platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Neoliberale ideeën voor sociale huisvesting

Neoliberale ideeën voor sociale huisvesting

24 mrt 2014 - Wat is de toekomst van sociale huisvesting? Hoe kunnen we sterke wijken ontwikkelen? Hoe worden betaalbare woningen gefinancierd? Rond deze vragen organiseerde de International Federation for Housing and Planning (IFHP) de Hague Housing Conference, op 14 februari in Den Haag.

De titel van het congres, Neoliberal ideas for social housing, prikkelt tot een politiek-ideologisch debat. Wat moeten we nu de overheid zoveel bezuinigt? Is sociale huisvesting nog mogelijk in een neoliberaal tijdperk? Opvallend aan de toon van dit debat is dat het neoliberalisme altijd als asociale karikatuur wordt neergezet: rauwe marktwerking en onbeperkt egoïsme, die het goede werk van de sociale sector onmogelijk maakt. Dat is lekker zwart-wit en beschrijft wel de excessen, maar niet de ideologie zelf. Adam Smith formuleert het liberalisme in de industriële revolutie, wanneer de overheid faalt om bij te dragen aan het welzijn of de huisvesting van de onderklasse. Als de overheid zich terugtrekt, ontstaat er ruimte voor de markt en het individu om te ontwikkelen. Het doel blijft hetzelfde, voorzien in huisvesting, de partij die het doet verandert. Dit is de kern van het taakallocatie-debat: het idee loslaten dat de overheid eigenaar moet zijn van alle productiemiddelen, om vervolgens te kijken welke partij een taak het beste kan uitvoeren.

Wie kan sociale huisvesting het beste ontwikkelen?

Centraal in het debat zou daarom de vraag moeten staan welke organisatie in dit tijdperk het beste sociale huisvesting kan ontwikkelen. Christine Whitehead (professor aan de London School of Economics): ‘Sociale huisvesting ging lange tijd over wie de eigenaar was; de woningcorporaties. Het werd een supply side story. De sector is echter divers geworden en draait nu om een lage prijs plus administratieve toewijzing.’ Tijdens het congres komen verschillende modellen voorbij:

In Zuid-Afrika speelt de overheid nog steeds een dominante rol in de productie van sociale huisvesting. Marja Hoek-Smit (Wharton School Zell/Lurie Real Estate Center): ‘De overheid verhuurt en verkoopt huizen voor lage prijzen. Dat lijkt sociaal, maar het werkt uiteindelijk slecht. Mensen gaan in de rij staan voor lage prijzen en de overheid kan niet aan de vraag voldoen; er ontstaan wachtlijsten. De private sector kan nooit concurreren met weggeefprijzen. Op die manier maakt de overheid de private markt voor het middensegment kapot.’

Neoliberale ideeën voor sociale huisvesting - Afbeelding 1
Vrijstaand huis op eigen kavel in Emhalahleni, Zuid-Afrika

In Denemarken is er een vergelijkbare rol voor corporaties als in Nederland. Palle Adamsen (directeur van corporatie Lejerbo): ‘Goede sociale huisvesting draagt bij aan een brede ontwikkeling van welvaart. Wij richten ons op de bouw van sterke wijken zonder ruimtelijke scheiding op basis van inkomen. Onze doelgroep is dus gemengd.’ Een belangrijke rol in het Deense systeem is weggelegd voor het solidariteits-bouwfonds. Een behoorlijk deel van de woningen wordt verkocht met een lineaire hypotheek die annuïtair afgelost wordt; het surplus creëert een rollend fonds waaruit wijkontwikkeling betaald wordt.

Voor India is de situatie heel anders. Hier is de overheid totaal afwezig en wordt het merendeel van de wijken door de bewoners zelf gebouwd. Sheela Patel (oprichter SPARC): ‘In sloppenwijken zijn het de mensen zelf die sociale huisvesting moeten realiseren. Neem hun huidige informele productie als standaard en innoveer met bouwmaterialen en kleine bouwpartijen. Niets dat armen nodig hebben kan hun in één keer gegeven worden. Wijkontwikkeling bestaat uit huizen maar ook banen, onderwijs en nutsvoorzieningen.’

Welk woonproduct?

Hoewel het duidelijk is dat er in elk land behoefte is aan betaalbare huisvesting met een goede kwaliteitsstandaard, verschilt de invulling daarvan nogal per land. Dat wordt op het congres snel duidelijk.

Voor Anne Lacaton (architect en oprichter van Lacaton & Vassal) is de kwaliteit van de woningplattegrond het belangrijkste. ‘Gebruik industriële bouwmaterialen en bouw daarmee voor dezelfde prijs een dubbel zo grote woning. Ontwerp evenveel extra lege ruimte als woonprogramma. Door bijvoorbeeld grote private buitenruimtes ontstaat er woonkwaliteit.’

Neoliberale ideeën voor sociale huisvesting - Afbeelding 2
Sociale huisvesting door Lacaton & Vassal in Mulhouse, Frankrijk

In Zuid-Amerika lijkt de eengezinswoning plus eigen kavel het belangrijkste woonproduct. Gezinnen kunnen bij grote overheidsfondsen een hypotheek krijgen voor een privaat ontwikkeld huis. Fernanda Lonardoni (UN Habitat) toont als voorbeeld het Braziliaanse programma ‘Minha casa minha vida’ (Mijn huis mijn leven). Ook in Chili zijn vergelijkbare projecten te vinden. Mexico toont de keerzijde van deze benadering: hier staan vijf miljoen sociale eengezinswoningen leeg doordat er vaak gekozen wordt voor goedkope bouwgrond op zeer afgelegen locaties.

Neoliberale ideeën voor sociale huisvesting - Afbeelding 3
Sociale huisvesting in Mexico. Foto: Livia Corona

In Nederland is het precies andersom: er blijft een sterke lobby die zelfs op toplocaties binnen de centrumring sociale huurwoningen wil aanhouden. Daarin wonen meestal niet de laagste inkomensgroepen. Wat het woonproduct van sociale huisvesting is in Nederland is überhaupt onduidelijk: corporaties vertonen hybride gedrag en bouwen zowel goedkope als dure huurwoningen. Marnix Norder doet daar nog een schepje boven op door de Haagse zelfbouwkavels voor de zaal te presenteren. Het laat een Braziliaan achter in de zaal in verwarring achter: ‘Wat is er sociaal aan deze kavels?’

Toekomst sociale sector

Dat roept de vraag op wat in deze tijd een sociaal woonproduct is en voor welke groep uit de maatschappij dat beschikbaar moet zijn. Ik ben het met Christine Whitehead eens dat we binnen de sociale sector in segmenten moeten denken. Daar past geen single track benadering bij met grote corporaties en een sociale sector die dubbel zo groot is als in bijvoorbeeld Engeland, Zweden of Denemarken, zoals dat nu het geval is. Wat er wel bij hoort is een meersporenbeleid: sociale programma’s voor de absolute minima, financieringsprogramma’s of coöperaties voor de middeninkomens en stimulatie van wijkontwikkeling vanuit het maatschappelijk middenveld.

Auteur

Portret - David Struik
David Struik

YP-redacteur Gebiedsontwikkeling.nu

Bekijk alle artikelen