Onderzoek
woningbouwrapport USP voorkant - Unsplash

Onderzoek: verduurzaming belangrijker dan versnelling woningbouw

Door Simon Kooistra

24 mei 2018 - Verduurzaming is belangrijker dan versnelling van de woningbouw. Dat vindt een overgrote meerderheid van gemeenten, corporaties en – in iets mindere mate – ontwikkelaars. De meeste van deze professionals verwachten niet dat hogere energie-eisen het bouwtempo vertragen. Gebeurt dit toch, dan kiest slechts tien procent voor versnelling boven duurzaamheid. Dit is een van de meest opvallende uitkomsten van een enquête over dilemma’s rond bouwen en wonen die ROm/Stadszaken.nl en de Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling TU Delft in samenwerking met USP Marketing Consultancy hebben gehouden onder consumenten en professionals.

Het onderzoek geeft de standpunten weer van professionals en woonconsumenten over een breed spectrum van onderwerpen, zoals duurzaamheid. Energie-neutrale woningen zijn voor 92 procent van de vakwereld en voor 58 procent van de consumenten (zeer) belangrijk. Opmerkelijk is het verschil tussen ouderen en jongeren. Van de 55-plussers vindt 74 procent het (zeer) belangrijk dat een woning energieneutraal is; van mensen onder de 55 is dat de helft.

Consumenten hechten meer aan lage woonlasten. Tachtig procent antwoordt dit (zeer) belangrijk te vinden. Van de corporaties vindt 89 procent dit ook, maar van de vakwereld in haar geheel slechts 47 procent.

USP rapport - afb1

Corporaties krijgen van de andere partijen een veeg uit de pan voor de vermeende verkoop van energievretende woningen om op die manier sneller te voldoen aan de duurzaamheidsnormen. Deze handelwijze zou onder meer blijken uit een onderzoek van Cobouw op basis van Kadastergegevens. De meerderheid van de professionals en consumenten vindt dat corporaties woningen eerst tot de gestelde normen moeten verduurzamen, voordat ze deze verkopen. Zij hebben hiervoor immers meer middelen dan kopers van dit soort woningen en dragen een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Van de corporaties is slechts 29 procent eens met de stelling dat ze woningen pas na verduurzaming mogen verkopen.

USP rapport - afb2a

Leefstijlen en culturen
Tussen consumenten en vakwereld is een groot verschil van mening over de wenselijkheid van een woonomgeving met veel verschillende leefstijlen en culturen. Van de professionals vindt 61 procent dit (zeer) belangrijk en van de consumenten 31 procent.  Consumenten hechten meer waarde aan een woonomgeving met veel ruimte (76 procent) dan professionals (52 procent). Een autovrije omgeving is voor nog geen kwart van beide groepen belangrijk.

Er is een mismatch tussen vraag en aanbod van diverse woningtypen. Zeven van de tien professionals en 43 procent van de consumenten zijn het oneens met de stelling dat voor iedereen het gewenste woningtype beschikbaar is. Vooral ontwikkelaars (twee van de drie) vinden dat gemeenten onvoldoende koopwoningen bouwen. Van alle professionals vindt 45 procent dat middeldure huur de toekomst heeft; een kwart antwoordt neutraal op deze stelling. Twee van de drie consumenten vinden middeldure huur vooral te duur; van 55-plussers vindt zelfs driekwart dit. Van de professionals meent 42 procent dat de hypotheekrenteaftrek de particuliere huurmarkt in de weg staat wegens valse concurrentie.

USP rapport - afb3c

Oude reflexen
Marktpartijen verschillen sterk van mening over wáár er gebouwd moet worden. Gemeenten, overige overheden en corporaties vinden dat ontwikkelaars te makkelijk grijpen naar ‘oude reflexen’ door te bouwen op uitleglocaties buiten de stad. Slechts één op de drie ontwikkelaars is het daarmee eens.

Omgekeerd vindt meer dan de helft van de ontwikkelaars dat de ruimtelijke-ordeningswereld is geobsedeerd door stedelijke verdichting en daarbij de woonbehoefte van mensen vergeet. Dit sluit aan bij de opvatting van twee van de drie consumenten dat iedereen het recht heeft om buiten de stad in het groen te wonen. Ruim de helft van de ontwikkelaars is het hiermee eens; van alle professionals slechts dertig procent.

Volgens 63 procent van alle professionals (maar slechts 38 procent van de ontwikkelaars) is er voldoende ruimte in de stad, maar moet die beter worden benut. Overigens wil ruim één op de drie consumenten best ruimte opgeven, als ze daarmee groene ruimte buiten de stad kunnen sparen.

Aanbesteding
Gemeenten en ontwikkelaars staan lijnrecht tegenover elkaar als het gaat om nut en noodzaak van aanbesteding. Slechts één van de tien ontwikkelaars meent dat gemeenten voldoende kennis van zaken hebben. Corporaties oordelen iets milder. Maar zelfs de helft van de gemeenten is niet overtuigd van de eigen expertise op dit gebied.

USP rapport - afb5c

Negen van de tien ontwikkelaars vinden dat gemeenten te snel naar het aanbestedingsinstrument grijpen. Gemeenten en corporaties reageren overwegend neutraal. Aan consumenten is deze vraag niet voorgelegd.

USP rapport - afb5b

Als er toch wordt aanbesteed, dan liefst via partnerselectie en niet via planselectie, meent 62 procent van de ontwikkelaars. Gemeenten en corporaties zijn over dit punt verdeeld. Planselectie volgens de economisch meest voordelige inschrijving (EMVI) heeft als nadelen de hoge tender- en plankosten, de tijdrovende procedure en het ontbreken van de mogelijkheid om na de aanbesteding nog iets te veranderen. Partnerselectie is een middel om kwalitatieve, maar nog niet bestaande (en daardoor niet te specificeren) oplossingen te krijgen. Voor gemeenten is het nadeel hiervan dat de prijs geen doorslaggevende factor is bij de gunning en dat ze daardoor minder grip hebben op de kosten.

USP rapport - afb5a

Ten slotte is er een enorm verschil in perceptie over de mogelijkheden voor woonconsumenten om mee te denken bij beleidsvorming. Ruim vier van de vijf professionals menen dat ze consumenten voldoende betrekken bij hun plannen. Slechts één op de vijf consumenten ervaart dit zo.

Cover: Unsplash

Het onderzoek is opgesteld en uitgevoerd door USP Marketing Consultancy, ROm/Stadszaken.nl en de Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling TU Delft. De vragenlijst is verspreid onder een representatieve groep professionals en woonconsumenten. Van de professionals deden aan het onderzoek 160 gemeenten, 75 adviseurs, 45 corporaties, 26 overige overheden en 24 ontwikkelaars mee. Van de woonconsumenten 507 woningeigenaars, 355 sociale huurders en 200 vrije-sectorhuurders.

Klik hier om het volledige onderzoeksrapport van USP Marketing Consultancy, ROm/Stadszaken.nl en de Praktijkleerstoel Gebiedsontwikkeling TU Delft te ontvangen.

Auteur:

simon kooistra pp
Simon Kooistra

Hoofdredacteur Gebiedsontwikkeling.nu

Recente artikelen