Verslag
Bouwexpo Almere

Groots wonen in het klein

Terugblik bijeenkomst Klein wonen, de hype voorbij?

Door Maarten Hoorn

7 aug 2017 - Klein wonen staat steeds meer in de belangstelling. De stad wordt populairder, waardoor de prijs stijgt en mensen de keuze maken om kleiner te gaan wonen. Locatie is belangrijker dan oppervlakte. Micro-appartementen nemen daardoor toe in populariteit. De locatie of een woning moet steeds meer uitdrukken wie je bent. Dat geldt ook voor Tiny Houses, waarbij de nadruk ligt op duurzaamheid en flexibiliteit.

“Het is de week van de Tiny Houses” geeft Anne-Jo Visser (programmamanager Plaform31) aan als dagvoorzitter van het evenement ‘Klein wonen, de hype voorbij?’ op 16 juni 2017. De maandag ervoor is het eerste tiny straatje in Hardegaryp geopend en direct na het evenement worden de eerste twee Tiny Houses in Almere officieel geopend. Voldoende aanleiding om diverse onderwerpen de revue te laten passeren tijdens het evenement dat Platform31 in samenwerking met de gemeente Almere, RVO en het Woningbouwatelier organiseerde.

BouwEXPO Tiny Housing in Almere

Almere startte met de BouwEXPO Tiny Housing, omdat de gemeente constateerde dat de vraag van de bewoners van Almere verandert. Het is van oorsprong een gezinsstad, maar er zijn steeds meer eenpersoonshuishoudens. Daarom moeten er nieuwe concepten komen. Met de BouwEXPO wil de gemeente een impuls geven aan betaalbaar wonen. Tjeerd Herrema (wethouder Ruimte, wonen en wijken) is trots op de resultaten: “Klein wonen zorgt voor innovaties, met een prachtig palet aan huisjes.” Die huisjes kunnen in stedelijk gebied en in landelijk gebied worden gebruikt.

Jacqueline Tellinga (projectleider BouwEXPO Tiny Housing gemeente Almere) vult aan dat in Almere slechts 2,1 procent van de woningen kleiner is dan 50 m2. Dat is veel minder dan het Nederlandse gemiddelde van 5,1 procent. “Afzettend tegen de demografische ontwikkeling, moet er dus iets gebeuren,” aldus Tellinga. De BouwEXPO gaat uit van drie soorten woningen: permanente Tiny Houses, tijdelijke Tiny Houses (voor een periode van 2 jaar) en pioniers (autarkische Tiny Houses). Hiervoor schreef de gemeente een wedstrijd uit, met veel animo. Het uiteindelijke doel is altijd geweest om tot een buurtje te komen met Tiny Houses. De winnaars ondertekenden daarom eerst een intentieverklaring om vervolgens tot een grondovereenkomst te komen. Er waren relatief veel architecten geselecteerd door de jury en relatief weinig zelfbouwers. De winnaars maakten zich daarom de afgelopen tijd sterk om een investeerder voor hun innovatieve huisjes te vinden. Op 16 juni zijn de eerste woningen geopend op de definitieve locatie. De andere woningen volgen in de komende tijd. Ieder in zijn eigen tempo. Om een omgevingsvergunning te krijgen, zullen ze allemaal moeten voldoen aan het Bouwbesluit. De zestien huisjes die gebouwd gaan worden zijn prototypes die ook goed denkbaar zijn in een hogere dichtheid.

Micro-appartementen en tiny houses

Klein wonen gaat verder dan alleen Tiny Houses. Ook de micro-appartementen zijn in opkomst. Esther Geuting (STEC) onderzocht de opkomst van kleiner wonen in opdracht van RVO. Het doel van het onderzoek was om na te gaan of het thema leeft. Het blijkt dat de opgave zo’n 60.000 tot 100.000 woningen zal zijn (8-15 procent van de bouwvraag). En dan met name in de grote steden, studentensteden en/of steden met een historisch centrum. De trend van kleinere woningen is al zichtbaar. In de afgelopen 40 jaar groeide de oppervlakte van nieuwe woningen elk jaar met zo’n vierkante meter. Sinds 2010 is een daling zichtbaar. Geuting analyseerde de gegevens. “Die daling komt niet door de crisis, maar door het feit dat er meer eenpersoonshuishoudens zijn.” De verwachting is dat die trend zal doorzetten.

