platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Hoeveel wil je regelen?

Hoeveel wil je regelen?

Van bluswater tot paardenbak

28 okt 2013 - Bij het maken van plannen voor gebiedsontwikkeling, ligt het gevaar van een kluwen van gemeentelijke nota's en verordeningen op de loer. De regels kunnen de plannenmakerij verstikken. Zonde. Is 'ontslakken' de oplossing? Kan het sneller, flexibeler en goedkoper? Drie leden van het Actieteam Ontslakken praten erover. En geven tips.

Ontslakken draait eigenlijk om twee dingen: minder regels en regels anders toepassen. Maar hoe begin je daarmee, als gemeente?
Friso de Zeeuw: “Aan de ene kant heel praktisch: de aanvragen die je binnenkrijgt, de plannen die er al liggen, kijk daar op een andere manier naar. En aan de andere kant met een meer structurele aanpak: het maken van keuzes en het verlagen van de regeldruk Voor burgers en bedrijven die initiatieven willen nemen, moet je de hoepel groter maken en lager houden. In een proces van tientallen jaren hebben gemeenten hele kerstbomen vol regelingen opgetuigd. Dat kun je gemeenten niet verwijten; het reflecteerde de toenemende maatschappelijke wensen. Maar wat is nu echt het publieke belang? Hebben we al die regelingen nodig? Moeten we wel zo nodig overal wat van vinden?”

Bregje Kerssemakers is het hier van harte mee eens: “We willen af van lokale regels die goede initiatieven belemmeren. Wij hebben met ons team in het ruimtelijke domein 130 door de raad bekrachtigde nota’s, visies en verordeningen verzameld, de bestemmingsplannen niet eens meegeteld. Daar zit van alles bij: van beleidsregels voor bluswater en de kantorennota tot het reclamebeleid en de hondenpoepnota. In een tiental ‘proefgebieden’ gaan we nu experimenteren met minder regels, samen met bewoners, corporaties, ondernemers en ontwikkelaars. We willen zien wat het loslaten van regels oplevert. Het gaat om woongebieden én bedrijventerreinen, nieuwe en al langer lopende ontwikkelingen, grootschalig en heel kleinschalig.”
Een hele stapel regels, dat komt Dennis Straat zeer bekend voor: “Wij hebben als college in Zaanstad een inventarisatie gemaakt en daarbij kwamen ongeveer evenveel documenten op tafel als de 130 in Eindhoven die meewogen in ruimtelijke beslissingen. Tot en met een paardenbakkenbeleid voor het buitengebied. Maar hoe gedetailleerd moet je het regelen? We hebben het nu teruggebracht tot 40 documenten, nog steeds best veel.”

Besparen en bezinnen

De ambitie om te ontslakken had in Zaanstad een duidelijk vertrekpunt. Straat: “Bij ons begon het bij de noodzaak om te bezuinigen. Maar we willen ons ook bezinnen op onze rol. Aan de basis staat de visie, de grote lijnen voor de toekomstige ontwikkeling van Zaanstad. Dat leidt ertoe dat je enerzijds de regeldruk kunt verminderen, maar tegelijk ook flinke regie blijft voeren voor de gebieden die juist bescherming verdienen, zoals onze historische lintbebouwing.”

Meer risico

Om te ontslakken gaan Eindhoven en Zaanstad ook meer risico nemen in hun ruimtelijke ontwikkeling. Kerssermakers: “Welstand is zo’n onderwerp. Dat kun je proberen te objectiveren met allerlei algemene regels, maar het is de vraag of burgers daarmee geholpen zijn. Stel dat een dakkapel 1,20 meter hoog mag zijn en hij is 1,25 meter. Hoe erg is dat? Dus kun je zeggen: laat maar zitten, richt je aandacht op wat echt belangrijk is. De verhuizing van de avondschool (zie kader) is ook een heel sprekend voorbeeld. Iedereen vindt dat het een goed idee is, maar de regels houden het tegen. Nu is het toch doorgegaan en niemand heeft bezwaar ingediend. Dat zegt iets over die regels en over de manier waarop je ze kunt toepassen.”