platform voor kennis, nieuws en debat
platform voor kennis, nieuws en debat
Artikel

Zet ruilverkaveling in voor duurzame energie

Zet ruilverkaveling in voor duurzame energie

Zonnepanelen en windmolens 6/11/18

7 nov 2018 - Als we de energie uit kolencentrales vaarwel zeggen, moeten we alternatieven hebben, bijvoorbeeld windmolens of zonnepaneelvelden. Maar het is de afgelopen jaren duidelijk geworden dat mensen deze oplossingen vaak landschapsvervuiling vinden en liever niet in hun buurt hebben. Boris Hocks, stedenbouwkundig ontwerper en partner van Generation.Energy, pleit daarom voor het ontwerpen van nieuwe landschappen, waarin de energieproductie geen vreemde eend in de bijt is, maar er een onderdeel van vormt.

In een van de eerste lezingen die Boris Hocks van Generation.Energy gaf over de ruimtelijke implicaties van de energietransitie, legde hij al het verband met de ruilverkaveling. In zijn ogen is de opgave voor de energietransitie vergelijkbaar met de opgave uit de jaren vijftig en zestig om Nederland van voldoende voedsel te voorzien. Misschien is de opgave zelfs vergelijkbaar met de eeuwen van de grote droogmakerijen en het ontstaan van het polderlandschap. Beide ruimtelijke ingrepen zijn gestart vanuit een sociaal-economisch perspectief: eten. 

Maar er is weerstand tegen het bouwen van windmolens en het aanleggen van zonneparken. In de praktijk willen mensen liever niet geconfronteerd worden met nieuwe vormen van energieopwekking. Een veelgehoord argument hierbij: het past niet in dit landschap, we houden van dit landschap, dus moeten we het zo houden.

“Ruilverkaveling kan een prachtig instrument zijn om mensen een comfortabel landschap te geven waarin je al die wensen en functies ruimte geeft.”

Exoten

Hocks: “Sommige argumenten zijn super terecht, en sommige bijzondere gebouwen of historische windmolens moet je vooral laten zoals ze zijn. Het fascinerende is natuurlijk wel dat het gaat om landschappen die we tijdens ruilverkavelingen hebben gemaakt. Blijkbaar zijn we heel goed in het maken van aantrekkelijke landschappen. Drenthe is bijvoorbeeld heel geliefd bij toeristen, maar is wel grotendeels tot stand gekomen in landinrichtingen en ruilverkavelingen. Dan is het inderdaad niet fraai om daar zomaar overal windmolens neer te zetten als een soort exoten. Dus ik denk dat we de uitdaging aan moeten gaan om de landschappen opnieuw te gaan ontwerpen. Nieuwe landschappen waar energie een integraal onderdeel van uit maakt. De opgave is dusdanig groot dat je er niet meer komt met alleen het inpassen er van.” 

“En natuurlijk is het in de vorige ruilverkavelingen niet altijd goed gegaan, maar daar kunnen we van leren. Dus moeten we goed luisteren naar de mensen in een gebied. En we moeten de nieuwe functies en nieuwe inrichting zorgvuldig afwegen tegen datgene wat er verdwijnt. Maar dan kan de ruilverkaveling een prachtig instrument zijn om mensen een comfortabel landschap te geven waarin je al die wensen en functies ruimte geeft.” 

Uitruilen van functies

Hocks heeft in een aantal gebieden al geëxperimenteerd met deze ‘ruilverkaveling nieuwe stijl’. In regio’s ging hij met groepen mensen in een spelvorm aan de slag die de energiebehoefte van de regio moesten invullen door deze een plaats te geven in het gebied. “In een eerste variant laten we zien wat er gebeurt als je de groei van het aantal windmolens en zonneparken autonoom laat plaatsvinden. Een tweede variant is om de energieproductie vorm te geven via bestaande structuren in het landschap, bijvoorbeeld langs wegen of watergangen. En een derde is: kun je een landschap maken dat we graag willen hebben? Dit laatste scenario wordt vaak enthousiast ontvangen. Mensen gaan dan ruimte zoeken voor de energieproductie, maar ook in combinatie met alle andere functies. Ze benoemen dat er een belangrijke molen staat en dat een deel van het landschap heel bijzonder is. Natuurlijk moeten die dan blijven, maar dat is dan een heldere keuze.”
“We merken dat deze manier van werken het debat opent over het landschap. Wat willen we hier wel en wat niet, ervan uitgaande dat we de energiebehoefte van de regio ook hier opwekken.”

