platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Samen sneller slimmer, heel veel innovatie voor de bouw

Samen sneller slimmer, heel veel innovatie voor de bouw

29 apr 2014 - Het boek ‘ Samen sneller slimmer’ is het encyclopedische eindresultaat van een omvangrijk project, dat begint bij Rijkswaterstaat en hun speciale ‘Corporate Innovatie Programma’ dat medio 2010 is opgericht. Middels dit programma stelde Rijkswaterstaat zichzelf de ambitie om met dertig procent minder budget, dertig procent meer functionaliteit en dertig procent meer kwaliteit en veiligheid te realiseren. Gebiedsontwikkeling.nu besteed de komende tijd aandacht aan nieuwe contractvormen. Deze boekrecensie vormt de aftrap. Innovaties zijn hard nodig volgens de auteurs: nieuwe producten, andere processen en diensten. Meer ‘smart’, meer ICT, ‘slimme materialen’, adaptief, verbonden en multifunctioneel. Wat kan gebiedsontwikkeling leren van infrastructuur? Wellicht een eye-opener in dit caleidoscopische boek is dat om tot een innoverende sector te komen er naast kosteneffectiviteit steeds meer aandacht is voor economische schade bij het ingebrek blijven van infrastructuur bijvoorbeeld als gevolg van klimaatverandering.

De opdracht was om dat sector breed en bedrijfsmatig aan te pakken. Andere verzoeken zijn daar onderweg bijgekomen en dat heeft geresulteerd in een gezamenlijk product van de Hogeschool van Amsterdam, Bouw Informatie Raad, Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, Hoger Onderwijs Groep Bouw en Ruimte, Gemeente Rotterdam, Rijkswaterstaat (Ministerie van Infrastructuur en Milieu), SBRCURnet en Vernieuwing Bouw. Die samenwerking heeft geleid tot een lijvig boek van meer dan 400 pagina’s met een overweldigende, bijna duizelingwekkende hoeveelheid auteurs, interviews, artikelen en onderwerpen.
Het boek richt zich tot architecten, bouwbedrijven, ontwikkelaars en opdrachtgevers in de bouw en de ruimtelijke ontwikkeling, zowel in de praktijk als het onderwijs. Het doel is het gezamenlijk opnieuw uitvinden van de bouwsector.

Jan Hendrik Dronkers, Directeur-Generaal Rijkswaterstaat van het ministerie I&M en bestuurslid van Vernieuwing Bouw, wijst in het woord vooraf op het belang van innovatie om Nederland veilig, bereikbaar en leefbaar te houden. Daarbij vallen vaak de begrippen ‘energieneutraal’ en ‘onderhoudsarm’. Dronkers verwacht veel van ICT innovatie (waaronder BIM). Slim combineren leidt volgens hem tot zorgvuldige inpassing van infrastructuur in de omgeving, waarbij de eindgebruiker meer centraal is komen te staan. Dronkers doet een oproep aan doortastende managers en ondernemers, maar het is de vraag of vanuit die hoek zoveel innovatief ‘design thinking’ verwacht kan worden. Misschien kan zijn oproep beter (ook) gericht worden aan ontwerpers.

Het boek bestaat grofweg uit drie delen en behandelt respectievelijk economische golven, innovatie in de bouw en een wenkend perspectief voor de toekomst.
Omdat het onmogelijk is om dit boek van voor naar achteren te bespreken binnen de ruimte die beschikbaar is in een boekrecensie, volgen we vooral de oorspronkelijke initiatiefnemer, Rijkswaterstaat. Daarbij kijken we vooral naar nieuwe werkwijzen en contractvormen voor infrastructurele werken en de lessen voor gebiedsontwikkeling in bredere zin.

In het eerste deel wordt gekeken naar andere sectoren, zoals de in het verleden al vaak aangehaalde auto-industrie, als voorbeeld voor de bouw. De in de bouwsector sterk opkomende term ‘lean manufacturing’, waarmee wordt aangeduid dat de inspanning is gericht op het voorkomen van verspilling in het voorbrengingsproces, is dan ook afkomstig van autofabrikant Toyota. Op het terrein van gebiedsontwikkeling constateren de auteurs een transitie van gebiedsontwikkeling 1.0 (van voor de crisis), via gebiedsontwikkeling 2.0 (vandaag de dag) naar gebiedsontwikkeling 3.0 (de nabije toekomst). Waar in het geval van 3.0 ‘de huidige en toekomstige ontwikkeling met elkaar wordt verbonden en gebruikers, toekomstige vastgoedeigenaren en beleggers gezamenlijk de toekomst bepalen van een gebied. Een nieuw begrip staat daarbij centraal: stromen – alles wat het gebruik van vastgoed mogelijk maakt, zoals energie, water, mobiliteit, afval, communicatie, veiligheid en onderwijs.’ De focus zien de auteurs verschuiven van nieuwbouw naar de bestaande voorraad en energieverbruik krijgt meer nadruk.

Grootschalige infrastructuur was in Nederland voorloper waar het gaat over geïntegreerde contacten, eerst in de vorm van Design & Construct, later ook als DBFMO contracten. Dat was een direct gevolg van een kleiner wordende overheid en het daarbij horende nieuwe motto van Rijkswaterstaat ‘markt, tenzij’. Ketensamenwerking en ketenintegratie staan aan de basis van deze nieuwe manier van werken.

