GO scriptie
GO scriptie levendige pleinen

Pleinen zonder programmering kunnen ook levendig zijn!

Door Roland Klarenbeek

8 jan 2018 - Dat gemeenten, ontwikkelaars en ondernemers inzetten op aantrekkelijke binnensteden is een logisch gevolg van de strijd om de consument. Aantrekkelijke steden doen het namelijk economisch beter en lijken daardoor ook alsmaar te groeien ten koste van andere steden en dorpen. Om de stad aantrekkelijk te houden of te maken, worden daarom veel initiatieven genomen om meer bezoekers naar de binnenstad te krijgen en langer vast te houden. Mensen houden ervan om op plekken te zijn waar meer mensen komen. Het plein is dan ook een prima ruimte voor het organiseren van evenementen, festivals en markten om de levendigheid en aantrekkelijkheid van de stad te vergroten. Maar wat als er niets wordt georganiseerd en er geen commerciële activiteiten op het plein plaatsvinden? Dan is het plein vaak koud, leeg en ‘dood’. Wat blijkt: voorzieningen op en rond het plein beïnvloeden de mate van levendigheid maar de mate van levendigheid is daarbij mede afhankelijk van een aantal andere factoren. Roland Klarenbeek onderzocht in zijn scriptie voor de Master City Developer de bijdrage van voorzieningen op en rond openbare binnenstadspleinen in het vergroten van de levendigheid op het plein.

De aanwezigheid van mensen, zo blijkt uit de literatuur, is de belangrijkste indicator voor de mate van levendigheid (Jacobs, 1961; Whyte, 2001; Mehta, 2007; Gehl, 2010; Van Loon, 2011; Project for Public Spaces, 2016). Het maakt daarbij niet uit of de mensen zich over het plein bewegen of op het plein verblijven. Uit mijn onderzoek, naar de bijdrage van voorzieningen op de mate van levendigheid op openbare binnenstadspleinen, is gebleken dat vooral het doel van de mensen de mate van levendigheid sterk bepaald. De invulling van de plint blijkt dan ook van grote invloed te zijn op het aantal bewegingen over het plein en de zitmogelijkheden op het plein zijn vooral van invloed op de verblijfstijd. Ook komt naar voren dat meer toegangen tot het plein leiden tot meer verkeersbewegingen over het plein. Een factor die niet direct een relatie heeft met het plein maar wel degelijk bij kan dragen aan de mate van levendigheid op het plein is de bezoekpotentie van de stad. Dit resulteert in de volgende vier factoren waarmee invloed kan worden uitgeoefend op de mate van levendigheid op openbare binnenstadspleinen in situaties waarbij geen programmering plaatsvindt.

Levendige pleinen

De vier factoren die van invloed zijn op de mate van levendigheid op openbare binnenstadspleinen

Als we nu inzoomen op de eerste drie factoren die een directe relatie hebben met het plein, dan zien we het volgende.

Voorzieningen op het plein

Vooral mogelijkheden om te zitten, liggen of leunen verhogen de verblijfstijd van de mensen op het plein. De aanwezigheid van verblijfsmogelijkheden in de nabijheid van winkels biedt een plek als een soort ‘wachtverzachter’, een plek om te zitten, rond te kijken en een keuze te maken voor de volgende (winkel)bestemming. Zitmogelijkheden kun je in vele vormen en maten aantreffen zoals banken, traptreden, verhogingen rondom bijvoorbeeld bomen of groenstroken. Ook losse stoeltjes met tafeltjes, zoals je ziet in bijvoorbeeld Bryant Park NYC of Parijs, nodigen uit om langer op het plein te verblijven.

Van Heekplein Enschede

Van Heekplein Enschede

Functies in de plint

Functies leiden tot bestemmingen van de bezoeker en leiden dan ook tot meer verkeersbewegingen over het plein. Hoe meer verkeersbewegingen, hoe hoger de mate van levendigheid. Daaruit zou je kunnen concluderen dat wanneer je rond het plein meerdere verschillende soorten functies hebt, dit leidt tot meer bewegingen. Bij een horecaplein kun je verwachten dat de bezoeker over het algemeen kiest voor één bepaalde horecagelegenheid en niet van de ene naar de andere gaat. Bij een winkelplein zie je meer verschillende bewegingen van dezelfde persoon over het plein, wat bijdraagt aan een hogere mate van levendigheid. Neemt niet weg dat (bezette) horecaterrassen op pleinen, als commerciële activiteit, ook bijdragen aan het gevoel van levendigheid op het openbare deel van het plein.

Toegankelijkheid

Een toegankelijk plein dat schoon en heel is en weinig obstakels heeft, zal over het algemeen leiden tot meer bezoekers en meer verkeersbewegingen. Al met al kun je stellen dat bij een toegankelijk plein met a) veel toegangen, b) een hoge mate van obstakelvrijheid voor voetgangers, fietsers en langzaam gemotoriseerd verkeer (scooters, scootmobielen) en c) een parkeergarage onder het plein met entree op het plein, de kans op levendigheid het grootst is.

“What attracts people most, it would appear, is other people.” (Whyte, 2001)

Pleinen zullen niet altijd levendig zijn. Zo zijn bijvoorbeeld de klimatologische omstandigheden van invloed op het gebruik van het plein. Dat geldt ook voor het ontwerp, de aanwezigheid van groen en water, zon- en schaduwplekken en de openingstijden van de verschillende functies rond het plein.

Toch kan wel gesteld worden dat de combinatie van zitmogelijkheden, functies in de open plint, toegankelijkheid en bezoekpotentie voor een groot deel de mate van levendigheid op het openbare plein bepalen. Van elk plein, maar misschien zelfs ook van andere openbare ruimte, kan met behulp van deze factoren de potentie van levendigheid in kaart worden gebracht en vastgesteld worden waar mogelijkheden zijn om de mate van levendigheid te verhogen, als het doel is om meer mensen naar een bepaalde plek te krijgen. Elk plein of elke (openbare) ruimte kan dan levendig zijn.


Gehl, J. (2010) Cities for People. Island Press, Washington.

Jacobs, J. (1961) The Death and Life of Great America Cities. New York: Vintage Books, Random House, Inc., Newe York.

Van Loon, J. (2011) Convivial Plazas for the Urban Elite, Afstudeerscriptie. University of Amsterdam.

Mehta, V. (2007) ‘Lively Streets: Determining Environmental Characteristics to Support Social Behavior’, Journal of Planning Education and Research, 27(2), pp. 165–187.

Project for Public Spaces (2016) Project for Public Spaces, website PPS. Available at: http://www.pps.org/ (Accessed: 5 April 2017).

Whyte, W. H. (2001) The social life of small urban spaces. 3rd edn. Project for Public Spaces.


Lees de scriptie ‘Het plein is dood, lang leve het levendige plein!’ van Roland Klarenbeek hier.

Auteur:

Ronald Klarenbeek
Roland Klarenbeek

Project Manager Regional Development, Hanzehogeschool Groningen

Recente artikelen