Naar een biobased productielandschap door Tim Bachmayer (bron: Tim Bachmayer)

“In een biobased gebiedsontwikkeling wordt een woning in Limburg niet hetzelfde geïsoleerd als in Zeeland”

23 augustus 2023

6 minuten

Onderzoek Met hout, vlas en hennep bouwen: het kán al, maar wordt volgens onderzoeker Tim Bachmayer op grote schaal nog te weinig gedaan. Hij onderzocht hoe Nederland er over tien jaar uit kan zien als we de keten tussen ‘land’ en ‘pand’ drastisch inkorten.

Op illustraties van dorpen en steden over tien, twintig of dertig jaar zijn vaak rijen houten huizen te zien. Logisch ook, want gebiedsontwikkelaars weten dat de grondstoffen die op dit moment nog de basis van de bouw vormen, eindig zijn. Een duurzame, circulaire toekomst: dáár moeten we uiteindelijk naartoe.

Maar hoe komen we daar? In andere landen wordt al volop gebouwd met materialen die hergroeibaar, herbruikbaar en simpelweg duurzamer zijn: zogeheten biobased materialen. Denk aan hout, vlas of hennep. Ook in Nederland zijn op kleinere schaal al projecten ontwikkeld met biobased materialen.

Het is al een behoorlijke opgave om een wijk in een dorp te ontwikkelen met biobased materialen, laat staan om de volledige grondstoffenketen te transformeren. Tim Bachmayer, adviseur stedenbouw bij de gemeente Enschede, onderzocht de mogelijkheden van een biobased productielandschap. Zijn thesis ‘Deus ex Machina, Naar een Biobased Productielandschap’ vormde de afsluiter van de deeltijdmaster Urban en Area Development aan de Hogeschool Utrecht. Gebiedsontwikkeling.nu was benieuwd naar zijn conclusies.

Wat is een biobased gebiedsontwikkeling?

“Een biobased gebiedsontwikkeling zit tussen het regionale en provinciale schaalniveau in. Het is een gesloten keten. Alle gewassen zoals vlas, hout en hennep worden verwerkt tot materialen die ingezet kunnen worden in de bouw. Vervolgens worden ze weer teruggebracht naar het landschap om nogmaals ingezet te worden in de bouw of verwerkt te worden als meststof. Het is dus een circulaire keten.”

Wat was de aanleiding om de complete keten van een biobased gebiedsontwikkeling te onderzoeken?

“We hebben in de biobased gebiedsontwikkeling te maken met twee echt grote vraagstukken. Ten eerste is de “lineaire” gebiedsontwikkeling zoals we die nu zien onhoudbaar. We gebruiken daarbij eindige grondstoffen die van ver buiten onze grenzen aangeleverd worden. Bovendien wordt veel niet of slechts deels hergebruikt.”

“Bovendien zijn er vanuit de EU limieten gesteld aan de hoeveelheid stikstof die de bouwsector mag verbruiken tot 2050. Als wij voor 2030 de doelstelling van 900.000 nieuwe woningen willen halen, is dat volledige stikstofbudget al op een derde van de geschetste plancapaciteit op. We gaan tegen een keiharde grens aan lopen.”

Nederland moet kijken naar de bosbouwgebieden die het in het verleden had en strategieën koppelen
Tim Bachmayer

“Het biobased bouwen zie ik daarmee als de oplossing voor de woningbouwopgave, maar ook als een alternatief programma voor de agrarische sector. Een programma dat veel minder milieubelastend is en mogelijkheden biedt voor de agrariër die momenteel zoekende is naar rendabele alternatieven. Het is de deus ex machina: de onverwachte kracht die een ontknoping biedt in een hopeloos complexe situatie.”

Hoe ziet dat programma met biobased bouwen er concreet uit?

“Ten eerste is er de vezelteelt, die in het biobased bouwen gebruikt wordt voor het isoleren van woningen. Daarnaast bestaan de constructiedelen uit hout. Nu wordt de woningisolatie bijvoorbeeld van steenwol gemaakt, wat ontzettend milieubelastend is. Dat zou vervangen kunnen worden door hennep, miscanthus, stro, vlas en nog vele andere vezelgewassen.”

Hoe rijmt het verbouwen van die nieuwe gewassen met de vele ruimteclaims die er al zijn in Nederland? Is daar wel plek voor?

“Vezelteelt zou boeren een alternatief geven. Om genoeg vezel te produceren, zouden we circa vier procent van het agrarische areaal nodig hebben. Dat is precies de oppervlakte van de boeren die nu rondom de Natura-2000 gebieden in de knel zitten.”

“Het lastige is houtteelt. Een beetje boom heeft vijftien tot dertig jaar nodig voor de eerste oogst. Dat zal pas vanaf 2040 kunnen. Tot die tijd zijn we afhankelijk van Europees hout. Bijvoorbeeld van Zweden, die hebben de capaciteit in de bosbouw voor 800.000 woningen per jaar.”

Houtbouw Olst Wijhe, Overijssel door INTREEGUE Photography (bron: Shutterstock)

‘Houtbouw Olst Wijhe, Overijssel’ door INTREEGUE Photography (bron: Shutterstock)


“Nederland moet kijken naar de bosbouwgebieden die het in het verleden had en strategieën koppelen. Stel bijvoorbeeld dat je de koppeling maakt tussen bosbouw en de bossenstrategie van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Die stelt dat het Natuurnetwerk Nederland voor de biodiversiteit meer verbonden moet worden. Kijk dan of je daar ook capaciteit voor productiebossen uit kan halen. Een productiebos hoeft namelijk in het kader van biodiversiteit zeker geen rechtgetrokken en homogene verschijningsvorm te hebben.”

