Artikel
regen

Klimaatadaptatie: “De hoosbuien en droogte halen ons in”

Door Dirk-Siert Schoonman

1 nov 2017 - Als waterschappen staan we midden in de maatschappij en voelen we de urgentie van de klimaatverandering. Hoosbuien in 2014 en 2016. Vroege droogte in 2017. De effecten van de klimaatverandering voelen wij nu al. Voorspellingen voor 2050 openbaren zich vandaag.

Dat heeft voor de waterschappen twee kanten: maatregelen treffen om om te gaan met de effecten (wateroverlast, watertekort en bodemdaling) van de voortschrijdende klimaatverandering en maatregelen nemen om met de hand in eigen boezem de klimaatverandering af te remmen. Dat laatste heeft voor waterschappen te maken met energiebesparing, energiewinning en circulair omgaan met grondstoffen. De ruimtelijke impact hiervan op Nederland is enorm. Waterschappen staan al eeuwenlang aan de basis van de fysieke leefomgeving. In de periode die voor ons ligt zal dat niet anders zijn. Ons land beschermen tegen overstromingen, wateroverlast en samen met gemeenten en andere partijen de stedelijke omgeving en het platteland waterrobuust maken en tegelijkertijd adaptief. We weten niet precies wat de toekomst ons brengt, wel weten we dat als we ons land economisch gezond willen houden en een prettige werk- en leefomgeving willen behouden, daarvoor ingrijpende maatregelen nodig zijn.

Burgers en bedrijven die initiatieven ondernemen, mee willen praten en mee willen doen. Ook die klimaatverandering is al een tijd aan de gang en gaat door. Ook daar zullen we rekening mee moeten houden bij beleid en plannen. In het besef dat deze beweging niet de hele samenleving aangaat. Energiearmoede is een van de termen die daarbij al valt de afgelopen periode: hoe zorgen we ervoor dat de transitie naar duurzame energie voor elk huishouden bereikbaar is? En hoe maken we de burger waterbewust en geven we hem handelingsperspectief bij klimaatcalamiteiten?

Een eerste bewustwording krijgen wij met ‘Stress testen’. Wat gebeurt er met mijn straat wanneer de hoosbui valt? Dit besef verkrijgen wij door landsdekkend, met inzichtelijke modellen, de urgentie te laten zien. Niet alleen aan beleidsmakers maar ook aan de maatschappij.

Grote verbouwing in elke regio

De grote verbouwing van Nederland. Dat is het thema. Tegelijkertijd staan er maar weinig grootschalige investeringen op stapel in ons land. Een van de grote nationale opgaven die de komende jaren in ieder geval speelt is de dijkversterkingsopgave. Daarmee worden vooral bestaande structuren versterkt en ontstaan er meekoppelkansen voor andere ontwikkelingen. In sommige gevallen, zoals onder de vlag van Ruimte voor de Rivier, worden de bestaande structuren aangepast.

De echte grote verbouwing is dan ook meer lokaal, regionaal georiënteerd. Als voorbeeld: het waterrobuust en klimaatbestendig maken van de fysieke bebouwde leefomgeving vraagt synergiemaatregelen en meekoppelen in gebiedsontwikkelingen. Dit gaat niet om een groot nationaal uitgerold programma, maar om lokaal, regionaal samenwerken rondom relatief kleinschalige ontwikkelingen: regionale adaptatiestrategieën. De grote verbouwing zit daarmee in de manier van plannen en uitvoeren.

Een van de grote opgaven die daadwerkelijk het aanzien van ons land gaat veranderen de komende decennia, is de energietransitie. Dat gaat tot een grote verbouwing en stevige aanpak van het aanzien van ons landschap leiden. Zelfs daarvoor is echter geen grootschalig nationaal investeringsprogramma voorzien, maar een nationaal kader met regionale energiestrategieën. Ook bij deze verbouwingsopgave zal het vanuit de regio moeten komen en wordt ingezet op lokale sturing.

Op het platteland wordt in laag gelegen Nederland het bodemdalingsvraagstuk steeds nijpender. Er zijn nieuwe handelingsperspectieven nodig voor deze gebieden, zowel voor de veengebieden, de klinkende kleigebieden van de Flevopolder als de Groningse problematiek. In de eerste plaats is dit een typisch regionaal vraagstuk, maar deze kunnen niet zonder een visie en kader op provinciaal en nationaal niveau.

De ondergrond wordt snel over het hoofd gezien, maar de drukte in de diepte neemt ook ijlings toe. Ook klimaatverandering zal op meerdere manieren de druk op de ondergrond opvoeren: als buffer voor zoetwater, berging van piekbuien, huisvesten van WKO’s, kansen voor geothermie/aardwarmte, opslag van CO2 en noem maar op. Dit is vaak bovengemeentelijk, dus ook hier is een regionale visie onontbeerlijk.

Integraal met iedereen 

Het Jaar van de Ruimte eindigde met het Manifest2040, met 7 thema’s en 5 principes. Het gevaar van 12 hokjes is daarmee aanwezig. Als waterschappen hebben we ervoor gekozen in een pamflet aan te geven wat de bijdrage is van water en waterschappen op elk van deze 7 thema’s en hebben we de 5 principes integraal onderschreven.

Kortom, in de geest van de Omgevingswet zullen we buiten onze eigen belangen moeten denken en vooral toe moeten naar de bijdrage van elke partij aan het grotere geheel. Van sober en doelmatig naar waardecreatie. Dat is de andere manier van werken.

Zoals al aangegeven wordt de sturing vanuit het regionale schaalniveau georganiseerd. Dat vraagt samenwerking en oplossingen voor legitimiteit van beslissingen. Het vraagt ook een robuust en adaptief nationaal beleid en regelgeving dat de regionale en lokale samenwerking versterkt en stimuleert. Met de investeringsagenda “Naar een duurzaam NL” zetten de decentrale overheden op die symbiose in.

Tot slot: de energieke samenleving omarmen. Ook dit is een symbiose tussen overheid en maatschappij. De veelkoppigheid van deze symbiose maakt het uiterst complex. Het begint met het meer vertrouwen geven en met elkaar op weg zijn, waarbij niet uit het oog verloren moet worden dat de overheid het algemeen belang voor ogen heeft en het individu of initiatief vanuit de maatschappij in het algemeen het eigen belang.

Auteur:

Dirk-siert schoonman
Dirk-Siert Schoonman

Heemraad Vallei en Veluwe en Dagelijks bestuurslid bij de Unie van Waterschappen

Recente artikelen