Beurstraverse Rotterdam Wikimedia Commons door G.Lanting (bron: Wikimedia Commons)

Laten we meer gebruikmaken van internationale praktijken in gebiedsontwikkeling

27 augustus 2020

6 minuten

Recensie In zijn bespreking van ‘Site Planning: International Practice’ van Gary Hack ziet Tom Daamen wederom de noodzaak bevestigd om te leren van de internationale praktijk in gebiedsontwikkeling. En Nederland heeft ook veel te bieden, zo blijkt uit het boek van Hack dat de belangrijkste internationale trends op het gebied van gebiedsontwikkeling samenbrengt: “Nederlandse ontwerp- en ingenieursbureaus draaien internationaal mee in de top en drukken op plekken ver buiten Europa een enorme stempel.”

In het boek ‘Site Planning: International Practice’ zet MIT-hoogleraar Gary Hack een traditie voort die in 1962 door Kevin Lynch werd ingezet. Met onbevooroordeelde blik doet hij verslag van projecten in gebiedsontwikkeling uit alle hoeken van de wereld. “Currently some of the most innovative site planning and development projects may be found in Asia and the Southern Hemisphere, where growth rates outdistance those in older cities of the West.” Het boek geldt als inspiratiebron voor de Leerstoel Gebiedsontwikkeling en de Nederlandse praktijk.

De Leerstoel Gebiedsontwikkeling maakt werk van de internationalisering van het vakgebied. Het spiegelen van Nederlandse gebiedsontwikkeling aan die in het buitenland is inspirerend en biedt naast eventuele concrete lessen en oplossingen in ieder geval een spiegel. Zaken die bij ons vanzelfsprekend zijn kunnen elders erg bijzonder of innovatief blijken.

Bepaalde technieken, contractvormen of manieren van werken kunnen daarnaast in het buitenland allang gemeengoed zijn terwijl we er in ons land nog maar nauwelijks van gehoord hebben. Het spiegelen aan de buitenlandse praktijk kan dus allerlei kennis en inspiratie opleveren. En als we dat een beetje regelmatig doen dan krijgen we steeds meer inzicht in elkaars verschillen en overeenkomsten. Zo kunnen we niet alleen in Nederland maar ook internationaal de uitwisseling tussen wetenschap en praktijk heel productief laten zijn. We leren dan niet alleen wat we nieuw en inspirerend van elkaar vinden, maar ook hoe we elkaars praktijken kunnen verrijken.

Waar de wereldberoemde MIT-hoogleraar en stedenbouwkundige Kevin Lynch in 1962 nog uitsluitend verslag deed van Noord-Amerikaanse projecten, is het boek in zijn vierde editie uit 2018 uitgegroeid tot een mondiaal gevoed naslagwerk. Tijdens een gesprek met de Leerstoel Gebiedsontwikkeling in zijn woonplaats New York, in november 2019, vertelde de huidige auteur hoe de edities die hij samen met Kevin Lynch maakte, in 1972 en 1984, steeds internationaler werden. “Inmiddels heb ik vele alumni die overal ter wereld zowel voor lokale autoriteiten en ontwikkelaars als voor mondiaal opererende ontwerp- en adviesbureaus werken. Dat geeft toegang tot een schat aan casuïstiek.”

Internationale positionering

De Leerstoel Gebiedsontwikkeling heeft zich voorgenomen de komende jaren nieuw onderwijsmateriaal te gaan ontwikkelen over het vakgebied. Dat is een fikse opdracht. Want gebiedsontwikkeling staat niet alleen in de Nederlandse praktijk voor grote uitdagingen. Het staat ook voor de opgave zich— te midden van de uiteenlopende disciplines die zij verbindt — in de internationale wetenschap én praktijk te positioneren: pragmatisch, vooruitstrevend en reflectief.

Dat is niet alleen belangrijk om jonge en ervaren gebiedsontwikkelaars te helpen kennis te vergaren, maar ook om hen te leren dit zelf gedurende hun (al dan niet internationale) carrière te blijven doen. In dit voornemen is ‘Site Planning: International Practice’ een welkome referentie met een gerenommeerde status.

Duurzaamheid krijgt in het boek van Hack bijzondere aandacht. Dit krijgt invulling in termen als balanced ecology, closed loop, resilience en een zero net criterion. Maar ook efficiënt grondgebruik, het voorzien in menselijke behoeften (veiligheid, interactie), de mate waarin het project past in zijn omgeving (bijvoorbeeld authenticiteit) en zowel economisch productief als adaptief is, wegen als criteria mee. “With such complexity, there is no single formula for how to go about planning sites”, schrijft Hack. En het boek gaat niet alleen over nieuwbouw: “The best sites are acts of invention, forward-looking and shaped by a vision of what is uniquely possible on this land. And site planning does not stop when the land is occupied, since those who use it continue to reshape the legacy they have inherited.”

