platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Over terugblikken en goed opdrachtgeverschap

Over terugblikken en goed opdrachtgeverschap

Verslag ClubNai-diner “Experiment en onderzoek uit liefde voor architectuur”

4 dec 2012 - Blikken architecten wel eens terug op hun eigen werk? Hoe haalt een opdrachtgever het beste naar boven in een ontwerper? En wat voor effect heeft de economische crisis en de malaise in de bouwkolom op deze aspecten? Deze en andere vragen kwamen aan bod tijdens een intiem diner in de hal van het Nai. In het alweer vijfde ClubNai-diner schoven een kleine dertig vakgenoten en andere belangstellenden aan rondom drie prachtig gedekte tafels. Onder leiding van Willem Hein Schenk (BNA, De Zwarte Hond) werden de gangen afgewisseld met introducties op het thema van de avond door Marlies Rohmer en Aryan Sikkema.

Marlies Rohmer blikt terug

Samen met vrienden, familie of journalisten trekt Marlies Rohmer met een camper door Nederland om de resultaten van haar werk van de afgelopen 25 jaar terug te zien. Op een deel van haar reis werd ze vergezeld door een journalist van de NTR, die er een documentaire (what happened to..) over maakte. Rohmer vroeg zich af: “Zijn in de tussentijd aanpassingen aan het gebouw gedaan? Is het zichtbaar verouderd? Blijkt het achteraf te modieus?’’. Na een korte toelichting toont ze ons de documentaire, die ook via youtube te bekijken is (zie externe links).

De reacties op de documentaire aan de tafels variëren van openhartig en kwetsbaar tot een tikkeltje wereldvreemd. Want waarom is het zo bijzonder dat een architect op eigen werk terugblikt en aan gebruikers gaat vragen hoe het gebouw bevalt? Zo bijzonder zelfs, dat hier een documentaire over gemaakt wordt door de NTR? Het terugblikken zou toch de normaalste zaak van de wereld moeten zijn? Maar er is ook bewondering voor het lef waarmee ze kritisch, en publiekelijk, naar haar eigen werk terugkijkt en ook gemaakte fouten bij de naam noemt. Dat zullen weinig ontwerpers haar nadoen. Voor Rohmer geeft het terugblikken op 25 jaar gebouwen haar de basis voor een agenda voor de toekomst. Vraag je niet af ‘what’s next’ maar ‘what happened to…’, is dan ook haar devies. Zelf wil ze daarom alleen nog maar gebouwen maken die op een waardige manier ouder worden.

Over terugblikken en goed opdrachtgeverschap - Afbeelding 1

Aryan Sikkema over poëzie en erotiek in architectuur

Het onmogelijke mogelijk maken, was de naam die Aryan Sikkema zijn bijdrage aan het diner pensant had gegeven. Sikkema zag al tijdens zijn studie in Delft dat er genoeg getalenteerde architecten voorhanden waren en besloot zich in te zetten voor goed opdrachtgeverschap. De inmiddels (formeel) gepensioneerde Sikkema heeft de rest van zijn werkzame leven gewijd aan het tot stand laten komen van goede architectuur. Dat heeft tot honderden gerealiseerde projecten geleid en hij is zelf de eerste om toe te geven dat dit niet in alle gevallen tot goede resultaten heeft geleid.

Aanvankelijk werkte hij via Unesco in Azië en Afrika, daarna in de stadsvernieuwing in Amsterdam en later - onder meer - als directeur Bouw van de Universiteit Utrecht, waar hij medeverantwoordelijk was voor de transformatie van een tot mislukking gedoemde campus tot een staalkaart van hoogwaardige Nederlandse architectuur in een zorgvuldige stedenbouwkundige en landschappelijke setting.