Het boek spreekt hoge verwachtingen uit ten aanzien van BIM (Bouw Informatie Model). In het informatietijdperk biedt BIM een vorm van digitaal werken vanaf de ontwerp tot en met de exploitatiefase van een gebouw. Alle disciplines werken met hetzelfde model, al werken ze wel met hun eigen specialistische kennis en tools aan het project. Belangrijk verschil met het traditionele tekenwerk zoals Autocad, is dat het model ook voor de gebruiker en beheerder relevant is en ook in de exploitatie van bouwwerken wordt gebruikt. Maar ook BIM is, net als 2D tekenpakketten, slechts een instrument dat zo goed is als de partijen die er gebruik van maken. In de fase van het schetsontwerp biedt BIM vooralsnog niet zoveel extra, vooral richting de uitvoeringsfase biedt het voordelen. Met name waar het gaat om integreren van de installatietechniek. Een aspect van de bouw waar verbetering ook wel dringend nodig is.

Het laatst deel biedt de lezer een ‘wenkend perspectief’, waarbij heel veel voorbeeldprojecten de revue passeren. Gebiedsontwikkeling beweegt zich, volgens de auteurs, richting ‘smart cities’, met een veel grotere rol voor ICT en nieuwe media (New Songdo in Zuid-Korea is daarvan een goed voorbeeld) en wordt bevolkt door ‘smart citizens’ die efficiënter gebruik maken van middelen, zoals financiën en energie.

Sprekend over de toekomst van de (hoogwaardige) infrastructuur in Nederland, met de grote opgave voor het Rijk om met minimale middelen en minder geld de functionaliteit van de infrastructurele netwerken en de kwaliteit van de leefomgeving op peil te houden, bezien de auteurs een veranderde rol van Rijkswaterstaat. Dat doet men door als ‘superconciërge’ van Nederland de vraag van de gebruiker centraal te stellen. Innovaties zijn hard nodig: nieuwe producten, andere processen en diensten. Ook hier meer ‘smart’, meer ICT, ‘slimme materialen’, adaptief, verbonden en meerdere functies vervullend. Tot nu toe verliepen de realisatieprocessen lineair in plaats van integraal, maar dat is nu aan het verschuiven aldus de auteurs. Het gaat niet alleen om kosteneffectiviteit. Infrastructuur kost namelijk niet alleen geld om aan te leggen en te onderhouden, omgekeerd kan ook economische schade ontstaan door het in gebreke blijven van infrastructuur. Denk, in het ergste geval, aan schade die kan ontstaan bij een gebrek aan waterveiligheid in Nederland. Het gaat om de vraag, ‘welke investeringen bieden een mooi rendement, de meeste groeikansen voor Nederlandse bedrijven, zorgen voor werkgelegenheid en leveren op de langere termijn de hoogste maatschappelijke waarde?’. Het doel voor Rijkswaterstaat is om onze infrastructuur in de huidige economische omstandigheden op peil te houden, door te komen tot een krachtig innoverende infrastructuursector die ons uit de crisis gaat halen.

In Samen, sneller, slimmer wordt een veelheid aan perspectieven bijeengebracht. Per hoofdstuk is daarbij niet altijd duidelijk wie de (hoofd)auteur is. De visie op de toekomst die in het boek wordt gepresenteerd, lijkt een optelsom van de inbreng van de vele auteurs en geïnterviewde experts. Voor een boek met zoveel verschillende bijdragen is het ontwerp ervan overzichtelijk. Het enige nadeel van deze omvangrijke paperback is dat de gelijmde rug niet open op je tafel blijft liggen, wat de leesbaarheid van het boek niet ten goede komt.
Het boek eindigt met een uitgebreid glossarium. In dit geval geen overbodige luxe. De gebezigde managementtaal (denk aan de oproep van Dronkers die gericht is op ‘doortastende managers’) maakt het boek hier en daar wat wollig. De conclusie van het boek is dat door samen te werken, bouwen sneller en slimmer kan. Daar zal niemand tegen zijn. Al met al een hele kluif – soms vraag je je af of de samenstellers niet teveel onderwerpen in één boek hebben willen stoppen – maar daardoor zal iedereen met interesse voor innovatie in de bouw ergens in de hoofdstukken wel wat van zijn gading vinden.

Het boek ‘Samen sneller slimmer’ vormt een welkome introductie voor onze nieuwe serie waarin we duiken in de wereld van de geïntegreerde contracten. In het boek komt niet alleen gebiedsontwikkeling (in de versie 3.0) aan bod, maar ook specifieke contractvormen die met name in de weg- en waterbouw aan de orde zijn. Aan geïntegreerde contracten bij Rijkswaterstaat wordt dan ook ruimschoots aandacht besteed. Binnenkort wordt op gebiedsontwikkeling.nu ook dieper ingegaan op het proces rondom twee wegomleggingen in de N9, die in een Design & Construct zijn uitgevoerd door een consortium van marktpartijen op basis van een briefing over prestatie-eisen en ruimtelijke randvoorwaarden.

Gertrud Blauwhof, Ben Spiering, Willem Verbaan, met bijdragen van Cees Buijs, Diederik de Koe, Myra Koperdraat, Hans Nijssen, Martin van Pernis en Geert-Jan Verkade.

(blauwdruk)
€ 29,90

Zie ook:

Auteur

Portret - Jeroen Mensink
Jeroen Mensink

Redacteur Gebiedsontwikkeling.nu | architect/eigenaar bij JAM* architecten

Bekijk alle artikelen