Interview
2015.10.29_nieuwsbrief8

Verduurzaming van steden: ‘In het experiment ontdek je waar het schuurt’

Interview Prof. Ellen van Bueren

Door Edo Beerda

29 okt 2015 - De stedelijke omgeving is volop in beweging, maar de bestaande organisatievormen zijn er helemaal niet op toegesneden. Experiment en een ‘bottom-up’ aanpak zijn nodig voor in goede banen leiden van de verduurzaming van steden, gelooft Ellen van Bueren, kersvers hoogleraar Urban Development Management. In haar intreerede ‘The Great Urban Bake Off’ bekijkt ze hoe decentralisatie van technologieën en infrastructuren en veranderende eisen aan de stad vragen om andere vormen van ‘governance’. Het proces van stedelijke ontwikkeling moet zich zowel inhoudelijk als organisatorisch vernieuwen.

Intreerede Ellen van Bueren

13 november 2015 | 15:00

Plaats: Aula TU Delft

Het zijn spannende tijden voor steden. Door de noodzakelijke energietransitie, maar ook door milieu- en klimaatvraagstukken en technologische innovatie zien ze grote veranderingen op zich afkomen. En die zijn onmogelijk los van elkaar aan te pakken. De oplossing voor het ene vraagstuk kan die voor het andere bemoeilijken. En soms zijn er ook twee vliegen in één klap te slaan. “Maar daarvoor moeten de verantwoordelijke partijen wel de handen ineenslaan”, zegt Van Bueren. “Grote vraag waarmee ik me bezighoud is hoe die partijen elkaar weten te vinden, hoe je samen knelpunten oplost en hoe je de kansen verzilvert.”
Ellen van Bueren is van huis uit bestuurskundige. En die achtergrond komt goed van pas in haar leerstoel, die valt onder de afdeling Management in the Built Environment. Door veranderende rollen van betrokken partijen is verduurzaming en verbetering van de stad namelijk ook een managementvraagstuk. Een voorbeeld: een waterbedrijf dat afgevangen slib vergist om energie op te wekken, gaat ineens ook fungeren als energiebedrijf. Prachtig natuurlijk, maar hoe stem je het af met de bestaande energiebedrijven? Hoe pas je het in in bestaande infrastructuur? En hoe verhoudt het zich tot de democratische legitimatie van een waterschap?

Andere partijen aan tafel

Bevorderen van duurzame stedelijke ontwikkelingen kan onverwachte vragen oproepen. Zo stimuleren subsidies voor laadpalen het gebruik van elektrische auto’s, maar brengen ze de auto ook weer terug in de stad. Terwijl de afgelopen decennia juist hard is gewerkt om stedelijke congestie te verminderen. Aan de andere kant bieden elektrische auto’s onverwachte nieuwe kansen. Omdat het feitelijk rijdende batterijen zijn, faciliteren ze lokale energieopwekking. Als je die extra opslagcapaciteit wilt benutten, heb je slimme netwerken nodig om te bepalen hoe batterijen het best kunnen worden ingezet in de stad. De afstemming tussen de verschillende actoren die bij deze oplossing betrokken zijn is weer een managementvraagstuk. Hoog tijd dus om partijen daarover met elkaar aan tafel te krijgen. “Bij de (her)ontwikkeling van een gebied zitten dan hele andere partijen aan tafel, in andere rollen: autofabrikanten, energiebedrijven, waterschappen en technologiebedrijven gaan opeens in onderhandeling met de partijen die van oudsher bij gebiedsontwikkeling betrokken zijn: gemeenten, vastgoedontwikkelaars en woningcorporaties.”

De financiële kant van verduurzaming kost ook hoofdbrekens, want vaak liggen kosten en baten niet bij dezelfde partijen. Dat resulteert in touwtrekken over wie er moet betalen. Ook de risico’s zijn vaak anders dan gewend. Grote partijen als overheden en energiebedrijven zijn in staat om op basis van lange termijn ambities de handen ineen te slaan. Maar dat is geen garantie voor succes. De gezamenlijke investeringen van de gemeente Amsterdam en energiebedrijf Nuon in de uitbreiding van het gemeentelijke warmtenet stuit op verzet, bijvoorbeeld in Buiksloterham. Een aantal huidige en toekomstige bewoners en gebruikers in deze transformatiewijk (nu oud industriegebied, straks 3.500 woningen en 200.000 vierkante meter werkruimte) willen graag de eigen boontjes te doppen. “Ze werken daar aan een eigen, circulaire economie, waarbij het grootschalige warmtenet niet altijd even goed past bij de voorkeur van betrokkenen voor decentrale, kleinschalige oplossingen”, zegt Van Bueren. “Dat soort ‘bottom-up’ initiatieven zullen we steeds meer gaan zien. We zien dat na een periode van sturing door overheid en markt de burger nu steeds meer aan zet is, vrijwillig of noodgedwongen. Gemeenten stimuleren dit met ‘Living labs’. Die bieden ruimte om al doende, met elkaar, innovatieve, geïntegreerde oplossingen te bedenken die recht doen aan de specifieke wensen en mogelijkheden van het gebied.” In de living labs kunnen betrokkenen, zowel professionele organisaties als zelforganiserende burgers, experimenteren met nieuwe vormen van samenwerking, afspraken en regels. “Regelgeving volgt de praktijk. Door te experimenten ontdek je waar het schuurt en van welke oplossing de meeste betrokkenen blij worden. Je moet experimenteren om uit oude patronen los te komen. Te vaak verliezen mensen het einddoel uit het oog omdat ze terugvallen op bestaande zekerheden.”

Leren van andere landen

Deze vraagstukken zijn ook in andere landen relevant. Hoewel de institutionele context en de schaal vaak heel anders zijn, zijn de mechanismen soms vergelijkbaar. In China bijvoorbeeld hebben lokale overheden net als onze lokale overheden een sterke prikkel om grond te ontwikkelen. Maar ook van de -vaak grote- verschillen kun je leren. Zo biedt de vooral privaat gedreven ontwikkeling in Engelse steden inzicht in de sturingsmogelijkheden voor publieke overheden.

Verduurzaming van steden: ‘In het experiment ontdek je waar het schuurt’ - Afbeelding 1
Ellen van Bueren

Ellen van Bueren (1972) is afgestudeerd als bestuurskundige, maar haar hele loopbaan staat in het teken van duurzame stedelijke ontwikkeling. Ze werkte al tijdens haar studie bij een stedenbouwkundig bureau en is al vele jaren verbonden aan de TU Delft. Tot haar aantreden als hoogleraar was ze hoofddocent en sectieleider Multi-Actor Systems bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management. In 2009 promoveerde ze aan de TU Delft op haar proefschrift “Greening Governance: an Evolutionary Approach to Policy Making for a Sustainable Built Environment”. Bij het LDE Centre for Sustainability werkt ze met de Universiteit Leiden, TU Delft en Erasmus Universiteit Rotterdam samen op het gebied van grondstofgebruik en circulaire economie in een verstedelijkende context. Ze is tevens Principle Investigator bij het Institute for Advanced Metropolitan Solutions in Amsterdam.

Zie ook:

Auteur:

Edo Beerda

Journalist

Recente artikelen