Recensie Recensent Ries van de Wouden verdiepte zich in de publicatie ‘Het Haagse stadsbeeld’. Marcel Teunissen bracht de stedenbouwkundige geschiedenis van de hofstad in beeld. Met veel aandacht voor de patronen die Den Haag over langere tijd hebben gevormd. En voor projecten die steeds weer terugkeren, zoals de vernieuwing van het Binnenhof.
Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen: Het Haagse stadsbeeld van Marcel Teunissen is een indrukwekkend boek. Het heeft een groot formaat en is rijkelijk voorzien van kaarten, foto’s en ander beeldmateriaal. Teunissen beschrijft de geschiedenis van Den Haag vanaf het ontstaan van het grafelijk hof rond het tegenwoordige Binnenhof tot aan de huidige tijd. Natuurlijk, het is niet de eerste geschiedenis van Den Haag. Zo verscheen in 2005 het driedelige Den Haag, geschiedenis van de stad waaraan vele auteurs hun medewerking verleenden. Maar deze nieuwe uitgave onderscheidt zich hiervan in twee opzichten. Het boek heeft één hoofdauteur, waardoor een grotere eenheid in schrijfstijl en de opzet van de teksten is ontstaan. En het concentreert zich op de ruimtelijke ontwikkeling, de stedelijke structuur en de architectuur van Den Haag. Een goede kapstok voor een selectieve en gedetailleerde geschiedschrijving. Wat valt op in deze rijkdom aan informatie?
Kruising van wegen
Een eerste opvallend thema is de continuïteit van ruimtelijke patronen. Het Binnenhof ontstond vanaf 1229 aan de kruising van twee wegen, die van Scheveningen naar Delft en van Wassenaar naar Loosduinen. Deze plek zou in de loop der tijd uitgroeien tot de belangrijkste residentie van de graven van Holland. Dat was niet vanzelfsprekend, want de graven beschikten ook over andere residenties langs de kust. Maar waarschijnlijk gaf het nabijgelegen jachtgebied van het Haagse Bos de doorslag. Deze kruising van wegen zorgde voor twee belangrijke ruimtelijke kenmerken van Den Haag, die tot op de dag van vandaag op de stadsplattegrond terug te vinden zijn: lange evenwijdige of haaks kruisende lijnen en een rechthoekige gebiedsontwikkeling – heel anders dan de concentrische ontwikkeling van Amsterdam of die van Rotterdam langs water en havens. Dit ‘grid’-patroon is ook nog terug te vinden in de naoorlogse wijken, zoals in Den Haag Zuidwest. Pas bij de Vinex-wijken Wateringse Veld en Ypenburg veranderden de ruimtelijke patronen.
Het Haagse stadsbeeld
De toelichting van de uitgever: “Waarom is het landsbestuur in Den Haag gevestigd? Waar komt het roemruchte onderscheid tussen zand en veen vandaan, en bestaat het nog steeds? Hoe is het Vredespaleis ooit hier terechtgekomen? Waardoor heeft Den Haag veruit de hoogste bevolkingsdichtheid van alle Nederlandse steden? En is het eigenlijk wel een stad? Dit boek gaat over het ontstaan van het Haagse stadsbeeld. Het beschrijft het DNA van de stad. (..) Het Haagse stadsbeeld beschrijft op toegankelijke wijze de cultuurhistorische geschiedenis. Het boek toont hoe de inspanningen van onze voorouders om Den Haag vorm te geven zijn verankerd in het huidige stadsgezicht, en welk waardevol erfgoed dit heeft voortgebracht. Tenslotte wordt vooruitgeblikt op nieuwe uitdagingen. Den Haag staat voor de opdracht om ruimte te maken voor 100.000 nieuwe inwoners, en moet daarbij ook in 2050 nog een aantrekkelijke stad zijn. Een uitdagende opgave.”

