Blog

Handboek soldaat voor de gebiedsontwikkelaar: nu met social-design-toolkit

Door André Schaminée

20 feb 2014 - Participatiesamenleving, uitnodigingsplanologie, doe-democratie, burgerkracht. Het handboek soldaat voor de gebiedsontwikkelaar wordt regelmatig aangevuld met nieuwe denkmodellen en wensconcepten die beogen de relatie tussen overheid en burger op een nieuwe manier vorm te geven.

Ik geloof dat de meesten van ons het ook echt willen: samen met de burger ontwerpen en beslissen. Maar ik weet niet hoe het u vergaat, in de praktijk van alledag merk ik dat het nog niet zo makkelijk is om er invulling aan te geven. In de toelichting op het eerste jaarbericht van de VNG beschrijft Rob Van Gijzel (burgemeester van Eindhoven) een herkenbaar fenomeen: “Wij als overheid zeggen wel ‘de burger centraal’, maar dan bedoelen we nog al te vaak dat wij de burger centraal willen stellen, dat wij de burger de kans moeten geven aan zet te zijn. Als de burger dat zelf, ongevraagd, gewoon doet, hebben we daar vaak nog geen goede reactie op.”

De observatie van Van Gijzel beschrijft de aloude botsing tussen de systeemwereld (i.c. een gemeente) en het dagelijks leven van de burger. Het is geen sinecure om deze twee werelden congruent te maken. Ik heb de ervaring dat social design daarbij kan helpen.

Social design

Social designers zijn ontwerpers en beeldend kunstenaars die met hun kennis en kunde een positief effect willen hebben op sociaal-maatschappelijke vraagstukken. Ze hebben een interessante toolkit voor gebiedsontwikkelaars. Zij combineren empathisch onderzoek met creativiteit en bieden in hun ontwerpproces ruimte voor kennis van de inhoud. De belofte van social design blijkt voor organisaties in toenemende mate een wekend perspectief. Ik deel hier graag enkele ervaringen.

Verlaat de systeemwereld…

Ik ontdekte op meerdere plekken dat ik, hoe oprecht de doelstellingen ten aanzien van bottom-up-beleidsvorming ook, al snel in de fuik van de systeemwereld terechtkwam. Een gesprek over het bevorderen van burgerinitiatief eindigde in discussies over randvoorwaarden, het opstellen van kaders en soms zelfs boven een kaart waarop we aanwezen waar burgerinitiatief een plek zou kunnen krijgen. Op dat moment hadden we nog geen burger gesproken.

Ik stelde mijn opdrachtgevers voor om uit een ander vaatje te gaan tappen. Met social designer Tabo Goudswaard ontwierpen we het werkconcept Mag Stad? Mag Stad biedt ruimte voor initiatief. Maar de regels die daarbij gelden zijn nog niet gedefinieerd. Binnen Mag Stad? onderzoeken we de mentale ruimte die er is, bij zowel burgers als overheden, voor bottom-up initiatieven.

… en ga radicaal bottom-up!

De eerste onderzoeksvraag die we onszelf stelden was: ‘welke initiatieven bereiken de overheid tot op heden niet?’. De designers verleidden de ambtenaren hun agenda’s aan de kant te leggen en samen de straat op te gaan voor een middag ‘vrij kijken’.

Willekeurige voorbijgangers kregen de vraag wat ze aan het doen waren en of dat eigenlijk wel mocht. Een beetje een rare vraag wellicht als je de hond uitlaat, of de eendjes voert. Maar doordat we het met een glimlach vroegen, kwamen we al snel op mooie gesprekken over wat acceptabel gedrag is. Ongeschreven regels blijken dominanter dan een APV. Dat is interessant, want kun je als beleidsmaker aansluiten bij ongeschreven regels?

We vroegen ook ‘wat kan hier beter?’. Direct gevolgd door de vraag ‘en wat gaat u er zelf aan doen?’ We stuitten op een veelheid en een variëteit aan initiatieven die we niet verwacht hadden. Van het knippen van de heg die het uitzicht belemmert, tot het bewaken van de openbare ruimte met een camera of het dichtleggen van een stoep die om onduidelijke reden al maanden open lag.

