Recensie Het is met voorsprong een van de meest besproken gebiedsontwikkelingen van het afgelopen decennium: de realisatie van de Sluisbuurt aan de oostkant van Amsterdam. Felle debatten zijn erover gevoerd en inmiddels vordert de bouw. Mirjana Milanovic, die als gemeentelijk stedenbouwkundige nauw betrokken was bij de planontwikkeling, schreef er een leesbaar boek over.
In de inleiding van Sluisbuurt. Het plan, het debat, de bouw geeft Milanovic aan wat de status van deze publicatie is. Het gaat om een tussenstand, met in 2025 een derde van het programma van de buurt gebouwd dan wel in aanbouw. “Hoewel het dus nog te vroeg is om de oorspronkelijke ambities goed te kunnen toetsen aan de praktijk, biedt deze eerste fase van ontwikkeling een kans om een tussenstand op te maken en te reflecteren op een van de meest besproken plannen van de afgelopen jaren.”
Met dat laatste heeft Milanovic inderdaad niets te veel gezegd: ten tijde van de stedenbouwkundige conceptontwikkeling werd er volop over deze gebiedsontwikkeling gesproken – in Amsterdam en daarbuiten. Dat ging met veel emoties gepaard, zo laat de reconstructie van het debat in het boek zien. De discussie barstte eind 2016 los toen de gemeente Amsterdam het Concept-Stedenbouwkundig Plan publiceerde voor dit nieuwe woongebied aan de oostkant van de stad. In het plan waren 17 torens opgenomen, met een maximale bouwhoogte van 143 meter. Niet iedereen bleek van die oplossing gecharmeerd (maar er waren zeker ook voorstanders), er werden alternatieve plannen gepresenteerd en discussieavonden trokken volle zalen – met de nodige aandacht in lokale en landelijke media tot gevolg.
Sluisbuurt - het plan, het debat, de bouw
De toelichting van de uitgever: “Op het Zeeburgereiland in Amsterdam, naast de Oranjesluizen, verrijst sinds 2022 een nieuwe woonwijk: de Sluisbuurt. Bewoners, studenten en passanten brengen de reeds aangelegde straten en pleinen stapsgewijs tot leven. De eerste woontorens zijn al voltooid – het begin van een nieuw stadssilhouet. Ook in de rest van de wijk, nu nog een zandvlakte, zullen weldra karakteristieke blokken met torens te zien zijn. Uiteindelijk zal de Sluisbuurt ruim 5.600 woningen omvatten.
De totstandkoming van het stedenbouwkundig plan voor de woonwijk was even boeiend als complex, en ging gepaard met wendingen en tegenslagen. Welke cruciale ontwerpkeuzes en bestuurlijke besluiten gingen aan het definitieve plan vooraf? Wat was de invloed van het Amsterdamse hoogbouwdebat? Op welke manier geven ontwerpen van eerste gebouwen invulling aan het plan en aan steeds hogere duurzaamheidsambities?
Dit boek blikt terug op tien jaar planontwikkeling tegen de achtergrond van intensieve verstedelijking langs de Amsterdamse IJ-oevers. Maar het blikt ook vooruit: wat zijn de toekomstige uitdagingen voor de Sluisbuurt én voor de snelgroeiende stad als geheel, die steeds nadrukkelijker verbonden is met het IJ?”

- Auteur:
- Mirjana Milanovic
- Uitgeverij:
- Uitgeverij Thoth
- Pagina's:
- 224 pag’s
- Prijs:
- €24,95
Mirjana Milanovic weet de roerige start van de gebiedsontwikkeling helder voor het voetlicht te brengen. Ook brengt ze in beeld hoe het plan – nadat alle stof van de debatten wat was neergedaald – is aangepast. Dat zij als hoofdontwerper en daarmee insider zelf bij de stedenbouwkundige planontwikkeling was betrokken, geldt daarbij zeker als een voordeel; ze heeft toegang tot informatie over de stappen die achtereenvolgens zijn gezet. Een nadeel heeft het echter ook, in de zin dat (ongewild?) toch een zekere kleuring in de informatieverschaffing is aangebracht. Zo wordt er wel stilgestaan bij de insteek van enkele interne gemeentelijke bezwaarmakers (de Hoogbouwcommissie en de Dienst Monumenten en Archeologie keurden het eerste plan voor de buurt af), maar krijgen de externe tegenstanders minder aandacht.
In een voetnoot
De Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad heeft zich bijvoorbeeld tot aan de Raad van State uitgebreid ingespannen om de plannen aangepast te krijgen, inclusief de nodige dichtheidsberekeningen van alternatieve stedelijke woonmilieus (die dus ook veel woningen kunnen opleveren). Het alternatieve stedenbouwkundige plan van architect Sjoerd Soeters (hij liet zien dat met middelhoogbouw het programma ook gerealiseerd kon worden) wordt in het boek met een voetnoot opgelost en krijgt evenmin een toelichting met beelden. Daarentegen is er wel de nodige ruimte voor de (inter)nationale lof voor het plan, zoals de keuze van de redactie van het Jaarboek voor Stedenbouw en Landschapsarchitectuur 2017, die Sluisbuurt uitverkoos als “het belangrijkste grote stedenbouwkundig woningbouwproject van dat jaar in Nederland.”