- Auteur:
- Marcel Teunissen
- Uitgever:
- Wbooks
- Aantal pagina’s:
- 416
- Prijs:
- €49,95
Rechthoekig was ook de Singelgracht, die in 1619 op instigatie van prins Maurits rond de stad werd aangelegd ter verdediging van Den Haag. Een lichte verdedigingslinie in vergelijking met de vestingsteden elders in de lage landen. Die Singelgracht was overigens ruim genoeg om tot ongeveer 1860 als begrenzing van de stedelijke bebouwing te functioneren. Daarna groeide Den Haag onstuimig, en stuitte al snel weer op haar grenzen. In 1922 werd het grondgebied van Loosduinen bij de stad gevoegd, voor de Vinex-wijken volgde opnieuw herschikking van grondgebied met de buurgemeenten.
Vele controverses
Een tweede rode draad wordt gevormd door de cultuuromslagen in de stadsontwikkeling. Vertoonde het grote ruimtelijk patroon van Den Haag door de eeuwen heen veel continuïteit, voor wat er binnen dat patroon gebeurde was dat zeker niet het geval. Rondom sloop, nieuwbouw en bouwstijl was sprake van vele controverses, soms gevolgd door cultuuromslagen. Teunissen geeft vele voorbeelden. Zo verkeerde het Binnenhof in de Franse tijd in slechte staat en kwamen er voorstellen om het grotendeels af te breken. Koning Willem 1 nam het Binnenhof opnieuw in gebruik, maar na de grondwet van 1848 gingen er opnieuw stemmen op om dit symbool van de monarchie te slopen en te vervangen door moderne regeringsgebouwen. Door verzet van parlementsleden en de lokale bevolking werd dit plan afgeblazen. Tijdens de laatste decennia van de 19e eeuw werd het Binnenhofcomplex gerenoveerd en uitgebreid en werden nieuwe ministeries rond het Plein gebouwd. Aan die gebouwen is overigens het architectuurdebat uit die tijd af te lezen: van het strakke en zakelijke Ministerie van Koloniën tot de neorenaissance en neogothiek van andere ministeries.
In het midden van de 20e eeuw won de gedachte van de ‘cityvorming’ terrein, ook onder Haagse politici, planologen en ambtenaren. De binnenstad was in slechte staat en zou plaats moeten maken voor verkeersdoorbraken en kantoren. Door gebrek aan geld kon de gemeente dit plan slechts ten dele uitvoeren, maar private investeerders als Reinder Zwolsman schoten te hulp. Hij presenteerde een plan voor de binnenstad met winkels, hotels, horeca, een schouwburg, een grote parkeergarage én een door de Italiaanse architect Nervi ontworpen toren van 140 meter hoog. Het plan leidde tot een controverse tussen de gemeente (voorstander) en het ministerie van VROM (tegenstander). Met name die hoogbouw stuitte op veel verzet. Bewoners van het Spuikwartier gingen in beroep bij de Raad van State, die negatief oordeelde over het hoogbouwplan. Zwolsman kwam in de financiële problemen, de cityvorming in het centrum was van de baan. Met de uitvoering van het masterplan De Resident van Rob Krier vanaf 1995 kreeg het Spuikwartier weer het karakter van een gemengde woon- en werkbuurt.
Ook met de stadsvernieuwing kwam een omslag. Waar er eerst plannen waren voor grootschalige sloop en nieuwbouw in de Schilderswijk, stond vanaf eind jaren 1970 behoud door renovatie voorop. Wethouder Adri Duivesteijn (zijn naam kan niet voldoende worden genoemd) gaf daarna veel aandacht aan de kwaliteit van de architectuur, zoals te zien is in de Vaillantlaan (met de inzet van ontwerpers als Alvaro Siza, Aldo Rossi en Jo Coenen). Vrijwel alle cultuuromslagen waren het gevolg van bewonersprotest, waardoor de koers van een weifelend en laverend stadsbestuur werd gewijzigd.
