platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Artikel

Nieuwe stedelijke ontwikkeling, the story continues

Nieuwe stedelijke ontwikkeling, the story continues

25 feb 2015 - Al eerder verscheen op dit* blog een bericht over de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dat is van belang om te bepalen of de ladder voor duurzame verstedelijking al dan niet van toepassing is. Met dit bericht wordt een update gegeven van de ontwikkelingen in de jurisprudentie en wordt tevens ingegaan op de vraag wanneer nu sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Kleinschalige ontwikkeling?

Als sprake is van een kleinschalige ontwikkeling, dan wordt een uitzondering gemaakt op het begrip nieuwe stedelijke ontwikkeling en is de ladder voor duurzame verstedelijking dus niet van toepassing. Zo oordeelde de Afdeling dat de ontwikkeling van acht woningen dermate kleinschalig is, dat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Afdeling achtte de ladder voor duurzame verstedelijking echter wel van toepassing op een bestemmingsplan dat voorzag in de ontwikkeling van 23 woningen. Het is nog gissen op welk aantal woningen de grens ligt. Datzelfde geldt voor andersoortige ontwikkelingen. Er was geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling bij een bestemmingsplan dat voorzag in de bouw van kerkgebouw met een oppervlakte van maximaal 744 m2 op een plandeel met de bestemming ‘Maatschappelijk – Religie’ met een oppervlakte van circa 2.800 m2. In deze uitspraak werd niet alleen gewicht toegekend aan de kleinschalige bebouwing, maar ook aan de beperkte omvang en de beperkte gebruiksmogelijkheden van het plandeel. De ontwikkeling van een bedrijventerrein voor zes kleinschalige gebouwen ten behoeve van bedrijven en kantoren met een totale oppervlakte van 1.201 m2 werd door de Afdeling niet als kleinschalig aangemerkt en betrof dus wel degelijk een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Is de stedelijke ontwikkeling nieuw?

Als geconcludeerd is dat sprake is van een stedelijke ontwikkeling rijst de vraag of deze nieuw is. Bij de beantwoording van deze vraag is met name relevant of de voorziene ontwikkeling voor het eerst planologisch gezien mogelijk wordt gemaakt of dat sprake is van een continuering van een bestaande planologische situatie. Indien sprake is van een functieverandering – bijvoorbeeld de wijziging van de bestemming maatschappelijk doeleinden ten behoeve van de vestiging van een bouwmarkt – dan is wél sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dat geldt des te meer indien sprake is van nieuwbouw voor de voorziene ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is ook van toepassing op omgevingsvergunningen strijdig gebruik. Echter, er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als die omgevingsvergunning voorziet in het afbouwen en verbouwen van een deel van een reeds aanwezig pand als restaurant en een interne verbouwing ten behoeve van dat gebruik, zonder dat er een nieuw beslag op de ruimte plaatsvindt. Ook was de aanleg van een verbindingsweg om een dorp beter te ontsluiten mede gelet op de omvang en de situering van de verbindingsweg naar oordeel van de Afdeling geen stedelijke ontwikkeling.

Het is oppassen geblazen bij wijzigingsplannen en besluiten tot wijziging van een vastgesteld bestemmingsplan. Als zo’n wijzigingsbesluit voorziet in een ontwikkeling, dan is onvoldoende dat een weliswaar nog niet onherroepelijk geworden bestemmingsplan reeds voorzag in deze ontwikkeling. In dat kader speelt ook mee dat de voorziene ontwikkeling nog niet is opgericht ten tijde van de vaststelling van het wijzigingsbesluit. Ook een wijzigingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een reeds in een bestemmingsplan voorziene uitbreidingsmogelijkheid – te weten een winkelcentrum op gronden waar voorheen geen detailhandel was toegestaan en grotere bouwmogelijkheden dan al voorzien in het bestemmingsplan – kan onder de toetsingsplicht van de ladder voor duurzame verstedelijking vallen.

Al met al toont de jurisprudentie van de Afdeling dat niet te gemakkelijk mag worden aangenomen dat met een ruimtelijk plan niet wordt voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het is aan te raden om bij twijfel wel de ladder voor duurzame verstedelijking toe te passen op een ruimtelijk plan.

Blijf op de hoogte