Nieuws De Ontwerp-Nota Ruimte was eind vorig jaar vaak in het nieuws. In december gaven ook de provincies een reactie. Zij agenderen nadrukkelijk twee thema’s in hun beleidsstuk: aan de nota ontbreekt een uitvoeringsagenda met concrete realisatie-instrumenten en zij benadrukken dat de provincies zichzelf zien als gebiedsregisseur bij de verdere uitwerking van het nationale ruimtelijk beleid.
De provincies spreken in hun zienswijze waardering uit voor het feit dat ruimtelijke ordening een centrale plek heeft gekregen op de rijksagenda. Volgens hen laat de Ontwerp-Nota Ruimte zien dat het Rijk de grote ruimtelijke opgaven onderkent en deze in samenhang beschrijft. Wonen, economie, energie, mobiliteit en leefomgeving worden niet afzonderlijk benaderd, maar gepresenteerd als onderdelen van één ruimtelijk verhaal. Daarmee erkent het Rijk volgens de provincies dat de druk op de ruimte toeneemt en dat sectorale oplossingen steeds minder toereikend zijn.
Weinig richtinggevende keuzes
Tegelijkertijd signaleren de provincies dat de Ontwerp-Nota Ruimte vooral beschrijvend van aard is. De analyse van de opgaven is volgens hen zorgvuldig en breed, maar de stap naar richtinggevende keuzes blijft beperkt. De provincies stellen dat dit voor de praktijk van gebiedsontwikkeling een belangrijk aandachtspunt is. In gebieden waar meerdere opgaven samenkomen, is volgens hen niet alleen inzicht nodig, maar ook duidelijkheid over de prioriteiten. Zonder expliciete keuzes blijft het lastig om helder te maken hoe verschillende ruimteclaims zich tot elkaar verhouden en waar de accenten worden gelegd.
In hun zienswijze benadrukken de provincies expliciet hun rol als ‘gebiedsregisseur’. Zij zien zichzelf als scharnier tussen nationale ambities en regionale uitvoering. Provincies bevinden zich op het schaalniveau waar belangen samenkomen en waar afwegingen worden gemaakt tussen wonen, economie, mobiliteit, energie en leefomgevingskwaliteit. Daarbij geven de provincies aan dat zij niet sec willen fungeren als uitvoeringsloket van rijksbeleid, maar als partij die de samenhang organiseert en ruimte biedt voor gebiedsgericht maatwerk binnen nationale kaders.
Provincie als regisseur
Deze positionering raakt volgens de provincies aan de bestuurlijke verhoudingen rond de Nota Ruimte. Het Rijk zet met het document een stap richting meer regie, maar laat volgens de provincies onvoldoende zien hoe die rijksrol zich verhoudt tot bestaande verantwoordelijkheden. Door hun regisseursrol expliciet te benoemen, vragen de provincies om duidelijkheid over de rolverdeling en de doorwerking van de rijksambities. Zij geven aan dat deze helderheid van belang is voor gebiedsontwikkeling, omdat langdurige gebiedsprocessen vragen om stabiele bestuurlijke afspraken.
Het uitgangspunt ‘elke regio telt’ uit de Ontwerp-Nota wordt door de provincies onderschreven, maar zij verbinden hier nadrukkelijk praktische consequenties aan. Zij stellen dat ‘elke regio telt’ vraagt om een nieuwe manier van samenwerken en investeren. Gebiedsontwikkeling wordt gezien als een langjarig proces waarin Rijk en regio gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen, in plaats van als een optelsom van losse projecten. Daarbij pleiten de provincies voor wederkerige afspraken over doelen, middelen en tempo, afgestemd op regionale kenmerken.
De provincies signaleren verder dat huidige financierings- en programmeringssystemen vooral sectoraal en projectmatig zijn ingericht, terwijl gebiedsontwikkeling vraagt om meerjarige, integrale afspraken per gebied. Incidentele deals en projectmatige afspraken bieden volgens hen te weinig houvast. Zonder structurele doorwerking bestaat het risico dat het uitgangspunt ‘elke regio telt’ vooral richtinggevend blijft op papier, terwijl de uitvoering achterblijft.
