Strijp S hoogbouw in Eindhoven door Lea Rae (bron: Shutterstock)

Lange lijnen in tijd en ruimte, BNSP brengt de stand van de stedenbouw in beeld

26 januari 2026

7 minuten

Interview De Beroepsvereniging van Nederlandse Stedenbouwkundigen en Planologen viert haar 25-jarig bestaan. Een mooie aanleiding om te onderzoeken hoe het vak van de stedenbouw er voor staat. Op 30 januari verschijnt het vuistdikke jubileumboek, ruim 1.200 pagina’s met projecten van de leden. BNSP-voorzitter Eric van der Kooij vertelt over hoe de vereniging aan de weg timmert.

Het was een bericht uit het hart, dat Eric van der Kooij (tevens werkzaam als conceptontwikkelaar bij BPD | Gebiedsontwikkeling) twee jaar geleden op LinkedIn plaatste en waarin hij zijn zorgen over het vakgebied uitte. “Doet de stedenbouw er eigenlijk nog wel toe?”, of woorden van gelijk strekking. De aanleiding voor zijn noodkreet was de constatering dat er slechts een heel klein aantal stedenbouwkundige projecten in het Jaarboek Stedenbouw en Landschapsarchitectuur 2023 was opgenomen: “Is de kwaliteit van de plannen echt zo slecht of zijn er niet voldoende inzendingen binnengekomen? Is de stedenbouw van 5 of 10 jaar geleden zo ingehaald door de tijd dat het de actualiteit niet meer kan verdragen? Dat kan toch niet waar zijn! We hebben een woningbouwopgave van 1 miljoen woningen tot 2035 en zelf meer dan dat. Dat vraagt toch om kennisdeling en bewustwording? Ik kon me niet voorstellen dat het zo slecht gesteld is met onze stedenbouwkundige traditie.” Aan het einde van de post plaatste Van der Kooij een oproep om in gesprek te gaan. En dat is inmiddels volop gebeurd.

Met je oproep twee jaar geleden heb je veel in beweging gezet. Hoe kijk je nu terug op dat moment?

“Ik kreeg op een zaterdag het Jaarboek als BNSP-voorzitter overhandigd en in mijn dankwoord bracht ik het al ter sprake: waar zijn de stedenbouwkundige plannen gebleven? Ik zie ze niet in dit Jaarboek. Daarop volgde applaus en mijn post op LinkedIn – die ik op zondagavond schreef – werd 15.000 keer gelezen. Ik dacht: ik heb een achterban! En er is momentum. Daarop heb ik Mark Hendriks, hoofdredacteur van het Jaarboek, gebeld en gevraagd: kunnen we hier met een groepje mensen over doorpraten, in casu de leden van de beoordelingscommissie van het Jaarboek?”

Eric van der Kooij door BPD (bron: BPD)

‘Eric van der Kooij’ (bron: BPD)


“Dat is gebeurd en Mark Hendriks in dat gesprek zette uiteen waarom er dat jaar zo weinig stedenbouw bij de geselecteerde inzendingen zat: de grootste stedenbouwkundige plannen zijn allemaal transformaties – en komt dat allemaal wel goed? Ten tweede: het is toch beter om het in beeld te brengen als het allemaal gerealiseerd is. Daar werd in het verleden ook wel eens anders over gedacht. Toen ik nog bij de gemeente Amsterdam werkte, stonden bijvoorbeeld de plannen voor Borneo Sporenburg (woningbouw in het Oostelijk Havengebied, red.) en IJburg echt wel in het Jaarboek. Een plan hoeft niet gemaakt te zijn om het als plan te kunnen beoordelen, toch? En ten derde gaf de commissie aan twijfels te hebben bij het opnemen van nieuwe uitleggebieden , dat moeten we maar niet meer doen – aldus de commissie.”

Kon jij wat met die toelichting vanuit de redactie van het Jaarboek?

“Ik denk dat mensen heel goed een plan kunnen beoordelen, ook al is het dan een gebied in beweging en is het project nog niet af. Want wanneer is stedenbouw nu ‘af’ en goed? Na de oplevering? Na de derde generatie? Dat mag je niet weerhouden om er nu al over te publiceren. En daarbij: je moet concurreren met landschappelijke plannen, die er altijd prachtig uitzien met veel groen. Dan leg je het wel af met een stedenbouwkundige tekening. Die opmerking over uitleglocaties vond ik wel erg politiek getint. Maar goed, de boodschap voor mijzelf was duidelijk: ik moet mijn achterban mobiliseren. Stedenbouw moet weer sexy worden. Omdat ons vak er echt toe doet.”

