platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Masterplanning futures; recente plannen voor de grote schaal

Masterplanning futures; recente plannen voor de grote schaal

30 dec 2015 - Is het einde van het masterplan in zicht? Het boek Masterplanning Futures van Lucy Bullivant toont recente voorbeelden van grootschalige gebiedsontwikkelingen die gezocht hebben naar een alternatief voor het aloude top down masterplan, waarbij blauwdrukken het uitwerkingsinstrument waren. De bouwwoede van vlak voor de financiële crisis vroeg - op uiteenlopende locaties en om verschillende redenen - om hernieuwde vormen van planning voor de grote schaal. Nog nooit stonden zoveel bouwplannen op stapel als aan het begin van de 21e eeuw. Was het masterplan voorheen vooral bedoeld voor zonering van functies verspreid over de stad, nu is de vraag vooral om te komen tot een gedragen visie die, met een nieuwe set instrumenten, richting biedt aan een geslaagde en gedeelde toekomst. Meer op basis van menging van verschillende stedelijke functies en met meer flexibiliteit in de uitwerking ervan. Het boek heeft de intentie te reflecteren op de uitdagingen waar de stad van de 21e eeuw voor staat en de aanpak die daar het best bij past.

Lucy Bullivant is een Engelse architectuurcriticus en een veelgevraagde curator en begint haar boek met een uitgebreide inleiding. Aan de hand van een negental thema’s worden vervolgens een kleine twintig projecten besproken, waaronder vele voorbeelden waarbij kleinschalige initiatieven van onderaf aan de basis hebben gestaan. Halverwege is een interview opgenomen met Urban Think Tank over hun projecten in Latijns-Amerika en ze sluit af met een beknopt epiloog. Het boek heeft een Nederlands tintje. Niet alleen door het opnemen van Almere in de lijst met projecten, ook door de vele voorbeelden waar Nederlandse bureaus bij betrokken zijn, waaronder OMA, MVRDV, West 8 en KCAP.

‘Post-industrial urban regeneration’

Zonder het hele boek te willen samenvatten, volgen hieronder enkele thema’s en projecten die aan bod komen. Het eerste hoofdstuk behandelt de in Noord-Europese steden veel voorkomende voormalige industriële en havengebieden. Met onder meer de bejubelde voorbeelden uit Kopenhagen, zoals het terrein van de Carlsberg fabrieken middenin de stad en Orestad (nieuwbouwlocatie nabij de luchthaven en de brug naar Zweden) met z’n spraakmakende gebouwen van BIG (en voorganger PLOT). Ook het havengebied in Hamburg (HafenCity van KCAP) wordt in dit hoofdstuk uitgebreid besproken. In alle gevallen betreft het een mix van stedelijke functies (wonen, werken en voorzieningen) en een flexibel masterplan voor de langere termijn.

'Post disaster urban regeneration'

Via de hoofdstukken ‘City centre and waterfront neighbourhoods’ en ‘science and technology districts’ vervolgt het boek met een categorie plannen die gemaakt zijn voor door natuurrampen getroffen gebieden. Zoals New Orleans en de reconstructie van Lower 9th Ward. Verwoest door de orkaan Katrina in 2005 en op de kaart gezet door filmster Brad Pitt en een keur aan deelnemende architecten van over de hele wereld.
In deze categorie ook een minder bekend plan voor Constituciὀn, de tweede stad van Chili. De stad werd in 2010 getroffen door een aardbeving en een daarop volgende tsunami. Met de reconstructie werden niet alleen nieuwe woningen en scholen gebouwd, maar kreeg ook het publieke domein meer ruimte en aandacht in de vorm van een park langs de kust, die tevens als buffer dient bij een eventuele volgende tsunami. Ook hier een grote rol voor publieke invloed in het reconstructieplan.

‘Eco-cities’

Nog een in het oog springende categorie - zeker met het nieuwe klimaatakkoord in gedachten - is die van de ‘eco-city’. Sprekend voorbeeld daarvan is Masdar City in Abu Dhabi, ontworpen door Norman Foster. Bij dit experiment zijn ook veel technologiebedrijven betrokken, zoals Siemens. Het stedenbouwkundige plan is gebaseerd op de oude Arabische stad - met smalle, schaduwrijke straten en veel natuurlijke ventilatie - en nieuwe vormen van personenvervoer. Het plan is eigenlijk een laboratorium, een onderzoek op ware grootte om uit te zoeken hoe een post-fossiele-brandstoffen-stad eruit moet zien. Want nu de meerderheid van de wereldbevolking in steden woont en klimaatverandering en het opraken van energiebronnen niet meer te negeren zijn, is het vanaf nu gewoon noodzaak om van alle steden eco-steden te maken.

