Innovatie in stedelijke ontwikkeling: co-creatie, user centered thinking en gebruikersgericht ontwikkelen

5 juni 2013

5 minuten

Verslag In de hedendaagse realiteit staan steden voor grote uitdagingen. De middelen van de betrokken actoren zijn beperkt en we zijn ons meer bewust geworden dat grote ontwikkelingsopgaven veel beter op een integrale gebiedsgerichte wijze kunnen worden aangepakt. Innovatie in het stedelijke ontwikkelingsproces is dan ook zeer gewenst.

De afgelopen jaren is het traditionele systeem van stedelijke ontwikkeling dat door bouwers, projectontwikkelaars, stedenbouwkundigen, architecten, gemeente en corporaties veelvuldig is gebruikt behoorlijk vastgelopen. Jarenlang draaide het bij gebieds- en vastgoedontwikkeling om het creëren van aanbod, maar het kwartje is gevallen, het roer moet om en de gebruiker staat centraal. Deze nieuwe realiteit brengt echter ingrijpende veranderingen met zich mee. Een nieuwe aanpak van stedelijke ontwikkeling vraagt immers om nieuwe ontwikkelingsstrategieën en methoden waarbij duurzaam rendement en een langetermijnvisie vooropstaan in plaats van het behalen van winst op korte termijn. Tijdens de lunchbijeenkomst ‘Innovatie in stedelijke ontwikkeling’ gehouden op 23 april 2013 bij de gemeente Rotterdam is dan ook op originele wijze gezocht naar nieuwe inzichten, inspiratie en kennis uit een ander vakgebied, namelijk dat van industrieel ontwerpen. Aan de hand van een tweetal presentaties is kennisgemaakt met de innovatieve aanpakken en instrumenten daarbinnen die industrieel ontwerpers gebruiken om de behoeften van gebruikers te achterhalen en te vertalen naar producten en diensten. De centrale vraag bij deze bijeenkomst was dan ook of deze instrumenten ingezet kunnen worden bij de ontwikkeling van een stad.

Directeur Ruimtelijk Economische Ontwikkeling Hans Beekman benadrukte in zijn openingswoord dat de wereld constant in beweging is en dat veranderingen daar onlosmakelijk mee verbonden zijn. Voor stedelijke ontwikkeling brengt dit een zoektocht met zich mee naar nieuwe rollen, middelen, instrumentaria, methodiek, maar vooral ook een nieuwe houding ten opzichte van stedelijke ontwikkeling.

In de eerste presentatie wordt ingegaan op de verschuiving die waarneembeer is van het gewoonweg ontwerpen/creëren van aanbod naar de noodzaak van behoefte gericht ontwerpen. Froukje Sleeswijk Visser en Erik Roscam Abbing, beide werkzaam bij Zilver Innovation en docenten aan de faculteit Industrieel Ontwerpen aan de TU Delft merken op dat het noodzakelijk is om de behoeftes van de eindgebruiker als startpunt te nemen voor innovatie projecten. De ‘user centered design-aanpak’, waarin de gebruiker centraal staat bij product- en/of dienstontwikkeling, sluit aan op deze zienswijze. Bij user centered design hoort een ‘design mindset’ waarin allereerst de mens centraal staat. De gangbare doelgroepbenadering moet volgens hen plaatsmaken voor een individuele benadering. Daarbij is de uitkomst of het product van het ontwerpproces niet het belangrijkste, maar de behoeften, tevredenheid, beleving, context en het gebruiksgemak van de daadwerkelijke gebruiker. Sleeswijk Visser benadrukt dat iedereen een expert kan zijn in het ontwerpproces, maar dat het belangrijk is om de betrokkenen een bepaalde rol toe te bedelen, zodat ze ook weten dat ze op bepaalde momenten in het ontwerpproces als expert fungeren. Hierdoor wordt co-creatie gestimuleerd. Verder leggen ze uit dat door ontwerpen een evolutie van het probleem zichtbaar wordt; gaandeweg het ontwerpproces wordt het probleem steeds duidelijker. Een volgend leerpunt uit het vakgebied industrieel ontwerpen is dat ontwerpen meer gezien moet worden als ondernemen waarbij ook het nemen van verantwoordelijkheid en risico’s hoort. En als laatste wordt aangeven dat je kleinschalig moet beginnen en tijdens het ontwerpproces leermomenten moet inbouwen om zo tot een product of dienst te komen dat aansluit bij de behoeften van de gebruiker.

