Plattegrond van Rotterdam in 1875 door M. Ghys (bron: Wikimedia Commons)

Van autocratisch naar liberaal: zo kwam na 1850 de stedelijke ontwikkeling in Nederland op gang

11 juni 2024

6 minuten

Recensie Auke van der Woud mag dan al enige tijd met emeritaat zijn, de voormalig hoogleraar architectuur en stedenbouwgeschiedenis (RUG) publiceert maar door. Ries van der Wouden las het nieuwste opus, ‘De steden de mensen’. Over de onstuimige stadsontwikkeling tussen 1850 en 1900, waarvan de wijken er nu nog staan. En daarmee ter lering blijven dienen.

De Amsterdamse schrijver en sigarenfabrikant Justus van Maurik (1846-1904) beklom als kind met zijn vader halverwege de 19de eeuw de Oudekerkstoren in het centrum van de hoofdstad. Vanaf de toren kon hij de hele stad overzien, met aan de horizon bomen en weilanden. Veertig jaar later beklom hij de toren opnieuw. Toen waren de randen van de stad onzichtbaar geworden. Ze bleven verborgen achter het Paleis voor de Volksvlijt, het Rijksmuseum en het Centraal Station. Amsterdam was onstuimig gegroeid, van 211.349 inwoners in 1840 naar 510.853 in 1900.

Snelgroeiende steden

Die groei was er niet alleen in Amsterdam, zoals Auke van der Woud in zijn onlangs verschenen boek ‘De steden de mensen, Nederland 1850-1900’ laat zien. Amsterdam bleef weliswaar de grootste stad van Nederland, maar de relatieve groei van Rotterdam en Den Haag was nog groter. Daar was sprake van een ruime verdrievoudiging van het inwonertal, net als in een aantal middelgrote steden. Het tempo van de verstedelijking was hoger dan dat van de bevolkingstoename van Nederland als geheel. Een migratiestroom van het platteland naar de steden kwam op gang. De migranten kwamen doorgaans terecht in sloppenwijken vol krappe en slecht gebouwde woningen, de meeste niet meer dan krotten zonder sanitaire voorzieningen.

Wetten zijn belangrijke instituties van de rechtsstaat en bepalen de ontwikkelingsmogelijkheden van de natie

De sloppenwijken kraakten uit hun voegen door hoge overbevolking. “Tweekamerwoningen werden doorgaans gehuurd door mensen met een groot gezin, acht tot twaalf personen; éénkamerwoningen konden gezinnen tot vijf á zes volwassenen en kinderen herbergen. Honderdduizenden Nederlanders leefden zo.” Grote sociale ellende was het gevolg. De kindersterfte was hoog, de levensverwachting van volwassenen laag en epidemieën als de Cholera sloegen vooral in deze dichtbevolkte wijken hard toe. Artsen en filantropen luidden de noodklok.

Maar de sanering van deze wijken ging zeer moeizaam, ondanks maatregelen vanaf de jaren 1860 om de gezondheid van “het uitgeputte mensenras” te verbeteren. Pas langzaam groeide het besef dat deze sociale kwestie fundamenteel moest worden aangepakt door staatsingrijpen. De Woningwet en de Gezondheidswet uit 1901 kwamen eruit voort.

Thorbecke op eenzame hoogte

De belangrijkste markeringspunten van het tijdperk dat in ‘De steden de mensen’ onder de loep wordt genomen zijn wetten: de Grondwet en de Gemeentewet (uit respectievelijk 1848 en 1851) en de al gememoreerde twee wetten uit 1901. Dat is geen toeval. Als ik één overkoepelende boodschap uit het boek zou moeten aanwijzen dan is deze: wetten zijn belangrijke instituties van de rechtsstaat en die instituties zijn bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de natie. Gezien dat uitgangspunt verbaast het niet dat er voor Van der Woud één staatsman met kop en schouders boven de andere uitsteekt: de liberale minister en premier Johan Rudolph Thorbecke (1798-1872).

