platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Regionale regie, met ruimte voor marktwerking

Regionale regie, met ruimte voor marktwerking

NEPROM-bijeenkomst: regionale afstemming kantoor- en winkelontwikkelingen

11 feb 2013 - De hoge leegstand en niet al te rooskleurige vooruitzichten voor de toekomst (krimp) maken zowel bestuurders als ondernemers bewust van het feit dat ze elkaar hard nodig hebben in deze tijd. Er bestaat wel een verschil van mening over de rol van de overheid, zo bleek tijdens een door de NEPROM georganiseerde bijeenkomst over regionale afstemming op 30 januari jl.

Conclusies:
- Zowel ondernemers als bestuurders zien het nut en de noodzaak in van regionale samenwerking. Samenwerking is belangrijk vanwege de intergemeentelijke vraag. Gezamenlijke inspanning en samenwerking is eveneens nodig om het sentiment wat er heerst omtrent de kantorenmarkt te verbeteren.
- Bestuurders hebben instrumenten nodig om vanuit hun visie ook daadwerkelijk ergens te komen. De overheid moet echter de markt niet dicteren, maar rekening houden met de zelfregulerende werking van de markt.

Bestuurders hebben, zoals Theo Rietkerk (gedeputeerde voor Economie, Energie en Innovatie bij de Provincie Overijssel) het noemt, een instrumentenkoffer nodig om vanuit hun visie ook ergens te komen. Ontwikkelaars zijn het erover eens dat in de huidige markt een duidelijke visie belangrijk is, maar dat deze niet moet leiden tot het dicteren van de markt. De vraag wordt niet langer gestuurd door het aanbod, waardoor de zelfregulerende werking van de markt de kansen onderscheidt van de problemen. De overheid heeft in dit proces een sturende rol, maar de uiteindelijke keuzes moeten vanuit de markt worden gemaakt.

Nicole Maarsen (Directeur Maarsen Groep, bestuurslid NEPROM en deelnemer aan Kantorentop) wijst op de noodzaak van (regionale) samenwerking: ‘De markt staat op dit moment op zijn kop. Er is geen groei of vervangingsvraag meer, maar er moet ingespeeld worden op krimp. De relatie tussen huurders en verhuurders is ook veranderd. Waar er vroeger gevraagd werd om een onderhoudsgarantie, wordt er nu gevraagd om een huurgarantie. In deze veranderde markt is het belangrijk om samen te werken. Er zijn zo veel gemeenschappelijke belangen.’ Henk Ovink (wnd. directeur-generaal Ruimte en Water bij het Ministerie van Infrastructuur en Milieu) presenteert de handreiking bij de ladder voor duurzame verstedelijking, recent opgesteld door het ministerie van I&M. Deze ladder ondersteunt gemeenten en provincies bij het vraaggericht programmeren, rekening houdend met het huidige en geplande aanbod. Overheden moeten nieuwe stedelijke ontwikkelingen motiveren rekening houdend met de vraag in een regio en de beschikbare ruimte. Het rijk heeft geen dwingende rol, bijvoorbeeld met betrekking tot afstemming, maar gaat alleen over het proces. Daarbij gaf hij aan dat er geen pasklare oplossingen zijn voor de problemen in de markt. Het is belangrijk om coalities te vormen en gezamenlijk nieuwe mogelijkheden te vinden.

De volgende spreker, Theo Rietkerk (gedeputeerde voor Economie, Energie en Innovatie bij de Provincie Overijssel), geeft aan dat de bestuurder een instrumentenkoffer nodig heeft om vanuit zijn visie ook daadwerkelijk ergens te komen. Deze visie wordt gezamenlijk met marktpartijen opgesteld zodat het niet een puur bestuurlijk gedragen stuk is. Uitgangspunt in de regio is nu: er wordt geen nieuw aanbod aan de markt toegevoegd, tenzij aangetoond kan worden dat hieraan behoefte is. Theo Rietkerk benoemt ook twee kwesties waarvan hij vindt dat deze snel door de overheid opgenomen moeten worden, namelijk: de problemen betreffende planschade bij het schrappen van plannen en het negatieve effect op investeringen van het verwachte wetsvoorstel Houdbare overheidsfinanciën (HOF).

Arthur van Dijk (wethouder Haarlemmermeer) licht vervolgens de werkzaamheden van het Platform Bedrijventerreinen en Kantoorlocaties (Plabeka) toe, waar hij voorzitter van is. Het platform is opgericht om de kwantiteit en kwaliteit van bedrijvenlocaties in de Metropoolregio Amsterdam af te stemmen. Met als doel beter te reageren op de vraag, hoewel deze lastig te definiëren is. Van Dijk roept op tot meer samenwerking en gezamenlijke inspanning, zodat het sentiment wat er heerst over de kantorenmarkt wordt verbeterd. Hij vindt dat gemeenten transparant moeten maken waar ze mee bezig zijn en eerlijk aan moeten geven wat er wel en niet goed gaat. In de laatste presentatie van de dag gaf Pieter Tordoir (Hoogleraar Economische geografie en Ruimtelijke Planning aan de Universiteit van Amsterdam en docent aan de Amsterdam school of Real Estate) een overzicht van de trends in de kantoren- en retailmarkt. Hij eindigde deze presentatie met de prikkelende stelling: het fundamentele probleem ligt (nog) eerder bij beleggers en ontwikkelaars dan bij overheden: de aanbodmarkt is te weinig professioneel en geïnformeerd.

Dit was meteen een mooi moment voor de reflectieronde van marktpartijen op de besproken onderwerpen door Nicole Maarsen, Isaäc Kalisvaart (directeur MAB Development) en Heino Vink (directeur Multi Corporation). Zij gaven aan dat gemeenten veelal niet marktconform handelen bij het aanpassen of schrappen van de programmering. Er moet meer geluisterd worden naar de markt en wie weet beter wat de vraag vanuit de markt is dan marktpartijen? Dat er vanuit gemeenten en provincies een duidelijk visie moet zijn en samenwerking daarbij essentieel is staat voor alle partijen vast. De dag eindigde met vragen uit de zaal aan de marktpartijen en bestuurders. Helaas werd er geen antwoord gegeven op de laatste vraag uit de zaal: Wie betaalt de rekening van alle problemen in de kantoren- en detailhandelmarkt? Wellicht is dit een interessant onderwerp voor de volgende bijeenkomst van de NEPROM.

30 januari 2013 | Pakhuis De Zwijger, Amsterdam
Organisatie: NEPROM en PropertyNL

Auteur

Portret - Isabelle van den Bouwhuijsen
Isabelle van den Bouwhuijsen

YP-redacteur Gebiedsontwikkeling.nu | Consultant at Deloitte Real Estate Advisory

Bekijk alle artikelen