Thumb_retail winkels_0_667px

Kansen voor het winkellandschap

9 januari 2014

2 minuten

Opinie Wat brengt 2014? Neemt de winkelleegstand verder toe? Verdwijnen er steeds meer speciaalzaken en kampen steden met verder teruglopende bezoekersaantallen? Nemen de internaankopen een nog grotere vlucht? Vragen die zich opdringen bij het vitaal houden van stads- en dorpscentra.

Vier ontwikkelingen vallen op. In de eerste plaats dat de detailhandel het in veel branches en in veel plaatsen moeilijk heeft. De omzetten staan nog steeds onder druk. Kwaliteit, onderscheidend vermogen en de juiste locaties zijn echter nog steeds de aspecten op basis waarvan een zaak kans van slagen heeft. In de tweede plaats neemt de leegstand toe. Daar staat echter tegenover dat het totale verkoopvloeroppervlak nog toeneemt. Dus: minder winkels, maar wel grotere winkels. De kleine speciaalzaken hebben het moeilijk. In de derde plaats kan geconstateerd worden dat de supermarkt vooral in de kleinere kernen een belangrijke trekker is voor bezoekers. Hierdoor kunnen ook andere, kleinere zaken overleven (onderzoek DTNP). In de vierde plaats blijkt de consument nog altijd op zoek naar gezelligheid/sfeer en authenticiteit om tot aankopen te komen.

Deze ontwikkelingen betekenen niet dat er sprake is van een waar ‘slagveld’ in het winkellandschap, zoals bijvoorbeeld Friso de Zeeuw suggereert. Wel is er sprake van een forse dynamiek met bedreigingen voor sommige gebieden (kleine en monofunctionele centra) en kansen voor andere gebieden (authenticiteit en gevarieerd aanbod gericht op de beleving van de consument).

Waar moeten - gegeven de ontwikkelingen - gemeenten en marktpartijen zich in 2014 nu met name op richten?
Op een andere ontwikkelaanpak voor een centrum. Niet meer simpelweg een bouwplan maken met x-meter winkelruimtes in unitgroottes variërend van 80 tot 800 m2 en vervolgens zien of hier kandidaten voor zijn.
Het gaat er juist om te bepalen welke functies, welke sferen op de beoogde plek uiteindelijk tot omzet voor de ondernemers leidt. Als dat is benoemd, is een concreet bouwplan snel genoeg gemaakt. Het voortraject om daartoe te komen, is veel belangrijker en kost veel meer tijd en energie. Tijd en energie die gemeenten en marktpartijen (inclusief de bestaande ondernemers) samen gericht moeten inzetten om vanuit één en hetzelfde belang: te zorgen voor een aantrekkelijk centrum. Een plek waar winkels, horeca en leisure elkaar versterken. Soms betekent dit inzetten op behoud of versterking van de aanwezige supermarkt en soms gaat het om toevoeging van functies die de beleving van de consument versterken. Niet alleen een gezellige aanblik tijdens de kerstperiode met de kerstverlichting, maar juist ook in de periode daarna.

Walter Stam, partner Akro Consult


Cover: ‘Thumb_retail winkels_0_667px’


Door Walter Stam

Partner Akro Consult


Meest recent

sportcampus Zuiderpark, Den Haag door Menno van der Haven (bron: shutterstock)

Wat is goed in de ruimtelijke ordening?

De vraag ‘wat is een goede ruimtelijke ordening?’ wint aan gewicht nu we als samenleving meer ambities hebben dan er aan ruimte beschikbaar is. Alle reden voor een nadere reflectie, door hoogleraren Marlon Boeve en Co Verdaas.

Uitgelicht
Analyse

24 april 2024

Centrum Haarlem door Maykova Galina (bron: shutterstock)

Lokaal kijken naar de lange termijn, de visie en ervaringen van Willem Hein Schenk

In het boekje Sturen op Stadsarrangementen deelt architect Willem Hein Schenk de inzichten die hij verkreeg met zijn podcastserie de Haarlem Sessies. In een interview vertelt hij wat zijn belangrijkste lessen zijn: “Kijk naar de lange termijn”.

Interview

24 april 2024

Hoge Vucht, Breda door XL Creations (bron: shutterstock)

Een beter perspectief voor kansarme buurten, zo doet Breda dat

Het bieden van meer perspectief aan bewoners van kansarme wijken is geen sinecure. Lokaal kan daar het nodige voor gedaan worden, maar ook hogere overheden moeten meedoen. In Breda worden ze actief bij de problematiek betrokken.

Casus

23 april 2024