platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Het publieke domein als politiek medium?

Het publieke domein als politiek medium?

Then/now 4

14 jul 2012 - Heeft de publieke ruimte nog iets met politiek te maken? Kunnen we nog publieke ruimtes ontwerpen die politiek ‘geladen’ zijn? Of is dit een nostalgische drang naar de barricaden geworden, een retro-gevoel naar een activistische maatschappij? De vierde debatavond in de reeks Then/now in het NAi stelde het publieke domein als politiek medium ter discussie. Nadat Cor Wagenaar (historicus aan de TU Delft) de avond met een introducerende lezing geopend had, bediscussieerden Maarten Kloos, Bernard Colenbrander, Ton Schaap en Albert Jan Kruiter de rol van de publieke ruimte met het publiek.

Wanneer we denken aan straten en pleinen die voor politieke doelen gebruikt worden, dan denken we al snel aan parades en protestmarsen. Maar ook het veranderen van straatnamen en het plaatsen van standbeelden zijn duidelijke voorbeelden van politieke statements in het publieke domein. Soms is de boodschap heel direct, zoals bij propagandaposters, maar even vaak zit de boodschap subtiel verstopt. Zo maakten cosmeticafabrikanten in Oost-Europa schitterende reclameposters om te laten zien dat het socialisme kon wedijveren met de kapitalistische consumptiemaatschappij. En in de stedenbouw werden arbeiderspaleizen ontworpen als tegenhanger voor het modernistische stadslandscap van Le Corbusier. Een sprekend voorbeeld hiervan is Marszalkowskiej in Warschau, waar arbeiderspaleizen rond een totalitaire publieke ruimte zijn ontworpen (zie afbeelding).

Het publieke domein als politiek medium? - Afbeelding 1
Maquette Marszalkowskiej, Warschau

Cor Wagenaar vult deze voorbeelden aan met een korte beschouwing van drie periodes in de geschiedenis, waarin op verschillende manieren een relatie tussen politiek en publieke ruimte is ontwikkeld.
De eerste periode is de Verlichting. In die periode gaat Frankrijk onzeker op zoek naar publieke representatie van nieuwe ontwikkelingen. De Engelse tuin en het museum ontstaan, maar ook de guillotine. Er is een duidelijke relatie tussen maatschappelijke ontwikkelingen en de vormgeving van gebouwen en stedelijke ruimte.

Een tweede periode waarin het publieke domein als maatschappelijk medium functioneert, is de periode van de tegencultuur van de jaren zestig, van Parijs en Praag. De protesten van Provo’s en het kabouterdorp zijn daar bekende voorbeelden van. De afbraak van oude, autoritaire instituten wordt door ontwerpers snel overgenomen. Architecten als Habraken, Van Klingeren en Blom ontwerpen egale woonstructuren, het gebouw als stuk stedelijk weefsel. ‘Een collage van het leven onder een stedelijk dak’, zo typeerde Piet Blom het.

Het publieke domein als politiek medium? - Afbeelding 2
Meerpaal, Dronten

De derde periode is het decennium waarin we nu leven. Cor Wagenaar ziet vooral de invloed van de sociale media op de publieke ruimte. Massamedia en collectieve gedeelde vrije tijd zijn vervangen door een meer versplinterende en geïndividualiseerde manier van leven. Overleeft het publieke domein de sociale media? Albert Jan Kruiter (Instituut voor Publieke Waarden) ziet in de hedendaagse publieke ruimte vooral de etalage van het ego. De ruimte wordt gebruikt voor het verwezenlijken van eigenbelang. Tegengestelde belangen worden niet meer uitgesproken en opgelost in de publieke ruimte. Het poldermodel heeft een einde gemaakt aan alle heethoofden. Er zijn geen duidelijke, simplistische idealen meer. Politiek bedrijven op straat lijkt meer en meer een nostalgisch idee, een retro-gevoel. Is er dan nog wel noodzaak om de straat op te gaan? De publieke ruimte lijkt veel meer dan vroeger a-politiek geworden.

Het wisselend gebruik van de publieke ruimte geeft aan dat de factor tijd van belang is. Een plein kan decennialang betekenisloos zijn maar dan plotseling politiek ‘geladen’ worden. Volgens Bernard Colenbrander (hoogleraar architectuurgeschiedenis TU/e) is het debat daarom geen architectonisch debat. Het ontwerp van de ruimte speelt geen rol. Een stalinistische ruimte blijkt perfect geschikt voor toeristen, zonder dat zij de drang voelen om te gaan paraderen. Het gedrag van mensen in de publieke ruimte is volgens Colenbrander dan ook veel belangrijker dan het ontwerp van de ruimte zelf. Die uitspraak leidt direct tot debat. Ole Bouman (directeur NAi) wijst op de muur in Israël en het tentendorp op het plein Puerta del Sol in Madrid. Allebei politieke acties met een sterke ruimtelijke impact, ookal is het tentendorp spontaan gevormd. Ontwerp en politiek zijn hier wel degelijk verbonden.

Het debat is te breed en de voorbeelden te verschillend om tot een duidelijke slotsom te komen. Het is Hans van Dijk (historicus aan de TU Delft) die met een voorbeeld tot een voorlopig antwoord komt. In Zuid-Korea wordt met gemiddeld 11.000 publieke protesten per jaar het publieke domein zeer intensief gebruikt. Het blijkt eenvoudig om ruimtes zo te ontwerpen dat ze ongeschikt zijn voor massa’s. Het afbreken of tegengaan van politieke activiteit is dus gemakkelijk. Het ontwerpen van een productieve democratische publieke ruimte lijkt daarentegen veel moeilijker. Het is maar zeer de vraag of er blijvende vormen, symbolen of idealen zijn die aan zo’n ruimte betekenis kunnen geven.

24 mei 2012 | NAi Rotterdam

Zie bijlage voor de volledige publicatie:

Meer informatie:

- De lezing is online terug te zien via de website van het NAi
- Then/Now #5: De stad als school vond 1 juli 2012 plaats en stond in het teken van Herman Hertzberger

Auteur

Portret - David Struik
David Struik

YP-redacteur Gebiedsontwikkeling.nu

Bekijk alle artikelen