Hoe groot zou de volledige biobased productieketen moeten zijn?

“Het belangrijkste is de ketenradius. De ideale afstand tussen het telen van de gewassen, de verwerking naar materiaal en het vervoer naar de bouwplaats is maximaal 150 kilometer. In een reguliere gebiedsontwikkeling komt nu bijvoorbeeld uitstoot vrij bij het delven van de materialen om beton van te maken. Productie, transport, bouw: met elke handeling die je onderneemt, komen emissies vrij.”

“Bij biobased bouwen wordt CO2 opgeslagen in de planten en in de grond waar het gewas groeit. Zo ben je dus koolstofdioxide aan het opslaan in de woningen die je gaat bouwen. Maar net zoals bij een reguliere gebiedsontwikkeling zijn er emissies bij elk stapje wat je neemt om het product te verfijnen of verder te vervaardigen.”

Koppel zoveel mogelijk maatschappelijke of ecologische vraagstukken aan de productie van deze gewassen
Tim Bachmayer

“Als de ketengrootte meer is dan 150 kilometer, raak je de milieuwinst van biobased gebiedsontwikkeling langzaam kwijt, ook al is het biobased bouwen vergeleken met de reguliere bouw in elke vorm een minder milieubelastende onderneming. Hoe langer we de ketens maken en hoe meer stappen we zetten, hoe meer emissies we uitstoten. Dit is dus nadrukkelijk een pleidooi voor korte ketens met een regionaal karakter.”

Hoe ziet het landschap er dan uit?

“Als we nu ergens maïs willen telen, passen we het landschap daaropaan. We beheersen de afwatering, doen de bemesting en gebruiken pesticides omdat de schaal te groot is. Om op een biologische wijze gewassen te telen, moet je kijken naar wat water en bodem aankunnen en daar het juiste gewas op programmeren.”

“Daar zitten veel voordelen aan. Op plekken in Nederland die nu te droog zijn, zou je een nat gewas kunnen telen, zoals de lisdodde (een soort moerasplant, red.), riet of vlas. Dan heeft de agrariër daar ook een verdienmodel.”

Sawn trees from the fores door zedspider (bron: Shutterstock)

‘Sawn trees from the fores’ door zedspider (bron: Shutterstock)


“Niet elke bodem is uiteraard hetzelfde. Op de hoge zandgronden van Overijssel teel je andere gewassen dan in het kleigebied van Noord-Holland. Maar je wilt de keten zo klein mogelijk houden. Daarom wordt een woning in Limburg niet op dezelfde manier geïsoleerd als een woning in Zeeland. Namelijk met een ander gewas.”

Wat was de conclusie van het onderzoek, is een biobased productielandschap een reële optie?

“Ik heb verschillende scenario’s ontwikkeld en wat heel duidelijk naar voren komt is dit: als we uit angst voor innovatie te vaak compromissen sluiten of niet durven te kiezen voor een biobased aanpak, varen we al gauw de positieve effecten van een biobased gebiedsontwikkeling voorbij. Als we afwijken van de ketengrootte of de correcte teelt voor bodem en water gaan de milieuvoordelen van biobased gebiedsontwikkeling deels verloren. Dat zou zonde zijn. Maar als wel wél inspelen op die factoren hebben we de handvatten voor een biobased productielandschap.”

“Laat ambities bovendien géén eenzijdige ambities zijn. Koppel zoveel mogelijk maatschappelijke of ecologische vraagstukken aan de productie van deze gewassen. Zoals het verbinden van de bossenstrategie met de productie van bosbouw, zodat we zo efficiënt mogelijk de beschikbare ruimte inzetten die we hebben in Nederland.”


Cover: ‘Naar een biobased productielandschap’ door Tim Bachmayer (bron: Tim Bachmayer)


Tess van den Bossche door Tess van den Bossche (bron: LinkedIn)

Door Tess van den Bossche

voormalig webredacteur Gebiedsontwikkeling.nu


Meest recent

Luchtfoto van een knooppunt in Nederland door Ground Picture (bron: shutterstock)

Verandert de rechtsstaat in een beleidsstaat?

Beleidsmakers overschaduwen juristen. En dat is slecht voor hoe overheden milieu- en omgevingsrecht vormgeven. Dat stelt scheidend universitair hoofddocent Fred Kistenkas.

Interview

22 april 2024

David Sim tijdens zijn presentatie over de zachte stad tijdens het sLIM symposium door Ineke Lammers (bron: Gebiedsontwikkeling.nu)

Slim verdichten via de zachte stad

De druk op onze steden wordt in de komende jaren alleen maar groter. Hoe zorgen we dan voor een leefbare woonomgeving? Deze vraag stond deze week centraal tijdens de laatste sLIM-bijeenkomst, met ‘Soft City’-auteur David Sim als gastspreker.

Verslag

19 april 2024

Oosterschelde door Ruud Morijn Photographer (bron: Shutterstock)

Oké, water en bodem sturend – maar niet altijd en overal

Water en bodem sturend, je kunt er bijna niet tegen zijn. Maar we moeten oppassen dat het nieuwe adagium niet alles gaat overheersen, zo waarschuwt columniste Agnes Franzen.

Opinie

19 april 2024