Zijn Grondwet moderniseerde de staatsinrichting van Nederland, zijn Gemeentewet gaf autonomie aan het bestuur dat het dichtst bij de burgers stond. Het contrast met de voorgaande periode was groot. Van der Woud rekent af met de mythe van koning Willem I (1772-1843) als de ‘kanalenkoning’, het staatshoofd met de bewuste ruimtelijke strategie voor Nederland. Willem I was een autocratisch vorst, die het van de Franse bezetter overgenomen centralistische staatsbestel gebruikte om met talloze Koninklijke Besluiten controle uit te oefenen en elk maatschappelijk initiatief te smoren. Stagnatie was het gevolg.

Standbeeld van de liberale politicus J.R. Thorbecke op het Thorbeckeplein door Stadsarchief Amsterdam (bron: Picryl)

‘Standbeeld van de liberale politicus J.R. Thorbecke op het Thorbeckeplein’ door Stadsarchief Amsterdam (bron: Picryl)


Met de wetgeving van Thorbecke kwamen nieuwe ontwikkelingen in gemeenten op gang. Wegen werden bestraat, havens en waterwegen uitgegraven, spoorwegen aangelegd, drinkwater- en energievoorzieningen gebouwd. Dat ging niet zonder slag of stoot. Veel gemeentelijke voorzieningen begonnen als concessies: aanleg en exploitatie werden door de gemeente gegund aan particulier initiatief. Gebrekkige kwaliteit en onduidelijke tariefstelling leidden er in de daaropvolgende decennia toe dat steeds meer gemeenten na afloop van de concessie de voorzieningen onderbrachten in gemeentelijke nutsbedrijven.

Nieuwe wind

Deze ontwikkelingen zijn voor Auke van der Woud een belangrijke reden om af te rekenen met een andere historische mythe: die van de 19de eeuwse ‘nachtwakerstaat’, de staat die zich zoveel mogelijk onthoudt van maatschappelijk ingrijpen. Dat beeld is in zijn ogen ontstaan in de begintijd van de socialistische beweging, bedoeld om de eigen ideologie te profileren maar in strijd met de daadwerkelijke ontwikkeling.

Waar Thorbecke aan het begin stond van de liberale halve eeuw, staat de antirevolutionair Abraham Kuyper (1837-1920) aan het einde ervan. De Woningwet en de Gezondheidswet waren in 1901 nog aangenomen onder het bewind van de liberaal Goeman Borgesius. Met Abraham Kuyper kwam er een nieuwe politieke wind. Niet langer stond de liberale rechtsstaat centraal, maar het levensbeschouwelijke principe. De verzuiling van Nederland was begonnen.

Van der Woud probeert met de ogen van de toenmalige beschouwers naar de ontwikkelingen te kijken

‘De steden de mensen’ is zeker niet het eerste boek van Auke van der Woud over de fysieke en culturele ontwikkeling van Nederland in de 19de eeuw, het is eerder het voorlopig sluitstuk van een magistraal oeuvre. Dat oeuvre begon met ‘Het lege land’ uit 1987, een analyse van de ruimtelijke staat van Nederland in de eerste helft van de negentiende eeuw. In 2022 kwam een geheel herziene editie van dit boek uit, onder de titel ‘De Nederlanden, het lege land 1800-1850’. Het project werd vervolgd met boeken als ‘Een nieuwe wereld’ (2006) met een hoofdrol voor de nieuwe infrastructuur, ‘Koninkrijk vol sloppen’ (2010), een topografie van de armoede in de negentiende-eeuwse stad en ‘De nieuwe mens’ (2015) over de culturele veranderingen rond 1900.

Ruimtelijke ontwikkeling, verstedelijking en culturele verandering waren de belangrijkste thema’s in deze titels. Met ‘Het landschap de mensen, Nederland 1850-1940’ (2020) richtte Van der Woud vervolgens de aandacht op de bodem, het landschap en de rol van de landbouw. Ik besprak dit laatste boek voor deze website.

Geen archieftijger

Het landschap de mensen’ en ‘De steden de mensen, de overeenkomst tussen de titels is te groot om op toeval te berusten. De boeken vormen een tweeluik over de tweede helft van de 19de eeuw, al trekt Van der Woud in het eerste boek de lijnen door naar 1940 waar hij in het tweede boek aan het begin van de twintigste eeuw stopt. De boeken lijken op elkaar, in uiterlijk en in werkwijze. Ze bevatten beide een groot aantal relatief korte hoofdstukken, elk beginnend met een fraaie historische foto. Het komt de leesbaarheid van deze toch omvangrijke boeken ten goede.

