platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Hoe ‘datacenter mania’ het Nederlandse landschap in de greep houdt

Hoe ‘datacenter mania’ het Nederlandse landschap in de greep houdt

AM3 data centrum Science Park, Amstertdam

De recente commotie over het hyperscale datacenter van Meta in Zeewolde laat volgens onderzoeker Merten Nefs eens te meer zien dat we nog weinig grip hebben op de ruimtelijke inpassing van datacenters in ons landschap. Het ontbreekt aan overzicht, richtlijnen en een ontwerptraditie. En dat terwijl de ‘datacenter mania’ er volgens Nefs om vraagt dat “overheden, ontwikkelaars en ontwerpers het nú moeten laten zien.”

Het landschap, zeker in Nederland, is een afspiegeling van zijn bewoners: wat ze eten, maken, in hun vrije tijd doen en waarderen. Niet alleen is het landschap daarmee per definitie veranderlijk en divers, het is tegenwoordig ook doordrenkt van technologie. Als ons leven anno 2022 niet meer is voor te stellen zonder zelfregelende verkeerssystemen, Covid QR-codes, Netflix, Bol.com, precisielandbouw en Zoom, dan is het landschap ook niet meer denkbaar zonder daarin ingebedde hardware en toepassingen van de datatechnologie.

Maar wie bepaalt welke partijen wat mogen toevoegen aan het landschap en hoe zij dit doen? Dat dit spanningen oplevert blijkt uit de recente plannen voor het hyperscale datacenter van Meta (Facebook) in Zeewolde. Welke middelen hebben we om hier grip op te krijgen? En hoe gaat dat in Noord-Holland, de provincie die momenteel de meeste datacenters telt?

Geen grip

In de Groene Amsterdammer benoemen Corien Prins en Haroon Sheikh eerder deze maand het ontstaan van een alomtegenwoordige maar onzichtbare wereld van internetadressen, clouddiensten en datacenters, die vragen oproept over marktrelaties, machtsconcentraties en afhankelijkheden. Deze maatschappelijke vragen zijn ook van toepassing op de inrichting van de ruimte.

Er is te weinig grip op de ruimtelijke ontwikkeling van datacenters

Het gevoel geen grip te hebben op de ruimtelijke ontwikkeling van datacenters speelt in meerdere dimensies: er ontbreekt een (cartografisch) overzicht, er zijn geen heldere en transparante normen en selectieprocedures, en er is nog maar weinig ontwerptraditie in dit relatief nieuwe type gebouwen. Hieronder tast ik deze drie dimensies kort af en probeer ik in te schatten hoe Noord-Holland – datacenter provincie nummer één – ervoor staat.

Meer overzicht

Om te beginnen is erg onduidelijk hoeveel datacenters er nu eigenlijk zijn in Nederland. Vorige maand combineerden twee stagiairs van de VU bij Vereniging Deltametropool verschillende databronnen om hier meer inzicht in te krijgen. Nog best lastig, want de SBI-bedrijfsclassificering is zo ouderwets dat er geen datacenter-categorie in staat, de Dutch Datacenter Association heeft een mooie lijst maar daarop staan alleen leden, en op Google Maps heet het eigen Google hyperscale datacenter bij de Eemshaven ‘Green Box Computing’. Nog lastiger is om erachter te komen waar nieuwe datacenters gepland worden. In de mediaberichten rond de plannen in Zeewolde kwam naar boven dat er nog wel tientallen grote projecten aan komen, maar waar precies?

Het is niet toevallig dat Flevoland opduikt als nieuwe vestigingsplaats van datacentra

In Noord-Holland is duidelijk waar de huidige datacenters geconcentreerd zijn, in Middenmeer en Haarlemmermeer. Het lijkt logisch dat deze clusters verder uit zullen breiden, ze staan ook genoemd in de nationale Ruimtelijke strategie Datacenters (REOS, 2019). De recente (en Nederlands eerste) Noord-Hollandse datacenter strategie (december 2021) noemt nog enkele andere clusters in en om Amsterdam, zoals Science Park, Schiphol en Diemen.

Data center Middenmeer

‘Data center Middenmeer’ door Aerovista Luchtfotografie (bron: shutterstock.com)

Stijgende grondprijzen en vooral het groeiende gebrek aan capaciteit op de elektriciteitsnetwerken lijken ontwikkelingen in de metropoolregio Amsterdam echter sterk af te knijpen. Het is daarom niet toevallig dat Flevoland opduikt als nieuwe vestigingsplaats van datacentra (en trouwens ook distributiecentra).

Selecteren en normeren

Het is tamelijk onduidelijk op welk niveau de kwaliteitseisen voor nieuwe datacentra echt hard gemaakt kunnen worden. De ambities in Noord-Holland zijn hoog, stelt gedeputeerde Economie Ilse Zaal in juli 2021: “We willen dat de impact van datacenters op het landschap, de energievoorziening en het watergebruik minimaal is: dat datacenters voorzien in eigen duurzame energieopwekking, dat de restwarmte (in de omgeving) wordt benut, de gebouwen circulair zijn ontwikkeld en landschappelijk goed zijn ingepast. […] Via vergunningverlening, toezicht en handhaving sturen we op naleving van de regels in bestemmingsplannen en op het gebied van milieu.”

