Haven van Rotterdam door Bopper Balten (bron: Shutterstock)

Genoeg plek maken voor de circulaire economie, dat vergt regionaal ruimtelijk denken en doen

6 oktober 2023

5 minuten

Onderzoek Er moet veel meer ruimte gereserveerd worden om de omslag naar een circulaire economie mogelijk te maken. Het Planbureau voor de Leefomgeving dringt daar op aan in een nieuw rapport en noemt vijf punten die helpen in de realisatie. Vooral provincies en gemeenten moeten zich aangesproken voelen.

Van de mooie ambities om grondstoffen efficiënter te gebruiken in Nederland komt nog maar bar weinig terecht. Dat bleek begin dit jaar uit een rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Zo berekenden de onderzoekers dat de hoeveelheden verbrand en gestort afval in Nederland de afgelopen jaren alleen maar toegenomen zijn. Dat geldt eveneens voor de hoeveelheid plastic die voor verpakkingen wordt gebruikt. Daarnaast is de gebruiksduur van meubels en kledingstukken niet verlengd maar juist afgenomen. Het zijn ontwikkelingen die de transitie naar een circulaire economie niet bepaald vooruithelpen.

Meer ruimte voor hergebruik van materialen klinkt wellicht vreemd in de oren

Het rapport kwam aan de orde tijdens de Dag van de Circulaire Gebiedsontwikkeling en daar werd voorgesorteerd op de ruimtelijke consequenties van de transitie naar een circulaire economie. Het ontlokte TU Delft-hoogleraar Gebiedsontwikkeling Co Verdaas de uitspraak dat “naar verwachting de strijd om de ruimte verder zal intensiveren, op weg naar een circulaire economie.”

Meer ruimte voor hergebruik van materialen: het klinkt wellicht wat vreemd in de oren. Recycling wekt namelijk de associatie van minder fabrieken, industrieterreinen en logistieke bewegingen. Maar niets is minder waar. Juist voor het scheiden, verwerken en vernieuwen van materialen tot nieuwe bruikbare producten is heel veel (opslag)ruimte nodig. Het gaat dan bijvoorbeeld om bedrijventerreinen voor recycling en (bio)grondstofverwerking, maar ook om binnenstedelijke locaties voor reparatie en deeleconomie.

40 procent meer ruimte

In het vorige week verschenen rapport Ruimte voor Circulaire Economie (pdf) maakt het PBL duidelijk dat het ruimtebeslag van de circulaire economie de nodige aandacht vraagt. Hoeveel ruimte in 2050 precies nodig is, is voor het PBL natuurlijk ook een kwestie van inschatten. Omdat Nederland zich op verschillende manieren kan ontwikkelen, maakt het planbureau tegenwoordig gebruik van toekomstscenario’s. Dit zijn er vier: toenemende wereldhandel, een digitaliserende wereld, een natuurlijk Nederland en regionaliserend land. De onderzoekers schatten in dat de circulaire economie in 2050 tot 40 procent meer ruimte in Nederland vraagt dan de lineaire, fossiele economie nu.

Petrochemische sector door VanderWolf Images (bron: Shutterstock)

‘Petrochemische sector’ door VanderWolf Images (bron: Shutterstock)


Het PBL maakt tevens duidelijk dat die ruimte er niet vanzelf komt – integendeel. De onderzoekers wijzen er op dat het niet alleen een opgave is om de nodige ruimte te vinden tussen ‘erkende’ claims als woningbouw, natuur, landbouw, mobiliteit en de energietransitie. Juist omdat het om een relatief nieuwe opgave gaat, staat ‘circulair’ niet overal op het netvlies. Hierdoor dreigt het over enkele decennia aan de benodigde ruimte voor de circulaire economie te ontbreken, vreest het PBL.

Bovendien willen de onderzoekers waken voor onomkeerbare beslissingen die de transitie naar een circulaire economie bemoeilijken: “De omzetting van een bedrijventerrein voor overlast gevende activiteiten (‘met hoge milieucategorie’) naar een andere bestemming is in de praktijk vaak onomkeerbaa

Er is een concrete uitvoeringsstrategie voor de circulaire economie op regionaal niveau nodig

De aanleg van een bedrijventerrein van de hoogste milieucategorie duurt door vergunningstrajecten decennia, terwijl een woonwijk bijvoorbeeld enkele malen sneller is gerealiseerd. Het is daarom belangrijk tijdig benodigde ruimte voor circulaire activiteiten met een zwaarder industrieel karakter te reserveren. Daarom is het goed voorzichtig te zijn met de herbestemming van bestaande bedrijventerreinen.”

