platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Artikel

Over connectiviteit, opkomende spelers en de invloed van het Rotterdamse ‘stad maken’, toen en nu

Over connectiviteit, opkomende spelers en de invloed van het Rotterdamse ‘stad maken’, toen en nu

Keynote Stadmakerscongres 2014: Guest Urban Critic Uli Hellweg

15 dec 2014 - Op 28 november verzamelden in de vroege ochtend stadmakers van over het hele land zich in vier verschillende gebieden in Rotterdam om gezamenlijk te leren van praktijkverhalen. Het thema ‘connectiviteit’ stond de gehele dag centraal en werd door de gezellige sfeer ook echt ervaren tijdens de keynote lezing van Guest Urban Critic Uli Hellweg in de Fenixloodsen op Katendrecht. Bij gedimd licht en in de aanwezigheid van ruim 300 stadmakers deelt Hellweg zijn kennis en ervaring als directeur van de Internationale Bouwtentoonstelling (IBA) Hamburg en reflecteert hij op de stedelijke vernieuwing in Rotterdam en op huidige en toekomstige ontwikkelingen. Terugkijkend op een tweedaags flitsbezoek aan de stad begin november, komen alle aspecten van het Rotterdamse ‘stad maken’ aan bod. Van het tot ver over de grens geprezen inspraakmodel tot aan metabole stedelijke processen. Van opnieuw gedefinieerde rollen en opkomende spelers tot het belang van stedelijke vormgeving voor de toekomst van een kind. Hoe speelt connectiviteit hierin een rol en over welke spelers hebben we het eigenlijk?

De invloed van de stadsvernieuwingen uit de jaren 90 op binnen- en buitenland

Hellweg begint de lezing met een herinnering aan zijn eerste bezoek aan Rotterdam in 1980 toen hij de ontwikkelingen in het Oude Westen kwam bezichtigen. In die tijd werkte Hellweg als jonge stedenbouwkundige mee aan de IBA Berlin van 1987. Hij neemt ons mee naar een periode die in het teken stond van verandering. Want waar voorheen op grote schaal historische stukken Rotterdam werden afgebroken en opnieuw opgebouwd, kwam in de jaren 70 een belangrijke omslag: de historische stad werd gewaardeerd en moest behouden blijven. Inwoners verenigden zich tegen de afbraak en kwamen met een nieuwe vorm van stedelijke ontwikkeling door middel van het inspraakmodel. Dit model zorgde niet alleen voor meer betrokkenheid van inwoners, maar ook van de gemeentelijke ambtenaren die verplicht werden om op locatie aan het werk te gaan om in projectgroepen samen te werken met bewoners. Hellweg noemt deze ‘Rotterdamse aanpak’ revolutionair. In Kreuzberg, de Berlijnse wijk waar in 1987 de tentoonstelling ‘IBA-Alt’ plaatsvond, waren destijds dezelfde soort problemen aan te wijzen: herontwikkeling bestond voor de grote woningcorporaties uit sloop en nieuwbouw en burgerparticipatie was niet aan de orde. Dit leidde tot een grote krakersbeweging en veel politieke geschillen. De IBA zat er volgens Hellweg tussenin en koos er op dat moment voor om samen met de activisten op zoek te gaan naar concrete en legale oplossingen. De taak van Hellweg was destijds om de krakersgroepen te legaliseren en hun woningen goedkoop en met inspraak van burgers te renoveren en te moderniseren. Het Rotterdamse inspraakmodel en de ontwikkeling door middel van projectgroepen werden ook door de IBA toegepast en vormden de blauwdruk voor burgerparticipatie binnen de ‘Behutsame Stadterneuerung’; een voorzichtige en zachte manier van stadsvernieuwing.

Over connectiviteit, opkomende spelers en de invloed van het Rotterdamse ‘stad maken’, toen en nu - Afbeelding 1

Betekent dit dat de stadsvernieuwing van het Oude Westen in 1980 van grote invloed is geweest op projecten in binnen- en buitenland? Ja, en dat niet alleen. Hellweg kent aan de ontwikkeling van de historische wijken in Rotterdam namelijk nog een grote eer toe: de recente bloei van het binnenstedelijk gebied en de ontwikkelingen rondom de haven zouden niet op gang zijn gekomen door alleen de projecten op grote schaal uit het postmoderne tijdperk, zoals de Kop van Zuid en de Erasmusbrug. Deze ontwikkelingen hebben volgens Hellweg hun succes ook te danken aan de veel kleinschaligere stadsvernieuwingen in de jaren 90.

Duurzame en metabole stedelijke processen

Het postmoderne tijdperk heeft de stad niet alleen successen op het gebied van stedelijke vernieuwing nagelaten, maar ook problemen. Denk aan de sociale polarisatie van de stad, de verkeersproblematiek en de CO2-vervuiling. Volgens Hellweg is Rotterdam zich gelukkig bewust van deze kwesties en de grote gevolgen voor de stad. Burgemeester Ahmed Aboutaleb deelde tijdens de IABR 2014 ‘Urban by Nature’ niet voor niets zijn visie over de stad als circulair economisch systeem met de haven als logistiek knooppunt. Een verhaal van de stad Rotterdam als geheel. Volgens Hellweg een duurzame, realistische en strategische leidraad voor de komende decennia. Niet alleen fysiek en materieel gezien, maar ook juist sociaal en cultureel: het concept van een stedelijk metabolisme is in sociale, culturele of politieke zin een constante uitwisseling van ideeën, oplossingen, concepten en competenties in lokale en sociale netwerken.

