platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Omgevingswet vraagt leiderschap en gymnastiek

Omgevingswet vraagt leiderschap en gymnastiek

willemstad

1 mei 2016 - Nutteloze regels kunnen overboord, de angst voor standaardisatie is onterecht en Thorbeckes huis blijft staan. Welke gevolgen heeft de Omgevingswet voor gemeenten, provincie en omgevingsdiensten? De eerste zin van het artikel vervangen door deze zin: Deze vraag stond centraal tijdens een bestuurlijk symposium over de Omgevingswet.

Deze vragen stonden centraal tijdens een bestuurlijk symposium over de Omgevingswet. Edward Stigter, Friso de Zeeuw en Jan van de Broek gaven hun visies. Zo’n honderd bestuurders (AB-leden en portefeuille-houders RO en Milieu) en ambtenaren uit heel Noord-Brabant werden geïnformeerd en vormden samen  een beeld  van de komende veranderingen.

Omgevingswet vraagt leiderschap en gymnastiek 1

Edward Stigter, directeur programma Eenvoudig Beter, ministerie IenM had zijn presentatie de  titel ‘De vanzelfsprekende liefde tussen de Omgevingswet en de Omgevingsdiensten  … toch?’ gegeven. Een liefde die niet altijd vanzelfsprekend is en waarin drempels moeten worden genomen. Er is een cultuurverandering nodig en er moet nog meer zaakgericht worden gewerkt. Het Huis van Thorbecke blijft staan, dat wil zeggen; we hebben drie bestuurslagen en daar doet de Omgevingswet niets aan af. De positie van de Omgevingsdiensten is er een van samenwerking op regionale schaal. Daarbij moeten de deelnemende gemeenten en provincie eigenaarschap  tonen en de omgevingsdiensten dienstbaar zijn aan deze gemeenten en provincie. Gemeenten bepalen zelf wanneer RO en milieuvraagstukken samen met andere gemeenten moeten worden opgepakt. 

De afwegingsruimte die de Omgevingswet biedt kan gezien worden als een mengpaneel. Verschillende aspecten dienen tegen elkaar te worden afgewogen. De Omgevingsdienst kan hierin een adviserende rol uitoefenen. De wettelijke basis voor de Omgevingsdienst ligt vast in de Wet VTH en deze wordt beleidsneutraal overgenomen in de Omgevingswet.

Friso de Zeeuw, Praktijkhoogleraar gebiedsontwikkeling TU Delft en aanvoerder actieteam ontslakken gebiedsontwikkeling  wees vooral op het feit dat er niet tot  2019 hoeft te worden gewacht. Er zijn tal van uitdagingen om nu mee aan de slag te gaan; de cultuurverandering van ‘nee, tenzij´ naar ´ja, mits´ kan nu al  beginnen. Voor bevoegde gezagen is het zaak om te ontslakken. Met andere woorden: het beleid ontdoen van nutteloze regels. Werken vanuit gezond verstand en met globale normen waardoor  de afwegingsruimte die de Omgevingswet biedt ook wordt gebruikt. Het lokale maatwerk vergt volgens de Zeeuw extra gymnastiek voor de Omgevingsdiensten. Dat is het spanningsveld waarin Omgevingsdiensten zich bevinden en het is de vraag of de liefde dit spanningsveld – zie vorige spreker – kan overwinnen. Ook de GGD’en en de veiligheidsregio’s hebben een belangrijke adviserende rol naar gemeenten en provincie.

Ook De Zeeuw stipte de rol van de gemeenteraden aan. Vaak is er een spanning tussen de Gemeenschappelijke Regelingen, zoals de omgevingsdienst, die de gemeenten samen aangaan en de rol van de gemeenteraad. Het bestaan van de omgevingsdiensten is een feit. De rol van gemeenteraden gaat sowieso verschuiven omdat de Omgevingswet vraagt om participatie door burgers en bedrijven bij de ontwikkeling van plannen. De Zeeuw verwacht dat de raden een meer procesmatige rol krijgen.

De derde spreker, Jan v.d. Broek van VNO NCW, belichtte de Omgevingswet vanuit het perspectief van het bedrijfsleven. Illustratief gebruikte hij ‘De Tuin Der Lusten’ van Jeroen Bosch, het bekende drieluik met paradijs, hemel en hel. Wat is er nodig om de wet niet tot een hel te maken? De werkelijkheid is al voor een groot deel integraal, sinds de invoering van de WABO. Wat er nu bij komt is vooral de manier van werken, gericht op cultuurverandering, leiderschap en participatie. Hierbij geeft de positie van het Omgevingsplan de regelruimte aan. De omgevingsdiensten zijn een belangrijke actor: informatie en deskundigheid. Participatie betekent elkaar bevragen en de afwegingsruimte benutten betekent lef hebben en iets loslaten. In het schilderwerk van Bosch gaf God rechten aan Adam en Eva. De parallel naar de Omgevingswet heet: ‘decentraal tenzij’.

Aan de daarop volgende paneldiscussie onder leiding van Carla van Loon namen,  naast de genoemde sprekers, Marloes Tolsma, directeur Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant en wethouder Willem Starreveld van Gilze-Rijen deel. De discussie ging onder meer over de vraag in hoeverre gemeenten en provincies bereid zijn los te laten. Als alles wordt  dichtgetimmerd met beleid  blijft er van het gedachtengoed van de Omgevingswet weinig over. Er kan nu al worden gewerkt volgens het principe van ‘ja, mits. Willem Starreveld gaf als voorbeeld het overleg met omwonenden van de vliegbasis Gilze en met Defensie  om tot gedragen oplossingen te komen. Vaak is leiderschap nodig.

Omgevingswet vraagt leiderschap en gymnastiek 2

 Marloes Tolsma benadrukte dat de Omgevingsdiensten nog genoeg te doen hebben op weg naar de Omgevingswet. De cultuurverandering houdt onder meer in: het ombouwen van werken in strakke kaders naar een adviesrol en communicatie. In die voorbereiding moeten de Omgevingsdiensten samenwerken. De angst voor ‘maatwerk versus standaardisatie’ is niet helemaal terecht, immers: standaardisatie gaat over ‘het hoe’ en niet over ‘het wat’, volgens Tolsma

Vanuit het panel werd gewezen op het belang om gemeenteraden mee te nemen in het proces. 

Het is belangrijk dat het milieu binnen de Omgevingswet volwaardig en vooraan in een transparant besluitvormings-proces meedoet in de afwegingen.

Dagvoorzitter Matthie van Merwerode – voorzitter ODBN – sloot de dag af met de steekwoorden ‘ruimte /dialoog / draagvlak en strijd’. We moeten denken in ‘wij’ en niet in ‘wij en zij’. We moeten verbindingen maken vanuit de vraag ‘voor wie doen wij dit allemaal?’. De drie Omgevingsdiensten vinden elkaar en werken al samen. De voorzitter riep tenslotte op om gezamenlijk pilots op te pakken, de ervaringen en kennis daarvan uit te wisselen en samen op te trekken.


Werkgroep Omgevingswet - 3 Omgevingsdiensten Brabant

Het symposium vond plaats op 14 april in Udenhout en werd georganiseerd door de drie Brabantse Omgevingsdiensten, in opdracht van hun voorzitters.