Concluderend

Het boek poogt af te rekenen met het oude idee van een masterplan. Maar zijn niet alle grote plannen voor grote gebieden die over een langere tijd worden uitgevoerd een vorm van masterplan? Waarbij de uitvoering van het plan in de loop van de tijd en afhankelijk van allerlei veranderingen in de context wordt aangepast? Alleen ligt de nadruk nu meer op de stip op de horizon, een heldere en breed gedragen visie. Minder uitgaand van een vastomlijnd plan, maar nog steeds van een plan. Is het verschil eigenlijk wel zo groot?
De auteur constateert wel een verandering in de gebruikte typen masterplannen en schrijft dat toe aan een combinatie van factoren. Zoals de globale economische crisis, reacties op klimaat verandering en een steeds grotere rol van de private sector in stadsplanning. Masterplannen zijn meer integraal en multidisciplinair van opzet: niet alleen fysiek, maar ook economisch en sociaal van karakter. Met aandacht voor lokale bewoners en lokaal ondernemerschap. Een verschil is ook dat nu voorbeelden van over de hele wereld aan bod komen in het debat, niet alleen uit Westerse landen.
Wat valt hierbij op? Nog altijd zien we veel waterfront projecten. Een tendens die is begonnen in de jaren 80 als onderdeel van de wereldwijde opmars dan wel revival van de stad. Duurzaamheid is overduidelijk van steeds grotere betekenis in plannen en bottom up initiatieven spelen steeds vaker een rol in de initiatieffase van grote projecten. Vooral in combinatie met grootschalige en meer centraal gestuurde plannen komen die initiatieven goed uit de verf. De ene lijkt niet zonder de andere te kunnen. Betrekken van de lokale gemeenschap is eigenlijk in alle voorbeelden in het boek een belangrijke voorwaarde gebleken. In verhouding tot de 20e eeuw zijn de masterplannen meer democratisch van aard en de uitwerking is in plaats van gedetailleerd ruimtelijk meer gebaseerd op procesgerichte stedenbouw.
Een bijzondere categorie vormen de plannen voor gebieden die zijn getroffen door natuurrampen. Een categorie die steeds actueler wordt. Nog lang niet iedereen bereidt zich voor op grote klimatologische veranderingen, zoals wij dat in Nederland bijvoorbeeld doen met het maken van ruimte voor onze rivieren.

Het boek vertoont hier en daar wat taai jargon, vaak waar Bullivant uitspraken uit de monden van ontwerpers letterlijk lijkt te hebben overgenomen. Die momenten was het goed geweest als ze had doorgevraagd wat de ontwerper nou precies bedoelt en dat wat begrijpelijker had opgeschreven. Sommige projectbeschrijvingen zijn bovendien niet helemaal te volgen zonder dat je de situatie kent of zonder google maps te raadplegen. Iets meer aandacht voor eindredactie had geholpen. Neemt niet weg dat de vraag hoe om te gaan met grootschalige planning een interessante is. Evenals de selectie met recente plannen. Wie die projecten allemaal heeft bekeken, heeft een goed beeld van de innovatieve praktijk van grootschalige planning in de huidige tijd.
Al met al een inspirerende lijst met referentieprojecten op de grote schaal van de afgelopen vijftien jaar, ook al zijn veel plannen door de crisis niet uitgevoerd, stil komen te liggen of in afgeslankte vorm verder ontwikkeld. Over tien jaar maar eens kijken wat van alle die mooie plannen terecht gekomen is.

Masterplanning futures, Lucy Bullivant, Routledge, London and New York
ISBN 978-0-415-55447-3

Auteur

Portret - Jeroen Mensink
Jeroen Mensink

Redacteur Gebiedsontwikkeling.nu | architect/eigenaar bij JAM* architecten

Bekijk alle artikelen