De laatste keer dat we een dergelijke publicatie als beroepsgroep hadden gemaakt, was in 1995
Eric van der Kooij, voorzitter BNSP

“Dat hebben we gedaan door zes thematische debatten te organiseren, waarbij we steeds verschillende actuele plannen in de verschillende categorieën hebben besproken. Uitleggebieden, het onderwijs, lange lijnen: het kwam allemaal langs. De serie debatten werd afgesloten met een debating contest op de Dag van de Ontwerpkracht. In het verlengde daarvan kwam het idee op om een boek met onderhanden werk te maken. En dan met name gericht op de woningbouwopgave. Want als je als opdrachtgever nog niet helemaal thuis bent in deze wereld, hoe vind je dan het goede bureau dat past bij jouw opgave? Ook voor het onderwijs kan een dergelijke bundeling heel behulpzaam zijn; veel opleidingen zijn verwetenschappelijkt en er wordt nog maar weinig aan het echte ontwerpen op projectniveau gedaan.”

“We hebben de projecten voor het boek ingedeeld in diverse soorten – werkgebieden, stationsgebieden, et cetera – en die inventarisatie aangevuld met essays, interviews, unieke handschriften, technische tools en 25 spraakmakende en toonaangevende plannen die de afgelopen 25 jaar gerealiseerd zijn. De laatste keer dat we een dergelijke publicatie als beroepsgroep hadden gemaakt, was in 1995. Waarbij we anno 2026 nadrukkelijk niet zelf willen beschouwen: het is aan de lezer om er een oordeel over te vormen. Wat we bijvoorbeeld wel doen, is in de publicatie een lijstje met de 10 meest pregnante thema’s van dit moment presenteren. Dan gaat het uiteraard over de grote transities, maar ook over iets als ‘doorwaadbaarheid’. En er zitten nu wat leuke take aways in zoals de veranderende rollen en competenties van de stedenbouwkundige en wat een plan nu tot een goed stedenbouwkundig plan maakt. Die basisuitgangspunten zijn immers tijdloos en passen zich steeds aan de tijdsgeest aan.”

Je noemt het veranderende vak, hoe duid je de huidige positie van de stedenbouwkundige in het veld?

“We hebben geen gemakkelijk beroep; stedenbouw heeft vele facetten en een plan heeft meerdere eigenaren. Maar ik vind ook, vergeleken met Duitsland bijvoorbeeld, dat wij trots mogen zijn op onze bouwcultuur – als je het hele boek zo doorbladert. Het niveau van onze woningbouwplannen ligt hoog, naar mijn idee. Er worden veel nieuwe en interessante typologieën bedacht, maar met name in stedelijke dichtheden is de druk op de open ruimte groot. Oplettendheid is en blijft geboden in deze, om de kwaliteit hoog te houden. Zeker met de huidige tendercultuur bij gemeenten. Waarbij ieder individueel plan het beste moet zijn. Als je niet oppast, wordt een stedenbouwkundig plan niet meer dan een aaneenschakeling van architectonische identiteiten. In sommige plannen verlang je echt naar meer rust en regelmaat. Uiteindelijk is de opgave veel meer om echt ‘stad’ te maken. Dat betekent ook continuïteit in het stadsweefsel met herkenbare openbare ruimte-structuren.”

Leidsche Rijn Utrecht door PixelBiss (bron: shutterstock)

‘Leidsche Rijn Utrecht’ door PixelBiss (bron: shutterstock)


“Voor deze uitgave hebben we woningbouw centraal gesteld, maar je kunt terecht constateren dat het om veel meer gaat. De Vinex was vooral nog de stad ‘af’ maken, maar met locaties als Rijnenburg gaat het om een uitdaging van een andere orde. Op die manier hebben we met elkaar 50 jaar niet nagedacht. Landschap, mobiliteit, energie: het speelt allemaal mee. En we hebben in het boek ook enkele plannen op een dorpse schaal opgenomen, die heel subtiel zijn ingepast en waar alles klopt. Dat zorgvuldige handwerk moeten we zeker ook koesteren en uitdragen.”

Wie willen jullie met deze publicatie bereiken?

“We mikken op meerdere groepen. Te beginnen met het Rijk. De nationale overheid is van groot belang in haar sturende en voorwaardenscheppende rol. Het Rijk kan een enorme impuls geven aan de verdere verstedelijking van Nederland, door bijvoorbeeld gebieden aan te wijzen die wel of juist niet ontwikkeld mogen worden. Maar ook door geld uit te trekken voor de overkoepelende opgaven, zoals water en mobiliteit. Doelgroep twee is het onderwijs: er moet meer aandacht komen voor het ontwerp. Er moet meer over gesproken worden, de inspiratie is er nu. De derde groep zijn de ontwikkelaars en woningcorporaties. Die moeten het maken. Ook daar is een grotere rol weggelegd om ervoor te zorgen dat we niet alleen maar woningen bouwen maar gemengde leefomgevingen. Anno nu moeten ontwikkelaars zich meer bewust worden van het belang van de integrerende opgave.”