Volgens Hellweg is de kennis over deze duurzame en metabole stedelijke processen duidelijk zichtbaar in de Afrikaanderwijk. Stichting Freehouse genereert hier niet alleen waarde en levendigheid voor de marktkramen en de kooplui. Er worden ook tal van activiteiten georganiseerd om tijdens het proces waarde toe te voegen: van lokale productie tot distributie, consumptie en recycling. Een innovatieve benadering van ‘stad maken’, die bevestigt dat de ontwikkeling van de stad niet langer alleen de taak van gemeentelijke ambtenaren is, maar van iedere speler die zich organiseert in stedelijke netwerken. Een ander voorbeeld is volgens Hellweg de Luchtsingel: een initiatief van een groep jonge architecten die door middel van crowdfunding aanhangers hebben geworven waardoor de ruimtelijke verbinding tussen het centraal station, Noord en de Binnenrotte door de inwoners van Rotterdam is verkozen tot winnend project voor financiële steun. Ook het Zomerhofkwartier, de Hofbogen en het Schieblock mogen niet ontbreken in het rijtje van projecten waar rollen creatief en productief opnieuw zijn gedefinieerd. Stadmakers die volgens Hellweg succesvol zijn doordat ze niet zijn ontstaan vanuit een top-down mentaliteit, maar vanuit een stedelijk-sociale, collectieve mind-set waarbij soms wetten moeten worden overtreden om tot een succesvolle actie te komen. Niet voor niets is ‘stad maken’ volgens Hellweg een institutioneel en tegelijkertijd anti-institutioneel proces waarbij de balans moet worden gezocht tussen “inside-out and outside-in oriented policy”.

Participatie: meer dan alleen inspraak

De reden dat AIR met de Van der Leeuwkring juist Hellweg uitnodigde om als Guest Urban Critic te reflecteren op de stedelijke ontwikkeling van Rotterdam, is zijn ervaring als directeur van de IBA Hamburg. Want hoe organiseer je stadsvernieuwing als proces om van te leren? Wat maakt een project strategisch en wanneer is het een vorm van verhaalvertelling? En hoe organiseer je een open proces dat nieuwe spelers uitnodigt om mee te doen? Volgens Hellweg zijn deze vragen niet gemakkelijk te beantwoorden omdat het verschil tussen het Stadmakerscongres in Rotterdam en de IBA Hamburg groot is. Vooral omdat een IBA een politiek top-down initiatief is, dat voortkomt uit noodzaak of uit visionaire ideeën van pioniers. De IBA Hamburg is een voorbeeld van het eerste: de Elbe-eilanden ten zuiden van het hart van de stad waren na het instorten van de havenindustrie zwaar verwaarloosd. In 2005 besloot de Hamburgse senaat om een IBA te organiseren om gezamenlijk te zoeken naar oplossingen voor de verwaarloosde wijken.

Een IBA kent drie factoren die voor succes perfect met elkaar in balans moeten zijn: de locatie, de thema’s en het bestuur. Omdat de inhoud altijd gebaseerd is op de specifieke locatie, is het noodzakelijk om een passende bestuursvorm te ontwikkelen. Van government naar governance beschrijft de nieuwe rol die de overheid volgens Hellweg in moet nemen. “To govern is to rule and regulate, governance is to moderate and reflect. Government is based on a hierarchical organization – governance on societal metabolism, therefore on reflexive learning processes. In doing so, the knowledge, experience and competences of all participants are equally considered for problem solving.” De vraag is echter op welke manier bewoners en andere belanghebbenden worden betrokken bij het proces van plannen, besluitvorming en realisatie. De IBA heeft hiervoor verschillende vormen van participatie ontwikkeld, gebaseerd op vier belangrijke aspecten: open en transparante procedures, gezamenlijke ontwikkeling door dialoog, het erbij betrekken van mensen die zich moeilijker of minder snel uiten en het openstellen van de discussie voor de gehele stedelijke gemeenschap. Participatie is tegenwoordig niet meer hetzelfde als de inspraak van de jaren 90, maar vraagt om een gelijkwaardige samenwerking.

Stedelijke empathie en een gevoel van verantwoordelijkheid

Als voorbeeld haalt Hellweg de ontwikkeling van Katendrecht, de Hofbogen en de Markthal aan. Projecten waar een heel scala aan belanghebbenden samenwerkten als ‘hoofdrolspelers’, met een grote dosis aan stedelijke empathie. Een gevoel van verantwoordelijkheid voor het geheel domineert, in plaats van eigenbelang. Deze vorm van stedelijke empathie komt volgens Hellweg voort uit een holistische gedachte waarbij spelers hun eendimensionale rol achter zich laten en de rol en het perspectief van de verantwoordelijke aannemen. Hierdoor ontstaat een vorm van ‘stad maken’ die dwars door alle disciplines heen gaat en bovendien een conventionele taakverdeling overstijgt.

