Interview
Sociale huur

Marien de Langen (Stadgenoot): ‘Er zijn nauwelijks nog betaalbare bouwplekken te vinden in de stad’

Door Rogier Hentenaar

15 mei 2017 - In deze wekelijkse serie interviews in WoningmarktNL met de top van de grootste corporaties van Nederland vandaag Marien de Langen, bestuursvoorzitter Stadgenoot (circa 30.000 woningen in Amsterdam) en voorzitter van de Vernieuwde stad. In de antwoorden op vijf vragen laat hij zijn licht schijnen op de belangrijkste uitdagingen waar Stadgenoot voor zich gesteld ziet.

Wat is uw belangrijkste doel voor dit jaar?

Marien de Langen: “Amsterdam groeit en de sociale woningvoorraad moet daar gelijke tred mee houden. Er moeten dus sociale huurwoningen worden bijgebouwd. De komende tijd lukt dat wel. Wij nemen er dit jaar bijvoorbeeld al 600 in aanbouw. Als we iets verder kijken wordt het problematisch. Er zijn nauwelijks nog betaalbare bouwplekken te vinden in de stad. Daarom moeten we nu al op zoek naar geschikte locaties voor over een jaar of tien. Intussen blijven we ook constant op zoek naar manieren om de doorstroom te verbeteren. Door het actief bestrijden van woonfraude, het aanbieden van tijdelijke contracten en het passend toewijzen van woningen. Maar het belangrijkste adagium is toch ‘bouwen, bouwen, bouwen.”

Wat zou het nieuwe kabinet moeten doen om uw werk makkelijker te maken?

“Maak regionale verschillen in het woonbeleid. Amsterdam is geen Geleen of Delfzijl. De verhuurdersheffing is bijvoorbeeld zó aan de WOZ-waarde gekoppeld dat we in Amsterdam de hoofdprijs betalen. De trek naar de stad is een globale ontwikkeling die niet is tegen te gaan. Om meer te kunnen bouwen hebben we extra geld nodig.”

Hoe komt u vastgoedbeleggers die graag in huurwoningen willen beleggen tegemoet?

“Amsterdam is groot genoeg voor corporaties én vastgoedbeleggers. Er is hier vraag naar alle soorten woningen. Als corporatie richten we ons met name op het bouwen van sociale huurwoningen. Vastgoedbeleggers vinden het rendement op sociale huur te laag. Zij richten zich op het hogere segment. Voor de goede orde: complexgewijze verkoop van sociale huurwoningen is in Amsterdam niet meer aan de orde.”

Op welke manier brengt u de woningbehoefte van uw (toekomstige) huurders over vijftien jaar in kaart?

“We volgen uiteraard alle relevante onderzoeken, van de gemeente, het CBS, noem maar op. Zelf houden we kwalitatief onderzoek en we spreken regelmatig met Huurgenoot die de belangen van onze huurders vertegenwoordigt. Verder houden we onze kennis over de stad van nu en in de toekomst op peil via onze Maatschappijraad. We zien nu bijvoorbeeld dat mensen een grote woning steeds minder belangrijk vinden. De buurt, de horeca om de hoek en het park dichtbij zijn belangrijker aan het worden dan het aantal vierkante meters.”

Welke vraag zou u zelf willen stellen aan de bestuursvoorzitter van een willekeurige andere corporatie?

“Welk kabinet er ook komt, duurzaamheid zal een belangrijke rol gaan spelen. In dat licht stel ik de vraag: is ‘van het gas af’ een volkshuisvestelijke opgave?”

En welk antwoord geeft u op: “Wat is de visie van corporatiebestuurders over verevening: het inzetten van middelen uit de corporatiesector, daar waar de volkshuisvestelijke opgaven het grootst zijn?” Deze vraag komt van Hedy van den Berk van Havensteder.

“Ik vind het de meest vreugdeloze discussie die je kunt voeren, maar ze moet wel georganiseerd worden. Ik vrees dat corporaties er onderling niet uit gaan komen. We moeten deze discussie met het Rijk voeren”, aldus De Langen.


Dit artikel verscheen eerder op Vastgoedjournaal.nl

Auteur:

Rogier Hentenaar

Hoofdredacteur en mede-eigenaar Vastgoedjournaal

Recente artikelen