“En de vierde en laatste groep zijn natuurlijk de gemeenten zelf. Daar liggen grote uitdagingen. Hoe kan kaderstellend beleid worden omgezet in concrete projecten? Niet alleen inhoudelijk maar ook procesmatig. Zo maakt de Europese aanbestedingssystematiek het onmogelijk om een stedenbouwkundig bureau langjarig voor een project in te schakelen. Dat is funest voor de continuïteit en daarmee voor de kwaliteit van de plannen. Je moet ervoor zorgen dat je het geheugen van het plan bent, pas dan kun je effectief schakelen en improviseren als de situatie daarom vraagt.”

Boekpresentatie en uitreiking prijzen BNSP op vrijdag 30 januari 2026

Ter gelegenheid van het jubileum brengt de BNSP het boek Stand van de Stedenbouw uit. Het boek wordt overhandigd aan vertegenwoordigers van de vier doelgroepen die Van der Kooij hierboven benoemt. Tevens introduceert de BNSP een nieuwe vakprijs met drie verschillende categorieën. De genomineerden zijn:

- Personen: Peter Pelzer, Anne van Kuijk en Marco te Brömmelstroet

- Bureaus: Urhahn, De Zwarte Hond en PosadMaxwan

- Organisaties: De gemeentes Tilburg, Groningen en Zwolle

De bijeenkomst vindt plaats in Utrecht, kaarten zijn hier te boeken.

Dit event is gratis bij te wonen, reserveren is wel verplicht.


Cover: ‘Strijp S hoogbouw in Eindhoven’ door Lea Rae (bron: Shutterstock)


Kees de Graaf door Sander van Wettum (bron: SKG)

Door Kees de Graaf

Eindredacteur Gebiedsontwikkeling.nu


Meest recent

Strijp S hoogbouw in Eindhoven door Lea Rae (bron: Shutterstock)

Lange lijnen in tijd en ruimte, BNSP brengt de stand van de stedenbouw in beeld

Hoe staat de stedenbouw ervoor? Op 30 januari verschijnt het vuistdikke jubileumboek van de BNSP, ruim 1.200 pagina’s met projecten van de leden. Voorzitter Eric van der Kooij vertelt over hoe de vereniging aan de weg timmert.

Interview

26 januari 2026

Vrouw wandelend in boslandschap van Hoekelum in Ede door INTREEGUE Photography (bron: Shutterstock)

Tussenbalans Regio Deals: van projectenmachine naar blijvende publieke waarde

Ralph Kohlmann destilleert de nodige lessen uit de aanpak van de Regio Deals, zowel voor de betrokkenen als voor de Rijksoverheid. Met bijzondere aandacht voor de driehoek van maatschappelijke waarde, capaciteit & organisatie en legitimiteit.

Uitgelicht
Analyse

26 januari 2026

New Kvillebäcken door Henrik Thomsson (bron: Shutterstock)

Onderzoek: Zweedse duurzaamheidsambities worden lang niet altijd waarheid

Zweden is vaak een inspiratiebron als het gaat om duurzaamheid. Maar hoe duurzaam zijn die gebiedsontwikkelingen nu echt? Janneke van der Leer ontdekte tijdens haar promotie een kloof tussen de initiële doelen en de uiteindelijke resultaten.

Interview

23 januari 2026

Uw gastbijdrage op GO.nu: Over gastbijdragen

Uw gastbijdrage op GO.nu

Wij staan open voor bijdragen uit wetenschap en praktijk. Wij moedigen auteurs aan hun kennis en ervaring te delen.

Over gastbijdragen
Uw project toevoegen: Ga naar de GO-Projectenkaart

Uw project toevoegen

Wilt u graag een gebiedsontwikkeling toevoegen aan de GO-projectenkaart? Vul dan via onderstaande link het formulier in.

Ga naar de GO-Projectenkaart
Uw organisatie bij de SKG: Ga naar de SKG-website

Uw organisatie bij de SKG

Uw organisatie aansluiten op het netwerk van de Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling? Neem dan contact op.

Ga naar de SKG-website
Uw bijeenkomst in de agenda: Neem contact op

Uw bijeenkomst in de agenda

U kunt uw gebiedsontwikkeling-gerelateerde evenement aankondigen via onze agenda door contact op te nemen met de redactie.

Neem contact op