rampen ten koste zullen gaan van de net zo noodzakelijke investeringen in preventie en adaptatie. Oftewel ingrepen die de nood juist kunnen verminderen. En hoe langer we wachten met adaptatie, hoe hoger de kosten van de impact van het veranderende klimaat zullen zijn – voor de huidige en toekomstige generaties.
De omgekeerde adaptatiepiramide van de Stichting CAS laat goed zien hoe investeringen in crisismaatregelen (zonder investeringen in adaptatie) leiden tot een wankel evenwich. Daarentegen leiden investeringen in een stevige basis tot een stabieler en veiliger systeem, met lagere schadekosten in geval van een impact. De boodschap van de piramide is daarmee helder: koppel investeringen in noodmaatregelen aan adaptatiemaatregelen. Alleen dan werken we aan duurzame weerbaarheid.
Cover: ‘Ellen van Bueren Column Cover’ (bron: Esther Dijkstra)