En ook de werkwijze komt overeen. Van der Woud is historicus, maar geen archieftijger. Hij probeert met de ogen van de toenmalige beschouwers naar de ontwikkelingen te kijken. Hun boeken, tijdschriften en krantenartikelen zijn de voornaamste bron. Het brengt de ambities, twijfels en redeneringen van onze intellectuele voorouders tot leven.

De Sarphatistraat in Amsterdam door A. Bakker (bron: Wikimedia Commons)

‘De Sarphatistraat in Amsterdam’ door A. Bakker (bron: Wikimedia Commons) onder CC BY 3.0, uitsnede van origineel


Het verhaal van de fysieke en culturele ontwikkeling van Nederland in de negentiende eeuw uit ‘De steden de mensen’ blijft fascineren. Van der Woud schrijft met grote liefde voor dit tijdperk en dat is in alles te merken. Met veel oog voor detail inventariseert hij de verschillende technieken en materialen voor de verharding van de stadswegen, de winning en zuivering van drinkwater en de opwekking van energie. Soms met iets te veel oog voor detail, dat had wat mij betreft wel een onsje minder gemogen. Aan de andere kant miste ik een beschouwing over de stadsuitbreidingen uit de jaren 1850-1900. Bijvoorbeeld over de uitbreidingsplannen voor Amsterdam van Samuel Sarphati (1860, deels uitgevoerd), Jacob van Niftrik (1866, niet uitgevoerd) en van Jan Kalff (1876, wel uitgevoerd).

Blijvend actueel

Wat waren de uitgangspunten, afwegingen en gevolgen? Het had het beeld van de stadsontwikkeling tussen 1850 en 1900 completer gemaakt. Veel van de toenmalige nieuwe stadswijken zijn er nog. De ontstaansgeschiedenis blijft alleen al om die reden actueel. Dat geldt ook voor een belangrijke boodschap van Van der Woud: instituties doen ertoe. Wetten, regels, geldstromen, eigendomsverhoudingen en technologie kunnen ontwikkelingen mogelijk maken of belemmeren, maar moeten wel steeds aan de veranderende omstandigheden worden aangepast. Dat is een blijvende les voor de ruimtelijke ordening en stedenbouw. Die zijn immers nog steeds gebouwd op het fundament van de Woningwet uit 1901. Zo leeft de geschiedenis voort.


Auke van der Woud, ‘De steden de mensen, Nederland 1850-1900’, Amsterdam: Prometheus 2024.


Cover: ‘Plattegrond van Rotterdam in 1875’ door M. Ghys (bron: Wikimedia Commons) onder CC0 1.0, uitsnede van origineel


Ries van der Wouden

Door Ries van der Wouden

Senior wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving


Meest recent

De Oosterscheldekering door CloudVisual (bron: Shutterstock)

Rli: Een klimaatbestendige ruimtelijke ordening? Dan moet er nog een hoop gebeuren

Hoe kan het nieuwe kabinet echt sturen op een klimaatbestendige ruimtelijke ordening? Die vraag beantwoordt de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur in een nieuw advies. “Onze bedoeling is om het debat een zet te geven.”

Uitgelicht
Onderzoek

13 juni 2024

Zicht op Rotterdam vanaf de Euromast door Alexandre.ROSA (bron: Shutterstock)

Steden vergroenen, dit is het gereedschap voor gemeenten en provincies

Steden willen (bijna) allemaal vergroenen, maar de praktijk blijkt vaak weerbarstig. Hoe stroomlijnen gemeenten en provincies hun groenbeleid zodat ze effectiever kunnen werken?

Analyse

12 juni 2024

Vogelvlucht van een straat in Oosterwold in Almere door Claire Slingerland (bron: Shutterstock)

Oosterwold in beeld, zo pakt ontwerpvrijheid uit

Over de gebiedontwikkeling Oosterwold in Almere is al veel geschreven, door aperte voor- en tegenstanders. Yolanda Sikking ging zelf kijken en sprak met gebiedsregisseur Arie-Willem Bijl.

Casus

12 juni 2024