Sikkema somt op waar een goed ontwerp zoal aan moet voldoen. Het moet bruikbaar zijn, bouwbaar, beheerbaar, veranderbaar, te onderhouden, economisch zijn en het moet de gebruiker welvaart brengen. Maar ook cachet aan de omgeving geven, identiteit verlenen en betrokkenheid en trots oproepen bij gebruikers. “Om maar een paar dingen te noemen. ’’ Dat zal niet in ieder project tot stand gebracht worden en daarom pleit hij voor herinvoering van het onderscheid tussen gebouwen en goede architectuur, waarbij de laatste de eeuwige taak heeft om te voorzien in het geluk van mensen. 99% goed functionerende gebouwen en 1% toparchitectuur zou al mooi zijn, aldus Sikkema. Prikkelend voegt hij daaraan toe dat goede architectuur ook moet ontroeren, een lichamelijke sensatie teweeg moet brengen en zelfs erotisch kan zijn. Het moet verwonderen, intrigeren. Een gebouw moet je lokken, vragen om te worden bemind en gestreeld. Het Rietveld paviljoen op de Hoge Veluwe noemt Sikkema het beste gebouw van Nederland, poëtisch en erotisch tegelijk. “Het lokt en nodigt je uit om het te ontdekken en van alle kanten te bekijken. Het gebouw is twee keer herbouwd, dus mensen moeten wel van het paviljoen houden.”

Gespreksleider Schenk vroeg Sikkema naar de juiste condities die hij als opdrachtgever voor een architect probeert te scheppen. “Je moet vragen om emotie, gebouwen met karakter en laten weten dat je verrast wilt worden. Ook moet je ontwerpers kritisch bevragen, het vuur aan de schenen leggen, uiteraard in een respectvolle dialoog.” Wat hem daarbij altijd heeft geholpen is zijn ingebouwde filter voor ‘architectenpraat’. Over de toekomst is Sikkema, ondanks de wat sombere stemming in de bouwkolom, opvallend optimistisch. “Gedoe over geld is er altijd, ook als het economisch wel goed gaat’’ en “feiten zijn zelden relevant, dromen bepalen welke beslissingen worden genomen’’. Noud de Vreeze vraagt hem of zijn werkwijze op De Uithof in Utrecht ongewijzigd voortgezet zou kunnen worden onder de huidige omstandigheden. “Tuurlijk zullen gebouwen er anders uit gaan zien dan in de aflopen twee decennia, maar nog steeds moeten gebouwen met heel veel aandacht en ambitie gemaakt blijven worden.”

Onderzoek en experiment bleef deze avond wat onderbelicht, maar de liefde voor architectuur kwam ruimschoots voor het voetlicht. Ook de vraag of een uitweg uit de huidige malaise denkbaar is sloop gaandeweg in de discussie. Iedereen ziet dat de praktijk en de rol van de traditionele opdrachtgever en de traditionele architect aan het verschuiven is. Zo is de architect al lang niet meer dé auteur van een project, maar onderdeel van een groter team. Marlies Rohmer zoekt voor zichzelf de oplossing in nieuwe opgaven, zoals de huisvesting van de groeiende groep ouderen. Zij ziet toekomst in gebouwen die tot grondstof zijn af te breken en zelfvoorzienend zijn in hun eigen energie. Aryan Sikkema vindt dat de architect de macht moet grijpen en via het terrein van de media zijn capaciteit en meerwaarde moet etaleren. Aan de verschillende tafels vraagt men zich af of er niet genoeg gebouwen zijn gemaakt om nog een hele lange tijd voort te kunnen met wat we al hebben. Ole Bouman, directeur van het Nai, concludeert dat architecten hebben bijgedragen aan een maatschappij die op krediet is gebouwd en zich nu zouden moeten afvragen welke rol zij kunnen spelen in het aflossen van dat krediet. Misschien is de komende opgave wel herbestemming of ‘omgekeerde stedenbouw’, oftewel sloop. Hoe dan ook, extrapoleer actuele maatschappelijke opgaven. Overal waar ruimtelijke intelligentie voor nodig is, kunnen architecten een bijdrage leveren. Die meerwaarde moeten architecten goed voor het voetlicht brengen. De liefde voor architectuur en het realiseren van kwaliteit blijft de drijfveer, alleen de weg daar naartoe is weerbarstiger en die moeten we opnieuw uitvinden, aldus Bouman.

Zie ook:

Auteur

Portret - Jeroen Mensink
Jeroen Mensink

Redacteur Gebiedsontwikkeling.nu | architect/eigenaar bij JAM* architecten

Bekijk alle artikelen