Vijf aangrijpingspunten

Om de transitie naar een circulaire economie in 2050 te accommoderen moet er volgens het PBL nú gehandeld worden. Daar reiken de onderzoekers vijf ‘aangrijpingspunten’ voor aan. Met name provincies en gemeenten zijn volgens hen aan zet.

1 Calculeer de ruimtevraag in

Houd serieus rekening met extra ruimte voor de circulaire economie. Daarbij vergt de overgangsfase van lineaire naar een circulaire economie de nodige ‘schuifruimte’.

2 Reserveer strategische locaties

Locaties die van cruciaal belang zijn voor de circulaire economie moeten planologisch gereserveerd worden. Voorkom onomkeerbare keuzes die de transitie naar de circulaire economie in de weg staan. Dit geldt voor verschillende soorten plekken: van winkelcentra tot bedrijventerreinen, stadsranden en aan het water gelegen locaties.

Power station door ESB Professional (bron: Shutterstock)

‘Power station’ door ESB Professional (bron: Shutterstock)


3 Werk aan gedragsverandering

Consumentenvoorzieningen vragen ruimte op goed bereikbare locaties. Voorbeelden zijn de reparatie van producten, het opknappen of upgraden van verouderde producten, verhuur, opslagfaciliteiten voor deelgoederen en tweedehandswinkels. Een fysieke omgeving die aantrekkelijk is voor circulair gedrag, kan een bijdrage leveren aan de transitie naar een circulaire economie.

4 Agendeer infrastructuur voor de circulaire economie

In een circulaire economie zijn de infrastructuurnetwerken van belang voor het transport van materialen en goederen. Denk aan water-, spoor- en autowegen maar ook aan het elektriciteits- en warmtenetwerk. Circulaire economie vraagt om tijdige aanpassingen in infrastructuur en de ruimte die daarvoor nodig is.

5 Neem regie over de ruimte

Ten slotte wijst het PBL op de wisselwerking tussen het scheppen van de juiste voorwaarden in het ruimtelijk beleid en de keuzes die voor de circulaire economie gemaakt worden. Hierbij zijn volgens de onderzoekers “synergiën te behalen”. Voorwaarde is dat overheden bij de ontwikkeling, transformatie en herstructurering van gebieden voldoende aandacht besteden aan de circulaire strategieën, zoals bij woningbouw, energie- en warmtetransitie. Dit vraagt coördinatie en samenwerking tussen verschillende departementen (IenW, EZK, BZK en LNV) en overheden (Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen).

Naar een uitvoeringsagenda

De toekomstbeelden in de studie kunnen de beleidsmakers helpen om zicht te krijgen op de ruimtelijke implicaties van circulaire economie, aldus de onderzoekers. Decentrale overheden moeten een regionale ruimtelijke visie ontwikkelen op de circulaire economie en grondstoffen, gekoppeld aan een concrete uitvoeringsstrategie op regionaal niveau. In het verlengde hiervan moet het Rijk samen met andere partijen op landsniveau werken aan een ruimtelijke strategie of verkenning voor een circulaire economie.


Cover: ‘Haven van Rotterdam’ door Bopper Balten (bron: Shutterstock)


Portret - Joost Zonneveld

Door Joost Zonneveld

Hoofdredacteur van Gebiedsontwikkeling.nu


Meest recent

Ellen van Bueren Column Cover door Esther Dijkstra (bron: Esther Dijkstra)

Boodschap burgemeesters voor de Europese verkiezingen wordt niet gehoord

Volgens columnist Ellen van Bueren krijgen lokale stedelijke opgaven te weinig aandacht in de Europese verkiezingscampagnes. En dat is volgens haar een gemiste kans.

Opinie

27 mei 2024

Graffiti in Gent door Jesus Barroso (bron: Shutterstock)

Creatieve betonnen speeltuin wijkt voor placemaking, zo gaat dat in Gent

Placemaking kan helpen om een nieuw gebied op de kaart te zetten maar Bart Popken ontdekte het in Gent dat het ook eerdere creatieve activiteiten kan verdrijven. Het draagt daarmee net zo hard bij aan gentrificatie en grotere tegenstellingen.

Casus

27 mei 2024

Wembley stadion in Londen door FedericoCangiano (bron: Shutterstock)

Het grote vlaggenschip, dit leert Feyenoord City ons over aanjagers en vertragers in gebiedsontwikkeling

De vervlechting van aanjagers met gebiedsontwikkeling creëert zowel kansen als risico’s, zo laten Wouter Jan Verheul en collega-onderzoekers van Arcadis zien met hun onderzoek naar Feyenoord City. Wat kunnen we hiervan opsteken?

Uitgelicht
Analyse

24 mei 2024