Slim samenwerken door woningcorporaties, zorginstellingen en gemeenten

13 juli 2012

6 minuten

Verslag
De toenemende vergrijzing van de Nederlandse bevolking heeft grote consequenties voor wonen en zorg. Het is een enorme opgave om de woonwijken en samenleving zo in te richten, dat ouderen in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen. Dit kan alleen tot stand komen wanneer we de combinatie wonen en zorg nadrukkelijk samen op de agenda zetten en afspraken maken over duurzame woon-zorg oplossingen. Hierbij zijn woningcorporaties, projectontwikkelaars, aanbieders van zorg en andere dienstverlening en gemeenten nadrukkelijk aan zet.

Conferentie Scheiden van wonen en zorg in een vergrijzende samenleving

Op 12 juni 2012 organiseerden het Onderzoeksinstituut OTB van de TU Delft en BOB Advies in samenwerking met Aedes en ActiZ hierover de conferentie ‘Scheiden van wonen en zorg in een vergrijzende samenleving: slim werken door woningcorporaties, zorginstellingen en gemeenten’. Een onderwerp dat volgens de dagvoorzitter Peter Boelhouwer eens in de 10 jaar weer actueel is en op de agenda staat en waar in de jaren zelden concrete besluiten over zijn genomen. Echter is er de laatste jaren wel iets veranderd: vanaf 2014, of door het Lenteakkoord misschien al vanaf 1 januari 2013, zal de scheiding van wonen en zorg daadwerkelijk worden doorgevoerd. Wat zijn de consequenties van deze veranderingen in regelgeving en wat betekent dit voor de verschillende spelers in het veld?

Vergrijzing

Hoe groot is de vergrijzing van de Nederlandse samenleving en is het eigenlijk wel een probleem? Leo van Wissen, directeur van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut liet zijn licht schijnen op het grijze gebied tussen waan en werkelijkheid. De echte vergrijzing begint eigenlijk nu pas en is een gevolg van de afname van het aantal kinderen per gezin in de jaren ’70 van de vorige eeuw. Als deze afname niet had plaatsgevonden, zou Nederland nu 25 miljoen inwoners tellen, waardoor het vraagstuk van vandaag niet vergrijzing zou zijn, maar overbevolking. Daarbij kan vergrijzing ook gezien worden als een zegen, omdat deze samenhangt met de toegenomen levensverwachting. Echter betekent langer leven niet per definitie ook langer leven in goede gezondheid. Hoewel de ervaren gezondheid in Nederland hoog is, neemt het aantal chronisch zieken en mensen met lichamelijke beperkingen in de extra levensjaren toe met als gevolg een sterke toename van de intensieve zorgbehoefte.

Gevolgen voor het vastgoed

Op welke manier kunnen woningcorporaties, zorginstellingen en gemeenten inspelen op deze toenemende en veranderen vraag naar wonen met zorg? Michiel Wentges, algemeen Directeur bij BOB Advies benoemde de gevolgen van deze ontwikkelingen voor het vastgoed. De scheiding van wonen en zorg vanaf 2013 valt samen met een veranderende bekostigingssystematiek. Dit houdt in dat vanaf 2012, met een overgangsperiode tot 2018, het stelsel van budget en nacalculatie is vervangen door integrale bekostiging en een vergoeding naar product en prestatie. Deze veranderingen leggen meer verantwoordelijkheden bij de zorginstellingen die hun huisvesting zo moeten organiseren dat er altijd een volledige bezetting is. Door de veranderende en toenemende vraag zal de scheiding van wonen en zorg vooral gaan plaatsvinden in de verzorgingstehuizen. Sterker nog, de verwachting is dat alles wat nu beschikbaar is als verzorgingsplaatsen op den duur moet worden omgezet in verpleegfunctie.

Observaties uit de twee inleidende lezingen:
• Langer leven betekent niet automatisch een langer leven in goede gezondheid;
• Er is een toenemende en veranderende vraag naar zorg; o.a. een sterke toename van de intensieve zorgbehoefte;
• Er is een grens aan de mantelzorg;
• Sociaaleconomische verschillen worden groter;
• Een groot deel van de groep ouderen is financieel draagkrachtig, daarnaast is er ook een groep minder draagkrachtige ouderen.
• Er is een zeer beperkte huurmarkt voor ouderen die verzorgd willen wonen.

Discussie: hoe samenwerking te stimuleren?

Doordat gemeenten, woningcorporaties, zorginstellingen en beleggers andere verantwoordelijkheden en soms tegengestelde belangen hebben, komt de samenwerking moeizaam tot stand en blijven partijen op hun eigen bord schaken. Op welke manier zijn deze dilemma’s te doorbreken en wat is daarbij de rol van de verschillende partijen in het speelveld?

Volgens Lysbeth van Valkenburg-Lely van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) moeten gemeenten vanuit hun verplichtingen die volgen uit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) de regie gaan voeren om dit probleem op te lossen. Dit kan onder meer door te sturen op geldstromen, door samenwerking te creëren in buurten rond zorgcentra en door meer mogelijkheden te creëren voor anders bouwen. Veel problemen op dit vlak zijn per regio en gemeente dusdanig anders dat meer lokaal gezocht moet worden naar oplossingen. Hamit Karakus, wethouder Wonen bij de gemeente Rotterdam, haakt hierop in. Sturen op geldstromen betekent dat financiële prikkels vanuit het beleid correct moeten zijn, zo moet bijvoorbeeld een vrijkomende aangepaste woning beschikbaar blijven voor de zorg. Samenwerking tussen partijen stimuleren kan door voorzieningen te koppelen in woonservicegebieden. Anders bouwen wordt mogelijk als bestemmingsplannen minder rigide worden opgesteld.