Confronteer ideeën met uw beleid

We merkten dat de ambtenaren plezier beleefden aan dit veldwerk. We spraken mensen die niet snel op woensdagavond naar een bewonersbijeenkomst komen. Maar die tegelijkertijd vol met goede ideeën en energie zitten. Eén betrokkene merkte op: “Ik ben al twintig jaar ambtenaar, maar deze gesprekken heb ik nog niet eerder gevoerd.” Er was verbazing: “Social designers zijn zo ontwapenend dat we niet eens in discussies over verantwoordelijkheden belanden.” Maar ook: verwarring. “Deze ideeën zijn geweldig, maar hoe passen ze in ons beleid?”

We verzamelden in iedere gemeente een serie voorbeelden van onvermoede initiatieven of initiatieven die mensen bereid waren uit te voeren. En we legden ze in de vorm van een theorie-examen voor aan een brede ambtelijke vertegenwoordiging met de vraag: ‘mag dat?’

Handboek soldaat voor de gebiedsontwikkelaar: nu met social-design-toolkit - Afbeelding 1
Veldwerk: Zelf de heg knippen. Mag Dat?
Handboek soldaat voor de gebiedsontwikkelaar: nu met social-design-toolkit - Afbeelding 2
Veldwerk: Zelf een stoep afmaken. Mag Dat?
Handboek soldaat voor de gebiedsontwikkelaar: nu met social-design-toolkit - Afbeelding 3
Veldwerk: Zelf de sociale veiligheid vergroten. Mag Dat?

Opmerkelijk genoeg wordt iedere keer als we deze confrontatie organiseren al snel de vraag gesteld of ‘mag dat?’ beantwoord moet worden als ambtenaar of als burger, daarmee implicerend dat er een groot verschil is. Dat klinkt logischer dan het wellicht is. Een andere gemene deler is dat er binnen een organisatie geen consensus is of iets mag of niet. Iedereen heeft zijn eigen persoonlijke en professionele afwegingskader. Eén ambtenaar verzuchtte:

“Als iedereen doet waarvoor hij is aangesteld, gaat er weinig gebeuren.”

Welke kant gaan we op?

Die laatste constatering is de spijker op zijn kop. Alles overziend is er spanning tussen bijvoorbeeld het borgen van veiligheid en rechtsgelijkheid en het aanjagen van initiatieven. Allemaal zaken waar een overheid voor aan de lat staat. We staan op een splitsing. Of we blijven zoeken naar participerende burgers die passen binnen de systeemwereld. Of we gaan op zoek naar nieuwe samenwerkingsrelaties waarbij de professionaliteit van ambtenaren, stedenbouwers, verkeerskundigen et cetera losgekoppeld wordt van de systeemlogica.

Wat dat laatste precies vraagt is telkens weer een onderzoek. Een agendaloze dialoog en vrij kijken blijken een goede start. Het is vervolgens zaak om het toetsen van initiatieven (het goed doen) even in de wacht te zetten en te kijken of er alternatieve criteria te bedenken zijn om de kansrijkheid van een idee vast te stellen (het goede doen). Zo’n criterium kan de publieke gedragenheid van een idee zijn. Of goede afspraken over aanleg, beheer en onderhoud van een initiatief.

Ik zie inmiddels veel professionals die onderzoeken en experimenteren. Ik zie wethouders die er expliciet ruimte voor geven. Om dit enthousiasme een impuls te geven en uit de valkuilen van de systeemwereld te blijven, is de empathische en creatieve benadering van social design kansrijk.

André Schaminée (http://www.twynstragudde.nl/users/andre-schaminee) is adviseur bij Twynstra Gudde. Hij is oprichter van de adviesdienst die de kracht van beeldende kunstenaars, social designers en design thinkers betrekt bij allerhande vraagstukken. Samen met social designer Tabo Goudswaard, Klaas Kuitenbrouwer van het Nieuwe Instituut en stichting DOEN was hij initiator van SOCIALDESIGNFORWICKEDPROBLEMS. Het praktijkonderzoek naar de potentie van social design in taaie vraagstukken (www.socialdesignonderzoek.nl).

Zie ook:

Auteur:

Portret - André Schaminée
André Schaminée

Adviseur Twynstra Gudde

Recente artikelen