Arm en rijk
Den Haag heeft de reputatie van een gesegregeerde stad, een stad met een ruimtelijke scheiding tussen arm en rijk. Teunissen laat zien dat ook dit patroon al geworteld was in de eerste eeuwen van de stad. De aristocratie woonde rond het Binnenhof in stadspaleizen aan het Voorhout en de Vijverberg, de dienstverlenende ambachtslieden en voedselleveranciers in het ‘dorp’ (het gebied rond de huidige Grote Kerk). Bij de groei van de stad werd het algemene patroon dat ‘rijk’ op het zand ging wonen en ‘arm’ op het veen. Dat patroon klopt overigens niet helemaal: de vissers en arbeiders van Scheveningen en Duindorp woonden op het zand, terwijl het sjiekere Bezuidenhout op het veen is gebouwd.
De scheiding bleef, ook toen de stad na 1860 vanwege de bevolkingstoename nieuwe wijken ging bouwen. De onderkant van de stedelijke woningmarkt waren de zogenaamde exploitatiehofjes, door speculanten snel gebouwde woonwijkjes die aan geen enkel gemeentelijk voorschrift hoefden te voldoen omdat ze niet aan de openbare weg lagen. Pas na de invoering van de Woningwet in 1901 werd dit verboden. Diezelfde Woningwet zorgde in de loop der tijd voor een verbetering van de kwaliteit van arbeiderswoningen, voortgezet in de stadsvernieuwing. De stedelijke vernieuwing van de grote naoorlogse woonwijk Den Haag Zuidwest vanaf de jaren 1990 leidde tot de bouw van nieuwe koopwoningen tussen de bestaande portiekflats met huurwoningen om zo meer gezinnen met een middeninkomen in deze wijk te brengen. Maar dat effect is nog te klein om het basispatroon van de stad te veranderen.
Eigenheid
Een laatste vraag die naar voren komt bij het lezen van dit boek is deze: wat maakt Den Haag uniek? Bij het beantwoorden van deze vraag stuit je onvermijdelijk op de beperkingen van een stadsmonografie. En beperkt is het boek van Teunissen, hoe goed ook gemaakt. Ik heb me tijdens het lezen vaak afgevraagd: is dit nu typisch Haags of juist deel van een algemeen stedelijk patroon? Soms kan je antwoord wel raden, zoals bij de alomtegenwoordige verkeersdoorbraken voor spoor en wegverkeer. Vaak is er sprake van eigenheid met onderlinge beïnvloeding, zoals te zien is in het metselwerk van de Amsterdamse School en van de Nieuwe Haagse School in het interbellum. En wat de exploitatiehofjes voor Den Haag waren, was de revolutiebouw voor Amsterdamse wijken als De Pijp. Anders, maar verwant.
Soms is het unieke Haagse karakter evident. Dat geldt voor de gebouwen die voortkomen uit de functie van Den Haag als regeringsstad. In de tijd van de republiek waren dat de logementen: de gebouwen waarin de vertegenwoordigingen van andere steden waren gehuisvest. Aan het Plein staan nu nog de logementen van Amsterdam en Rotterdam. Later kwamen gebouwen van ministeries, adviesraden, werkgeversorganisaties, lobbyclubs. Waar in de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw overheidsdiensten over het land moesten worden gespreid, is dat daarna weer losgelaten ten faveure van Den Haag.
Den Haag is eveneens bij uitstek een stad van internationale organisaties. Dat kreeg een belangrijke impuls door de internationale vredesconferenties in Den Haag van 1899 en 1907, gematerialiseerd in de bouw van het Vredespaleis in 1913 (zie het boek De droom van Den Haag van Benjamin Duerr, door mij eerder op deze website besproken). Nu zijn onder meer Europol, het Internationale Strafhof en de Organization for the Prohibition of Chemical Weapons (OPCW) in Den Haag gevestigd. Naast Amsterdam heeft Den Haag – The Hague hierdoor een grote internationale naamsbekendheid. Als we Teunissen mogen geloven gaat de stad met vertrouwen de toekomst in.
Cover: ‘Den Haag’ door Atosan (bron: shutterstock)