“Mensen vullen in deze sessies functies in het landschap in, zodat er een prettig en aantrekkelijk landschap overblijft. En daar hoort het uitruilen van functies natuurlijk bij. In feite ben je dan bezig met ruilverkaveling. We merken dat deze manier van werken het debat opent over het landschap. Wat willen we hier wel en wat niet, ervan uitgaande dat de energiebehoefte van de regio ook in diezelfde regio wordt opgewekt.” 

“Misschien is dat gesprek nog wel het belangrijkste in deze sessies. Mensen maken helder wat ze waarderen aan een landschap, wat ze echt belangrijk vinden. Het grappige is dat de discussie dan meteen op gang komt over de vraag wat een logisch landschap en grondgebruik is. Mensen leggen dan op tafel dat het ook veel logischer is om bepaalde teelten in een andere hoek van de regio te concentreren vanwege bijvoorbeeld de bodemsoort. Je moet het misschien niet altijd meteen over ruilverkaveling hebben, maar het is wel goed om te noemen dat het instrument in het verleden het landschap heeft gebracht dat we nu waarderen.”

Gestript

“En heel belangrijk is dat je op deze manier ook de landbouw vooruit kan helpen. Die zit vaak ook al redelijk klem vanwege regelgeving, ammoniak, bodemdaling, veenafbraak. Dat is allemaal niet houdbaar op de lange termijn, dus de landbouw kan in dit proces veel winst behalen. Het moet echt hun instrument zijn, en niet alleen van de energiesector. Energietransitie kan zo een bijdrage leveren aan andere opgaven.” 

Deze werkwijze sluit volgens Hocks heel mooi aan op het idee van de regionale energiestrategieën die er straks moeten komen. “Daar zullen we per gebied en per regio moeten nadenken over wat we willen en hoe de energieproductie eruit moet zien. Dat is uiteraard wel een nieuwe manier van werken, want de afgelopen jaren is de ruimtelijke ordening in Nederland redelijk ver gestript. Het is niet erg gebruikelijk meer om met visies te komen. Bij het Deltaprogramma is dat nog wel gedaan. Daar zie je hoe goed het werkt als je meerdere doelstellingen combineert, in dat geval veiligheid en ruimtelijke kwaliteit. Energie is misschien nog wel ingrijpender, en dus krijgt het gehele Nederlandse landschap ermee te maken. In de Nationale omgevingsvisie zit al wel een ambitie voor ruimtelijke kwaliteit, want ministeries en provincies realiseren zich dat er een enorme opgave is. Alleen maar roepen dat er een transitie nodig is, is niet genoeg.”

“We hebben het over petajoules. Maar wat is één petajoule? Een windmolentje? Een grote windmolen? Een hectare zonnepanelen? Zo’n vocabulaire moet verankerd zitten in ruilverkaveling.”

Petajoule?

Nu hebben we in Nederland ook negatieve ervaring met een soortgelijk instrument: de Reconstructie van de zandgebieden. Veel mensen aan tafel, dikke boekwerken met visies en ideeën, maar van uitvoering is weinig terechtgekomen. “Van fouten kun je leren. We hoeven niet iedereen altijd aan tafel te hebben. Wel moeten we in grote lijnen samen bedenken wat een goede richting is. Als denkmethodiek, via ontwerpend onderzoek, vang je dat soort fouten misschien al op. Zorg vooral voor een meerdere doelstellingen, bijvoorbeeld ruimtelijke kwaliteit, gezondheid, leefbaarheid en energie, zodat er voor iedereen winst te behalen is.”

“Iedereen die meedoet aan de debatten, moet ook de nodige kennis tot zijn beschikking kunnen hebben. Dat helpt de discussie vooruit. We hebben het over petajoules. Maar wat is één petajoule? Een windmolentje? Een grote windmolen? Een hectare zonnepanelen? Zo’n vocabulaire moet verankerd zitten in ruilverkaveling. Iedereen moet de spelregels kennen. De technische achtergrondkennis hebben een aantal bureaus en de Wageningen Universiteit gebundeld. Dus als iemand in de discussie roept: kunnen we niet alles op zee doen, dan laat die bundeling zien wat dat voor implicaties heeft. Of als iemand zegt: laten we alles consenteren in de Flevopolder! Dan kun je laten zien of dat voldoende is, en welke ruimtelijke weerslag een bepaalde techniek heeft op dat landschap.”

Dit artikel verscheen eerder in Landwerk #2

Auteur

geert van duinhoven
Geert van Duinhoven

professioneel tekstschrijver en eindredacteur op het gebied van natuur, landschap, landbouw, ruimtelijke ontwikkeling

Bekijk alle artikelen
Blijf op de hoogte