‘Sluisbuurt eerste fase vogelvlucht’ door Ossip van Duivenbode (bron: Uitgeverij Thoth)
Uit het taalgebruik van Milanovic en co-redacteur Ernst van Raaij spreekt eveneens een waardering voor de eigen gemeentelijke aanpak en het daaruit resulterende plan, blijkend uit zinnen als “Een tweede maquette, met voorbeeldontwerpen van acht architectenbureaus, liet overtuigend de mogelijke hoge kwaliteit van de toekomstige wijk zien” (pagina 53), “De eerste twee torens vormen de aanzet tot het karakteristieke, transparante silhouet dat langzaam maar zeker ontstaat” (pagina 183) en de typering van het plan voor Sluisbuurt als een “paradigmawijziging voor de stad” (pagina 30). Gezien de persoonlijke betrokkenheid van de auteur is dat uiteraard te begrijpen, maar het verhoudt zich soms wat lastig met de wens van een ‘objectieve’ analyse van de gebeurtenissen en de vorm die de stad Amsterdam op deze plek aanneemt.

‘Sluisbuurt vanaf Schellingwouderbrug’ (bron: Uitgeverij Thoth)
Daar komt bij dat je als vakgenoot op diverse plekken in de publicatie behoefte hebt aan een nadere duiding der dingen, maar die wordt dan niet gegeven. Zo zou het interessant zijn om te weten waarom precies de aanpak van de eerder ontwikkelde Sportheldenbuurt niet is doorgezet (deze buurt met 2.500 woningen ligt oostelijk van de Sluisbuurt, op hetzelfde Zeeburgereiland). Waar het ontwerp van die Sportheldenbuurt bij extern ontwerper Marlies Rohmer werd neergelegd (die ook optrad als supervisor), pakte de gemeente die rol zelf weer over bij Sluisbuurt. Wat waren daarin de overwegingen?
Milanovic laat ook de kwetsbare kanten van de gebiedsontwikkeling zien, zoals het sneuvelen van de fietsbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal
Op eenzelfde manier wordt slechts summier aangeduid waarom de wijken West End en Yale Town in Vancouver door de gemeente zijn gekozen – na een werkbezoek ter plekke – als dé referentie voor het uiteindelijke stedenbouwkundige concept. Op pagina 30 wordt er wel een zin aan gewijd, maar hier zou een nadere analyse van die gebieden in Vancouver op zijn plaats zijn geweest (ook met beelden). Helemaal omdat de bouwwijze die in Vancouver is toegepast (met iets teruggelegde torens ten opzichte van de straat, bovenop middelhoge blokken) hét centrale principe van Sluisbuurt is geworden. Een principe dat in de nodige andere steden als Hong Kong al langer wordt toegepast maar voor Amsterdam als een “experimentele combinatie” wordt benoemd (pagina 140).
Geen promoboek
Dezelfde gemis doet zich voelen op andere plekken in de tekst. Zo worden in het begin van het boek eerdere concepten voor de Sluisbuurt in de vorm van een “laagbouwwijk” en “plannen met stedelijke blokken aansluitend op de Sportheldenbuurt” bijna terloops genoemd (pagina 18), maar ze krijgen geen verdere toelichting – noch in tekst, noch in beelden. Voor een complete schets van de ontwikkeling van dit gebied zouden dat toch interessante onderdelen kunnen zijn. En het zou navolgbaar maken hoe het oorspronkelijke programma van 2.250 woningen (in de precrisis-tijd) via een ‘versnellingsaanpak’ is opgelopen naar 5.600, om zo in te spelen op de sterk toegenomen vraag naar woningen in de stad.

‘Impressie toekomstige Sluisbuurt’ (bron: gemeente Amsterdam)
Het zou echter te gemakkelijk zijn om de publicatie Sluisbuurt. Het plan, het debat, de bouw als een puur gemeentelijk promoboek af te doen, dat louter de eigen successen belicht. Milanovic laat zeker ook de kwetsbare kanten van de gebiedsontwikkeling zien, zoals het sneuvelen van de fietsbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal (na bezwaren van Rijkswaterstaat), de worsteling om goede openbare ruimtes te realiseren, de dreigende dominantie van louter kleine woningen met matige plattegronden (een gevaar dat breder in de hoofdstad wordt gevoeld) en de tot nu toe matige aantakking op goed openbaar vervoer. Deze laatste is met één tramhalte en twee haltes van bus 37 bepaald niet royaal te noemen.
Voorbode
Al met al brengt deze uitgave op een geslaagde manier een tussenstand van de ontwikkeling van deze nieuwe Amsterdamse buurt in beeld, in een prettig leesbare en aantrekkelijke vorm. Het werkelijke oordeel over het al dan niet succesvol functioneren (fysiek en sociaal) van de gebiedsontwikkeling zal pas veel verder in de tijd gegeven kunnen worden. Dat geldt ook voor de vraag of het gehanteerde verdichtingsprincipe van ‘torens op blokken’ voor de verdere bouwopgave in Amsterdam dé panacee zal vormen. Wordt het werkelijk “de voorbode van het Amsterdam-na-de-schaalsprong” (pagina 18)? De tijd zal het leren.
Cover: ‘Impressie Waterplein Sluisbuurt’ door gemeente Amsterdam (bron: Uitgeverij Thoth)