Breedte versus diepte

Het gaat er in onderwijs niet alleen om studenten de inhoud, werking en techniek van inspirerende projecten tot zich te laten nemen. Het gaat er ook om hen bruikbare perspectieven (lees: theorieën) aan te reiken die de context van projecten begrijpelijk en uitkomsten evalueerbaar maken. Zo ontwikkelen studenten enerzijds inzicht in hoe uniek iedere gebiedsontwikkeling geworteld zit in lokale mores, regels en cultuur. Anderzijds leren ze dat er achter projecten hele vergelijkbare maatschappelijke, economische en politieke krachten schuil gaan; in Nederland en ver daarbuiten.

Zo ontstaat er naast het wat en hoe ook inzicht in het waarom achter projecten. Studenten krijgen dan handvatten om met elkaar te praten over de vraag hoe welkom het is dat er in Nederland aspecten van buitenlandse praktijken worden overgenomen. Of hoe verstandig het is om dat juist niet te doen.

In ‘Site Planning’ komen vele, zo niet alle aspecten van gebiedsontwikkeling aan bod. Het boek is onmiskenbaar geschreven voor het professionele publiek en studenten die een professionele rol in gebiedsontwikkeling nastreven. Procesmatige aspecten (zoals Engaging Stakeholders and the Public en Media for Site Planning) krijgen net zoveel aandacht als financieel-economische haalbaarheid (compleet met voorbeelden van grond- en vastgoedexploitaties), ondergrondse infrastructuur, woontypologieën en de inrichting van sport- en recreatiegebieden.

Het is door zijn veelomvattendheid ook een heel beschrijvend boek, hetgeen de lezer wel uitnodigt maar niet per se helpt om ook iets van de totstandkoming en resultaten van projecten te vinden. Dat laatste is ook duidelijk niet de intentie van het boek; het laat gevolgtrekkingen voor de eigen praktijk over aan de lezer. Op dit punt willen we bij de Leerstoel Gebiedsontwikkeling dus net iets dieper gaan dan Hack, maar in zijn casuïstiek en inhoudelijke breedte is ‘Site Planning’ alleen maar bewonderenswaardig.

Wendbare praktijk

Het vakgebied ontwikkelt zich snel. Innovaties kunnen overal ter wereld vandaan komen en in korte tijd de Nederlandse praktijk veranderen. Als je ‘Site Planning’ doorbladert of het online onderwijsaanbod rond het boek bekijkt, dan realiseer je je: Nederlandse ontwerp- en ingenieursbureaus draaien internationaal mee in de top en drukken op plekken ver buiten Europa een enorm stempel. Nederlandse projecten, zoals de Beurstraverse in Rotterdam (over de integratie van winkelen met publieke infrastructuur) of EVA Lanxmeer in Culemborg (over hoe bewoners een natuur- en energie-inclusieve gebiedsontwikkeling ter hand namen) bieden via het boek lezers van over de hele wereld inspiratie.

Waar kennis van gebiedsontwikkeling vandaan komt en waar het precies landt en toegepast wordt is lang niet altijd bekend. Wel weten we dat het adequaat en snel reageren op nieuwe ontwikkelingen voor het oplossen van complexe opgaven cruciaal kan zijn. Daarom is het des te belangrijker om in gebiedsontwikkeling te leren wat we van internationale voorbeelden kunnen overnemen en wat niet. Zo maken we de Nederlandse praktijk wendbaar, weten we beter waar we in buitenlandse praktijken op moeten letten, en staren we ons niet blind op internationale oplossingen die hier niet werken. De Leerstoel Gebiedsontwikkeling gaat ermee aan de slag!

Cover: Wikimedia Commons

Meer weten over het boek Site Planning: International Practice van Gary Hack? Hack licht het boek hier online toe en er is ook een online cursus Site Planning beschikbaar.


Cover: ‘Beurstraverse Rotterdam Wikimedia Commons’ door G.Lanting (bron: Wikimedia Commons) onder CC BY-SA 4.0, uitsnede van origineel


tom daamen2

Door Tom Daamen

Directeur SKG, Associate Professor Urban Development Management TU Delft


Meest recent

Groene wildernis in New York door Why Factory (bron: Nai Publishers)

The green dip, het moet allemaal nog veel groener – en rap graag

Recensent Jaap Modder las ‘The green dip’, de nieuwste publicatie van The Why Factory Het bevat een stappenplan voor meer groene wildernis in de steden. Modder is na eerste bestudering kritisch maar stelt dat oordeel later bij.

Recensie

17 juni 2024

Wonen aan de Schoolpad in Laren door Tulp8 (bron: Wikimedia Commons)

Leefwerelden van arm en rijk zijn steeds meer gescheiden, maar mede via gebiedsontwikkeling is daar iets aan te doen

Het Sociaal Cultureel Planbureau onderzocht in hoeverre welvarenden en minder welvarenden mensen ontmoeten buiten hun eigen welvaartsniveau. Steeds minder, is de conclusie. Gemeenten kunnen hier iets aan doen, mede door te letten op het woningaanbod.

Analyse

17 juni 2024

De groene stad door SARYMSAKOV ANDREY (bron: Shutterstock)

Maak energie nu al integraal onderdeel van de verstedelijking van morgen

Verdere verstedelijking is nodig om aan de woningvraag te voldoen. Een van de grote opgaven daarbij is het energievraagstuk. Paul van den Bragt laat zien dat dit meer is dan het oplossen van het acute probleem van netcongestie.

Analyse

14 juni 2024