De vraag is nu of deze aanpak ook gebruikt kan worden bij ruimtelijke ontwikkelingsopgaven. Sleeswijk Visser en Roscam Abbing komen tot de conclusie dat deze vraag nog niet beantwoord kan worden. Aan de hand van een aantal casestudies laten zij zien dat sommige aspecten van deze aanpak goed werken, maar andere aspecten ook nog niet. De juiste combinaties van instrumenten en stakeholders moet nog gevonden worden. Belangrijkste opmerking is dat mensen de stad nog niet als dienst zien waarop zij inspraak kunnen hebben, maar dat ze de stad als een vast gegeven beschouwen.

Oedsen Boersma (hoofd Research & Concepts) en Bas Buvelot (projectontwikkelaar), beide werkzaam bij vastgoedbeleggingsfonds Corio, gingen vervolgens in op het ontwikkelen van betekenisvolle ontmoetingsplaatsen. Deze ambitie heeft Corio vertaald in een stappenplan om de transitie van traditioneel winkelcentra naar ‘favorite meeting places’ te bewerkstelligen. Boersma benadrukt dat het identificeren van locaties die de potentie hebben om te fungeren als ontmoetingsplek een belangrijke eerste stap is. Daarnaast is het van belang om lokale ‘managers’ bij het ontwikkelingsproces te betrekken zoals consumenten, bedrijven en instituties. Het aangaan van relaties en samenwerkingsverbanden is belangrijk om de kwaliteit van de voorzieningen te waarborgen. Verder geven beide heren aan dat communicatie een belangrijk aspect in het geheel vormt, waarbij de kloof tussen kennis en de behoeften van de consument gedicht wordt. Vervolgens gaan zij in op het concept ‘eigenaarschap’. In de huidige realiteit is de trend dat je niet per se meer eigenaar van een product of dienst hoeft te zijn en dit dient dan ook vertaald te worden naar winkelcentra. Boersma en Buvelot concluderen dat de rol van traditionele belegger langzaam aan het verdwijnen is en dat de focus van de belegger meer naar de voorkant van het ontwikkelingsproces verschuift. Daarin wordt gezamenlijk met de ontwikkelaar, gemeente en gebruiker tot een product en/of dienst gekomen, op basis van een gedeelde ambitie zoals de ‘favorite meeting place’.

De twee presentaties over gebruikersgericht ontwikkelen geven stof tot nadenken, maar dragen zeker bij aan de zoektocht naar nieuwe rollen, ontwikkelingsstrategieën en methoden voor ruimtelijke opgaven. En bovenal aan de kennisontwikkeling die het vakgebied nodig heeft om tot innovatie te komen.


Portret - Wendy de Hoog

Door Wendy de Hoog

Stadsruim | onderzoeker en adviseur gebiedsontwikkeling


Meest recent

De Demer, Zichem door Guido Vermeulen-Perdaen (bron: shutterstock)

Wat is natuur waard in gebiedsontwikkeling? Acht keer meer dan je er instopt

Een Vlaamse natuurorganisatie liet onderzoek doen naar de opbrengsten van investeringen in natuur. De conclusie: iedere euro die natuurherstel kost – in het geval van natuurgebied Demerbroeken – levert acht euro op.

Onderzoek

17 juli 2024

Elektriciteitskabels in de grond door m.jrn (bron: shutterstock)

Gemeenten en de integratie van energie-infrastructuur in de ruimtelijke ordening: een aanvulling op de VNG-Handreiking

Boven en onder de grond gaat onze energie-infrastructuur flink op de schop. Gemeenten spelen hierbij een belangrijke rol. De recente VNG Handreiking helpt ze op weg, maar het mag volgens Mark Koelman een stuk integraler.

Onderzoek

17 juli 2024

Oude Maas, Dordrecht door T.W. van Urk (bron: shutterstock)

Het Maasterras Dordrecht als omgevingsrechtelijke puzzel

Bij het Dordtse Maasterras komen tal van uitdagingen bij elkaar. Dat geldt zeker ook voor de relatie met de Omgevingswet. Hoe verhoudt deze complexe gebiedstransformatie zich tot dit nieuwe planologische regime? Voer voor debat aan de SKG-Thematafel.

Verslag

16 juli 2024