Toch biedt dit nog geen handvat om zomaar te kunnen selecteren op de maatschappelijke meerwaarde van specifieke aanbieders, die tegenover het gebruik van de schaarse grond en duurzame elektriciteit staat. EU-wetgeving stelt namelijk dat er een evenwicht moet zijn tussen non-discriminatie, noodzakelijkheid van milieudoelen en evenredigheid.

Relatief veel macht ligt bij de gemeenten

De provinciale datacenter strategie sluit dan ook af, in de bijlage, met: “Er zijn diverse locaties in de provincie waar in principe planologische ruimte is om een datacentrum te vestigen of waar niet valt uit te sluiten dat een gemeente hieraan wil meewerken. De provincie heeft hierop geen andere directe invloed dan via het stellen van regels in de verordening.”

Het lijkt er dus op dat de maatschappij geen onderscheid mag maken tussen een datacenter gericht op regionale MKB en universiteiten met duidelijke maatschappelijke meerwaarde, en een social mediagigant die naast de positieve impact ook aantoonbare ontwrichtende effecten heeft op democratie, geestelijke gezondheid en fiscale rechtvaardigheid.

Relatief veel macht ligt bij de gemeente, die het omgevingsplan mag goedkeuren en ook ruimte heeft om bedrijven te selecteren door een economische adviescommissie met daarin ook onafhankelijke experts (dit gebeurt onder andere in Tilburg). Of op dit niveau altijd het onderste uit de kan wordt gehaald is de vraag.

Data centrum Eemshaven, Delfzijl

‘Data centrum Eemshaven, Delfzijl’ door Rudmer Zwerver (bron: shutterstock.com)

Lector Cees-Jan Pen (Fontys) probeerde via de media en inspraak Zeewolde te bewegen hogere eisen te stellen op het gebied van duurzaamheid en inpassing, en toonde begrip voor de lastige positie van de gemeenteraad. Terwijl ook de actiegroepen buiten stonden met spandoeken, werd hij teleurgesteld.

Het datacenter bleef na alle commotie toch nog hangen bij de Eerste Kamer, omdat in dit geval de grond verkocht moet worden door het Rijksvastgoedbedrijf, dat al eerder geadviseerd werd door het College van Rijksadviseurs om ook goed naar het belang van de grond voor landbouw te kijken, en de mogelijkheden voor opwek van duurzame energie bij het complex zelf. Het ‘rollercoaster proces’ dat zich rond Zeewolde ontspon, geeft nog niet echt het gevoel dat we het onder controle hebben bij aankomende datacenter-projecten.

Innovatief ontwerp

Vooral de grotere datacenters, maar ook de clusters van regionale en multi-tennant varianten, zijn eigenlijk nog zo recent, dat we er nog geen ontwerptraditie voor hebben opgebouwd, wat betreft inpassing in het landschap. Ook de technische kant, zoals het benutten van restwarmte en zuinig omspringen met drinkwater voor koeling van de servers, staat nog in de kinderschoenen, getuige het voorbeeld van Agriport A7 (Microsoft) waar die mogelijkheden wel bijdroegen aan het draagvlak voor het project, maar uiteindelijk niet goed uit de verf kwamen. En wanneer warmtenetten succesvol worden aangelegd, wat de bedoeling is bij Zeewolde, is maar de vraag wat de volgende generatie (efficiëntere) datacenters over 20 jaar nog aan warmte leveren.

Concrete ontwerprichtlijnen geven voor datacenter blijkt nog lastig

In de stedelijke omgeving blijkt het goed mogelijk om datacenters te stapelen en zo fraai vorm te geven dat mensen ze juist als icoon gaan waarderen, zie het ontwerp van Benthem Crouwel bij Science Park in Amsterdam. Hoe je dat doet met hyperscales weet eigenlijk nog niemand. Provinciaal adviseur ruimtelijke kwaliteit Steven Slabbers adviseerde begin 2021 om datacenters, samen met de selectiecriteria die hierboven al genoemd staan, ook aan te laten sluiten bij het betreffende landschap, zodat het geen ‘Fremdkörper’ wordt.

Na Noord-Holland buigt provincie Flevoland zich momenteel ook over deze kwestie. Concrete ontwerprichtlijnen geven blijkt nog lastig, misschien juist omdat deze zo sterk moeten afhangen van het bestaande landschap. Middenmeer zou je kunnen zien als een utilitair XXL landschap met een eigen esthetiek, zoals de Maasvlakte, en dan is groot en grijs misschien gewoon hoe het hoort, maar kan het gevelbeeld en het zwarte hekwerk echt niet wat beter? En er zijn vast ook betere koppelingen te maken met andere grote ruimtelijke opgaven, zoals de Bossenstrategie, versterking van groenblauwe netwerken en klimaatadaptie. Bij de logistieke ontwikkelaars is het gesprek over functiecombinaties, met sport en wonen bijvoorbeeld, al losgebarsten, dus waarom niet ook in de sector van de datacenters? Overheden, ontwikkelaars en ontwerpers moeten het nú laten zien.

Wilt u reageren op dit artikel of een gastbijdrage voor Gebiedsontwikkeling.nu schrijven over een ander onderwerp? Bekijk dan hier de mogelijkheden.

Cover: 'AM3 data centrum Science Park, Amstertdam' door www.hollandfoto.net (bron: shutterstock.com)

Auteur

Merten Nefs
Merten Nefs

Programmaleider bij Vereniging Deltametropool

Bekijk alle artikelen