Klein wonen heeft te maken met achterliggende trends als woonidentiteit, huishoudensverdunning, flexibele leefstijl, zelfvoorzienendheid en verstedelijking. Geld speelt natuurlijk ook altijd een rol. Een huishouden heeft een bepaald budget beschikbaar voor een woning. Dat betekent dat er vaak een afweging tussen de oppervlakte van het huis en de locatie van het huis moet worden gemaakt. In het verleden werd er dan vaak gekozen voor een groter huis en werden compromissen aan de locatie gedaan. Dat blijkt tegenwoordig andersom te zijn: de locatie is belangrijker geworden. Micro-appartementen in de stad worden daarmee gewilder. Maar woonidentiteit is leidend: dat is voor mensen steeds belangrijker. Dat geldt voor mensen die op een locatie in de stad in een klein appartement willen wonen, maar ook voor de mensen die een Tiny House kiezen. Wonen is tegenwoordig geen ‘one size fits all’ meer.

Klein en duurzaam wonen

De Stichting Tiny House Nederland spant zich in om klein en duurzaam wonen in Nederland mogelijk te maken. De stichting wil een erkende eigen status van Tiny Houses binnen de Nederlandse regelgeving realiseren. Marjolein Jonker (projectleider bij Stichting Tiny House Nederland) geeft aan dat de doelgroep van bewoners van Tiny Houses divers is. Uit onderzoek van de stichting blijkt dat kosten een primaire reden is, maar dat downsizen en het milieu belangrijke andere redenen zijn. “Voor bewoners is het belangrijk om te wonen in een huisje dat uitdrukt wie je bent, zodat je meer tijd kunt besteden aan dingen die je echt belangrijk vindt”, aldus Jonker. Potentiële bewoners komen voor in verschillende leeftijden. Een gevoel van vrijheid lijkt belangrijk: 22 procent wil helemaal geen (nuts)voorzieningen. Maar bij Tiny Houses speelt ook gemeenschapsgevoel mee. Het merendeel wil een terrein delen met gelijkgezinden.

Jonker vermoedt dat Tiny Houses nog niet in grote getale van de grond komen, vanwege de angst voor het onbekende. Gemeenten zijn gewend om de ontwikkeling van woningen aan projectontwikkelaars over te laten. Met meer aandacht voor de particulier en vormen als particulier opdrachtgeverschap, kan Tiny Housing een vlucht nemen. Een aanzienlijk deel van de Tiny Houses zijn flexibel en makkelijk te verplaatsen. Deze woonvorm kan daarom goed worden ingezet op tijdelijke locaties. Maar de angst dat mensen dan uiteindelijk niet weggaan is groot, waardoor niet wordt geëxperimenteerd.

Regelgeving en mogelijkheden

Wethouder Herrema kent deze angst van gemeenten. “Gebruik wordt ineens een recht. Maar er is een steeds grotere kopgroep die laat zien dat het kan.” Hij roept op dat die kopgroep elkaar moet vasthouden en moet meenemen. Een bijkomende lastigheid is dat bij verplaatsing van een woning telkens opnieuw een vergunning moet worden aangevraagd. Herrema is een voorstander van de bewegende stad, die dit mogelijk maakt.

Vaak wordt geroepen dat het Bouwbesluit Tiny Houses in de weg staat. Julia Sondermeijer (beleidscoördinator bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) geeft aan dat binnen het Bouwbesluit vaak veel mogelijk is. De oppervlakte van woningen is daarom zelden een probleem. Daarbij blijft wel altijd de vraag wat precies kwaliteit is. Het Bouwbesluit maakt het bijvoorbeeld mogelijk dat de minimale oppervlakte van een zelfgebouwde woning 11 m2 is. Maar het is dan nog niet zeker dat mensen dit ook willen. Belangrijk is ook te kijken naar de trends. Gezinsverdunning en vergrijzing zijn trends die van invloed zijn op de woonvraag. De opgave is dus om mogelijkheden te bieden aan mensen om anders te gaan wonen. Kijk goed wat de woonconsument wil. “Doen!” reageert Sondermeijer op de vraag wat er moet gebeuren om klein wonen mogelijk te maken. Gezien het animo voor de bijeenkomst en het enthousiasme, is de kans groot dat klein wonen de komende tijd een vlucht zal nemen.


Dit artikel verscheen eerder op Platform31.nl.

Coverfoto:  Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Auteur:

Maarten Hoorn
Maarten Hoorn

Projectleider Platform31

Recente artikelen