Thumb_nieuwbouw vastgoed_0_1000px

VINEX Revisited

6 mei 2013

4 minuten

Nieuws
We schrijven 1990 als de Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening Extra (VINEX) verschijnt. Nederland herstelt van de diepe crisis die sinds begin jaren tachtig tot dalende huizenprijzen, grote werkloosheid en forse bezuinigen heeft geleid. De economie groeit weer een beetje, de werkloosheid begint te dalen en de naderende Europese eenwording leidt tot optimisme. De VINEX betekent een forse omslag in het dan toe gevoerde ruimtelijk beleid. Er wordt afstand genomen van het principe van de regionale ruimtelijk economische verdeling dat ooit het CBS naar Heerlen bracht en de KPN naar Groningen. De ruimtelijk beleid is erop gericht om te versterken wat al sterk is en kansen te benutten. Daarbuiten is het adagium: regio’s op eigen kracht. Het ruimtelijk beleid krijgt een stevige economische en internationale oriëntatie, er worden scherpe keuzes gemaakt voor de ruimtelijke ontwikkeling van ons land en er is een groot vertrouwen in de werking van de markt en in publiek private samenwerking.

In de inleiding bij het kabinetsstandpunt van de VINEX – de versie die in juni 1991 na alle inspraak naar Tweede en Eerste Kamer werd gestuurd – staat een trotse tekst: ‘De uitdagende aanpak van de Vierde Nota Extra slaat aan. Het is voor de regering duidelijk geworden dat de hoofdlijnen van de combinatie Vierde Nota en Vierde Nota Extra goed is. Zowel qua beleidsinhoud als qua uitvoeringsstrategie. Dat bleek in het gevoerde overleg en dat is te lezen in de vele inspraakreacties en adviezen’. (blz 5 VINEX deel III Kabinetsstandpunt). De trots van de VINEX-makers van destijds staat nogal haaks op het maatschappelijke imago. De gemiddelde Nederlander kent toch vooral de VINEX-locaties. En die worden nogal kritisch besproken, hoewel er vele tienduizenden huishoudens naar tevredenheid wonen; hoewel ze aanleiding hebben gegeven tot verrijking van onze taal en onze literatuur.

De VINEX is echter heel veel meer dan die woningbouwlocaties. Het is ook de nota die de aanzet gaf tot vernieuwing en versterking van de bestaande stad (met sleutelprojecten zoals het Ceramiqueterrein in Maastricht en Den Haag Nieuw Centrum), grote infrastructuurprojecten (Betuwelijn), nieuwe natuurontwikkeling (Randstad groenstructuur) en de integrale wateropgaven (Nederland Waterland; na de grote overstromingen begin jaren negentig doorgezet in Ruimte voor de Rivier). En wie de VINEX er nog eens op naslaat, wordt aangenaam verrast door de aandacht voor het milieu en voor de kwaliteit van de dagelijkse leefomgeving.

Nu de planninghorizon van de VINEX nadert (‘Nederland in 2015, daar wordt nu aan gewerkt”) en we ons opnieuw in een crisis bevinden, is het goed om nog eens terug te kijken. Wat waren de ambities van de VINEX, hoe hebben we die aangepakt, wat is ervan terecht gekomen en wat vinden we daarvan? Kunnen we leren van dit verleden? En dan bedenken hoe we vanaf hier verder moeten met de ruimtelijke ontwikkeling van ons land? Met het vak, het principe van een goede ruimtelijke ordening, de schaalgrootte van projecten, de ruimtelijke investeringen, de rol van de overheid? En met de uitdagingen waar we tussen nu en 2040 voor staan?

Terugkijken om vooruit te kijken, dat is de beweging die in 2015 moet leiden tot het Jaar van de Ruimte. Een aantal ruimtelijke ordenaars heeft zich op initiatief van Hans Leeflang verenigd in het Comité 2015. Zij willen proberen om met een aantal organisaties in 2015 bijeenkomsten, discussie en debat te organiseren over de doorontwikkeling van het vakgebied. En ze hebben de ambitie om een aantal activiteiten te ontwikkelen voor een breder publiek dan alleen de professional. Nederlanders zijn geïnteresseerd in hun woon- en leefomgeving; daarvan getuigt de grote belangstelling voor programma’s als Nederland van Boven, De slag om Nederland en Zembla. Het is goed om de gebruikers van de ruimte weer nauwer te betrekken bij de ordening en de inrichting van die ruimte.

Zo’n Jaar van de Ruimte - in – wording is een spannend proces! Op weg naar 2015 wordt een heleboel kennis verzameld, in terugkijkend en vooruitkijkend onderzoek. Maar we hoeven niet tot 2015 te wachten, want nu al organiseert Platform31 vier interessante werksessies op Vinexlocaties. Wie wil weten hoe het ook alweer zat met de VINEX en wie mee wil praten over vernieuwing en verandering in onze ruimtelijke ordening, die moet even op de website www.platform31.nl kijken.


Door Christine Oudeveldhuis

Unit manager professionaliseren Platform 31


Meest recent

Bryant Park in New York door Leonid Andronov (Shutterstock)

De maakbaarheid van een prettige leefomgeving

Integraal gebiedsbeheer kan helpen om de leefomgeving in bestaande en nieuwe buurten en wijken te verbeteren. Maar wat is het precies? Het Urban Land Institute maakt een ronde langs de experts en zoekt uit wat de kansen en bedreigingen zijn.

Analyse

15 augustus 2022

“Binckhorst Den Haag in tranformatie” (CC BY-SA 2.0) by nandasluijsmans

Wat participatieve placemaking bijdraagt aan gebiedsontwikkeling

Volgens TU Delft-onderzoeker Geertje Slingerland is de betrokkenheid van bewoners cruciaal bij placemaking en ontwikkelde daarvoor een aantal principes. Zij presenteerde dit tijdens het laatste jaarcongres Stedelijke Transformatie.

Verslag

15 augustus 2022

GO zomertour door CrispyPork / Ineke Lammers (Shutterstock bewerkt door GO.nu)

GO Zomertour 2022 #5: El Cabanyal in Valencia

Het pittoreske vissersdorp El Cabanyal werd jarenlang bedreigd door de sloopkogel om de toeristenindustrie in Valencia te versterken. In deze aflevering van de GO Zomertour gaan we naar wat een van de coolste wijken van Europa moet zijn.

Uitgelicht
Casus

12 augustus 2022