Het verhaal van de stad Rotterdam

Volgens Hellweg zou deze nieuwe manier van ‘stad maken’ een breed gedragen verhaal van de stad Rotterdam kunnen vertellen. Daarbij gaat het er niet alleen om nieuwe verhalen te creëren, zoals de Kop van Zuid, maar juist ook om het voortbestaan van bestaande verhalen te bewaken, zoals dat van de Afrikaanderwijk, Charlois en Pendrecht. Hellweg concludeert na zijn gesprek met stadsfilosoof Henk Oosterling dat Rotterdam er nog niet in slaagt om het verhaal van één stad te vertellen, maar eerder dat van twee: van Noord en van Zuid. Waar het in Noord gaat om het creëren van een ‘Smart City’, gaat het in Zuid meer om de kansen wat betreft wonen, werken en onderwijs van de cultureel zeer diverse groep bewoners. Het thema van het Stadmakerscongres 2014 is connectiviteit. Voor Henk Oosterling betekent dit op het gebied van onderwijs het verbeteren van netwerken en relaties, in plaats van alleen te focussen op het beleid en het onderwerp. Door zijn project ‘Rotterdam Vakmanstad’ brengt hij kinderen de nodige sociale, fysieke en mentale vaardigheden bij. Volgens Hellweg ligt deze nieuwe aanpak van Oosterling echter mijlenver van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid vandaan. Hoe kunnen deze verschillende benaderingen van de stad van elkaar leren en hoe kunnen zij elkaar beïnvloeden? Of zijn het parallelle werelden die in hetzelfde domein handelen? De IBA trok voor de Elbe-eilanden op met een al eerder gestart ‘bildungsoffensiv’. In hun gezamenlijke aanpak was de basis dat onderwijs meer is dan alleen school en dat het vraagt om samenwerking. Scholen zouden volgens hem de functie van buurthuizen moeten vervullen, zodat jongeren breed worden opgeleid en hulp kunnen krijgen bij het vinden van een plek op de arbeidsmarkt. Hellweg legt de verantwoordelijkheid ook bij de stadmaker. “Scientifically there is no doubt about the fact that diverse urban structures and neighbourhoods offer better chances for education and vocational careers than monostructural ones.” Het zijn niet alleen ouders en leerkrachten die opvoeden: de vormgeving van een stadswijk is ook bepalend voor de toekomst van een kind.

De toekomst van het ‘stad maken’

Onderwijs en stedelijke ontwikkeling kunnen niet alleen afhangen van de toewijding van idealisten. Ook in tijden van crisis dragen politici volgens Hellweg de verantwoordelijkheid voor de stad. Voor Rotterdam geldt dat de overheid haar taken en rol na een lange periode van reorganisatie opnieuw heeft gedefinieerd. Zij hoeft haar taken niet over te dragen, maar moet wel nieuwe en transparante samenwerkingsvormen aangaan. Nu de crisis zijn dieptepunt heeft bereikt en de economie weer stabiliseert, zullen volgens Hellweg meer partijen hun rol moeten herdefiniëren. Wanneer Hellweg naar de toekomst van de stedelijke ontwikkeling kijkt, dan vraagt hij zich bijvoorbeeld af wat de invloed van economische groei zal zijn op de creatieve sector. Wat gebeurt er op de lange termijn met binnenstedelijke gebieden zoals het Zomerhofkwartier? Hoe veerkrachtig zijn de nieuwe sociale en culturele netwerken en nieuwe samenwerkingsverbanden? Hoe stabiel is de huidige cultuur van samenwerking en connectiviteit wanneer dit steeds minder nodig zal zijn?

Het ‘stad maken’ zal zichzelf ook in de toekomst moeten bewijzen en zal alleen succesvol zijn als de lessen van tijdens de crisis niet worden vergeten zodra de markt aantrekt en de vastgoedsector opleeft. Volgens Hellweg zullen de gemeenten en haar vertegenwoordigers ook in economisch goede tijden gebruik moeten maken van hun informele gezag en wettelijke bevoegdheden om de nieuwe cultuur van ‘stad maken’ te kunnen behouden. Dit is het perfecte moment om met alle spelers rond de tafel te gaan zitten om tot nieuwe regels en overeenkomsten voor de toekomst te komen: een city contract. Hellweg benadrukt daarbij dat deze ook moeten gelden voor de hele stedelijke agglomeratie, voorbij de gebieden rondom het centrum van Rotterdam.

Op deze manier zal het Rotterdamse model voor ‘stad maken’ volgens Hellweg opnieuw geschiedenis schrijven. Door gewoon te doen en daarvan te leren. Door de verbinding te maken tussen Noord en Zuid, tussen bestaande en opkomende spelers en tussen grote en kleine projecten. Door rollen te herdefiniëren en door te zoeken naar nieuwe samenwerkingsvormen. Maar vooral door het verhaal van één Rotterdam te vertellen.

Zie ook:

Blijf op de hoogte