Dat steeds meer ouderen in de thuissetting zullen blijven en daar zorg nodig zullen hebben, is volgens Ids Thepass, voorzitter Adviescommissie Vastgoed van Actiz, een kans voor zorgorganisaties om steeds vaker zorg in de thuissituatie te gaan verlenen. Dit betekent dat niet de woonvorm moet volgen uit de zorgvraag, maar dat de zorg zich moet aanpassen aan de woonomgeving van de zorgvrager. Er is behoefte aan (deels) nieuwe zorgarrangementen in het eigen sociaal systeem van de zorgvrager. Hierin spelen wijkverpleegkundigen in samenwerking met huisartsen een centrale rol als aanspreekpunt in de buurt.

Volgens Erik Jan van Kempen, manager Publieke Zaak van Aedes, betreft het vraagstuk van de scheiding van wonen en zorg niet zozeer een nieuwbouwopgave. Volgens hem gaat het vooral om hergebruik: het herorganiseren van de bestaande voorraad. Dit kan ook betekenen dat mensen met een zorgvraag binnen hun buurt moeten verhuizen naar een woning die al aangepast is, in plaats van dat elke woning op aanvraag aangepast wordt. Institutionele beleggers zoeken daarbij vooral internationale spreiding van hun beleggingen en het ligt daarom niet voor de hand dat zij de Nederlandse markt van zorg en wonen als focus zullen kiezen. Vanuit de institutionele beleggers is er wel een besef dat er hier een markt ligt, met name in het duurdere segment van huurwoningen met zorg, maar dit moet nog steeds concurreren met de veel lucratievere beleggingen in eengezinswoningen overal in Nederland.

De crux van de discussie zit in de manier waarop samenwerking tussen verschillende spelers in het veld tot stand kan komen. Als een parallel wordt getrokken met de Vogelaarwijken, dan wordt duidelijk dat vooral ook gekeken moet worden naar het zelforganiserende vermogen van bewoners. In plaats van alleen zorgprofessionals de wijk in te sturen. In het geval van de Vogelaarwijken, leidden initiatieven vanuit professionals veelal tot een groeiende afhankelijke opstelling van buurtbewoners, waardoor deze aanpak nu onbetaalbaar is geworden.

Aanbevelingen voor gebiedsontwikkeling

Vanuit het oogpunt van gebiedsontwikkeling heeft deze conferentie verschillende interessante inzichten opgeleverd. Duidelijk is dat een integrale en gebiedsgerichte aanpak noodzakelijk is om antwoorden te vinden op de toenemende en veranderende vraag naar wonen en zorg. Dit vraagt om een aanpak waarin het samenwerken tussen verschillende stakeholders centraal staat. Het is vanuit de WMO aan de gemeenten hierbij de regie in handen te nemen zodat er woonzorgserviceszones ontstaan. Gemeenten moeten hierbij facilitaire instrumenten ontwikkelen, zodat mensen en partijen in de samenleving meer zelf activiteiten en zorg kunnen ontwikkelen. Dit betekent investeren in activiteiten en netwerken en beperkt investeren in stenen. De huisarts en wijkverpleegkundigen spelen hierin een centrale rol als spil tussen de thuiswonende oudere en de zorginstellingen die daar waar nodig zorg leveren. Vanuit gebiedsontwikkeling zou onderzocht kunnen worden hoe gezondheidscentra op buurtniveau hieraan kunnen bijdragen. Gezondheidscentra waarin huisartsen, wijkverpleegkundigen, paramedici en vanuit recente ontwikkelingen in de curatieve zorg zelfs medisch specialisten, decentraal spreekuur kunnen houden in de eigen woonomgeving van mensen, zodat het op de oude dag verzorgd worden in de eigen woning en buurt voor steeds meer mensen een haalbare toekomstdroom wordt.

12 juni 2012 | Faculteit Bouwkunde, TU Delft Organisatie: TU Delft Onderzoeksinstituut OTB en BOB Advies i.s.m. Aedes en ActiZ

Zie bijlage voor de volledige publicatie:

Zie ook:

• De presentaties van het congres zijn te vinden op de OTB-website, onder de link ‘Conferentie Scheiden van wonen en zorg in een vergrijzende samenleving’.

• Videofragment Roger van Boxtel:


Door Johan van der Zwart

promovendus vastgoed in de zorgsector, Real Estate & Housing, TU Delft


Meest recent

Muziek en films door Maksim Safaniuk (Shutterstock)

Ontspannen genieten en bijleren deel 3 (slot): de GO.nu-films en muziek

De zomer is natuurlijk niet compleet zonder de lees- en luistertips van Gebiedsontwikkeling.nu. We vroegen de GO-redactie en het SKG-team van de TU Delft om hun suggesties. We sluiten het drieluik van favo’s af met de films en de muziek.

Persoonlijk

10 augustus 2022

GO zomertour door CrispyPork / Ineke Lammers (Shutterstock bewerkt door GO.nu)

GO zomertour 2022 #4: Boston

Voor aflevering 4 van de GO Zomertour steken we de oceaan over. In Boston nemen we onder leiding van Jaap Modder The Big Dig onder de loep, waarbij snelweg 93 onder de grond werd gebracht.

Uitgelicht
Casus

9 augustus 2022

Kloof wetenschap en praktijk door Margot Melissen (gebiedsontwikkeling.nu)

Waarom de schakel tussen wetenschap en praktijk juist moet schuren

Is de afstand tussen wetenschap en praktijk in de ruimtelijke ordening te groot? Die sombere conclusie valt niet in goede aarde bij SKG-directeur en hoofddocent gebiedsontwikkeling Tom Daamen, maar hij ziet wel ruimte voor verbetering.

Uitgelicht
Analyse

8 augustus 2022