Randvoorwaarden
Een belangrijk ander kritiekpunt betreft het ontbreken van een uitgewerkte uitvoeringsagenda bij de Ontwerp-Nota Ruimte. De provincies constateren dat de ambities voor de ruimtelijke inrichting van Nederland weliswaar worden benoemd, maar dat onduidelijk blijft hoe deze gerealiseerd moeten worden. Dit leidt in de praktijk tot spanningen, omdat projecten steeds vaker vastlopen op randvoorwaarden zoals netcongestie, waterbeschikbaarheid, stikstofruimte en bereikbaarheid. Tegelijkertijd is niet altijd helder wie verantwoordelijk is voor het oplossen van deze knelpunten en met welke instrumenten.
Zonder die concretisering bestaat het risico dat de Nota Ruimte vooral richtinggevend blijft
De provincies geven aan dat een uitvoeringsagenda duidelijkheid moet bieden over verantwoordelijkheden, instrumenten en financiering. Zonder die concretisering bestaat het risico dat de Nota Ruimte vooral richtinggevend blijft, terwijl de doorwerking in gebieden beperkt is. Daarmee verschuift de uitvoeringsdruk volgens de provincies naar regionale overheden, terwijl veel randvoorwaarden juist een nationaal of systeemniveau kennen – en daar gaan de provincies niet over.
Fysieke draagkracht
Ook bij het thema water en bodem plaatsen de provincies kanttekeningen. Hoewel zij erkennen dat deze onderwerpen uitgebreid worden behandeld, constateren zij dat het adagium ‘water en bodem sturend’ niet langer expliciet als leidend principe wordt gepositioneerd. Vanuit gebiedsontwikkeling bezien is dit volgens hen relevant, omdat water en bodem in hoge mate de fysieke draagkracht bepalen. Wanneer deze randvoorwaarden niet helder zijn, ontstaat onzekerheid over de haalbaarheid en robuustheid van plannen.
De provincies pleiten daarom voor meer duidelijkheid over de rol van water en bodem in ruimtelijke keuzes. Dat betekent volgens hen niet dat ontwikkelingen worden uitgesloten, maar dat verwachtingen realistischer worden en keuzes explicieter. Heldere kaders kunnen bijdragen aan een meer voorspelbare en toekomstbestendige gebiedsontwikkeling. Bij het thema wonen sluiten de provincies aan bij de rijksambities, maar verbreden zij het perspectief. Woningbouw wordt niet gezien als een opgave op zichzelf, maar als onderdeel van bredere gebiedsontwikkeling. In veel regio’s liggen kansen in herstructurering en transformatie van bestaande gebieden, waar wonen kan worden verbonden met mobiliteit, voorzieningen, groen en gezondheid. Deze benadering biedt volgens de provincies meer ruimte voor kwaliteit en samenhang dan een eenzijdige focus op nieuwbouw.
Regionaal verankerde gebiedsontwikkeling
In samenhang gelezen laat de zienswijze zien dat de provincies de Ontwerp-Nota Ruimte beschouwen als een belangrijke stap, maar niet als een afgerond geheel. Zij nodigen het Rijk uit om de nota door te ontwikkelen tot een volwaardige nationale omgevingsvisie, met een duidelijke uitvoeringsagenda en heldere afspraken over rolverdeling en instrumentarium. De boodschap is niet afwijzend, maar wel duidelijk: voor een effectieve doorwerking in de praktijk van gebiedsontwikkeling zijn nadere keuzes en concretiseringen nodig. De provincies geven aan dat het vervolgproces rond de Nota Ruimte bepalend is voor de verdere doorwerking. Zij benadrukken dat de uitkomsten van dit proces voor de praktijk van gebiedsontwikkeling van groot belang zijn. De manier waarop de Nota Ruimte wordt aangescherpt, zal volgens hen mede bepalen in hoeverre zij uitgroeit tot een bruikbaar kader voor integrale, uitvoerbare en regionaal verankerde gebiedsontwikkeling.
Cover: ‘Oldenzaal’ door hans engbers (bron: shutterstock)










