Opinie Op de dag dat de coalitiepartijen hun toekomstbeeld voor Nederland wereldkundig maken, wijst concept- en gebiedsontwikkelaar Abdessamed Azarfane op een belangrijk vraagstuk: de manier waarop we bij gebiedsontwikkeling met elkaar omgaan. De wereld is namelijk meer dan een verzameling koele en berekende transacties. “Samenleven is meer dan het beschermen van de eigen positie.”
In het debat over wonen, bouwen en verdichting gaat het meestal over aantallen, procedures en geld. Over versnelling, uitvoeringskracht en juridische houdbaarheid. Wat daarbij opvallend vaak ontbreekt, is de vraag wat we met al die woningen eigenlijk aan het organiseren zijn: een samenleving of een optelsom van individuele claims op ruimte. Wanneer die vraag wel wordt gesteld, vallen al snel de woorden ‘zachte waarden’: gemeenschapszin, solidariteit, samenleven. Mooie begrippen die het goed doen in visies en beleidsstukken, maar zelden leidend blijken zodra belangen botsen. Alsof ze belangrijk zijn om te benoemen, maar uiteindelijk niet bepalend. Dat is geen toeval; dat is een systeemuitkomst. Met zachte waarden bedoel ik niet iets sentimenteels of vrijblijvends. Ik doel op relationele waarden: vertrouwen, wederkerigheid en verantwoordelijkheidsbesef voor het grotere geheel. Alles wat niet in contracten te vangen is, maar wél bepaalt of een samenleving meer is dan een verzameling transacties.
Ik zie dit regelmatig in mijn werk, in de voorfase van gebiedsontwikkeling, daar waar plannen nog gevormd worden en het gesprek over wat we eigenlijk willen bouwen nog openligt. Juist op dat moment verdwijnen deze waarden te snel naar de zijlijn en domineren wensen, procedures en haalbaarheid het gesprek. Niet uit onwil, maar omdat het systeem pragmatisme structureel beloont. Precies die relationele kant zijn we de afgelopen decennia kwijtgeraakt in de politiek, het bedrijfsleven en in onze eigen leefomgeving. Onze instituties zijn ingericht op het transactionele en het rationele: op rechten, claims, procedures en individuele optimalisaties. Dat levert duidelijkheid op, maar ook iets anders: een samenleving waarin relaties verdampen, verantwoordelijkheid wordt versneden en het collectieve belang nergens meer echt landt.
Langdurige verbondenheid
In gebiedsontwikkeling zie je dat haarscherp. Bewoners die zich verzetten tegen plannen die hun uitzicht, rust of vertrouwde omgeving aantasten, worden vaak weggezet als obstakel voor het algemeen belang. Maar wie beter kijkt, ziet geen onwil, maar onzekerheid: mensen die hun individuele belang verdedigen in een stelsel waarin het collectieve gesprek grotendeels is vertaald naar juridische procedures en waarin binding schaars is geworden. In een wooncultuur waar groei en wooncarrières centraal staan, ontstaat weinig langdurige verbondenheid met buurt of wijk. Wie net is ingetrokken, denkt vaak al aan de volgende stap. Dat maakt bezwaar begrijpelijk, maar ook problematisch. Want waar het collectieve perspectief ontbreekt, wordt elk verlies persoonlijk en elk plan een bedreiging, én verdwijnt het gesprek over wat we samen willen bouwen. Dat gesprek over het collectieve belang komt daardoor vaak te laat op gang en is vaak te groot en abstract voor ‘het project’ om te dragen.
Een systeem is ontstaan waarin wonen wordt behandeld als product, terwijl we verwachten dat er gemeenschap uit ontstaat
Tegelijkertijd opereren overheden en ontwikkelaars in een stelsel dat voorspelbaarheid boven alles stelt. Politieke risico’s, juridische kwetsbaarheid, stijgende kosten en beperkte capaciteit maken het rationeel om te sturen op wat meetbaar, afrekenbaar en juridisch houdbaar is. In die logica wordt alles wat relationeel is — vertrouwen, draagvlak, verbondenheid — al snel een risico in plaats van randvoorwaarde. Niet omdat niemand het belangrijk vindt, maar omdat het systeem vooral beloont wat snel, zeker en individueel te verantwoorden is. Iedereen handelt logisch. En toch schuurt het overal.
Zo is een systeem ontstaan waarin wonen wordt behandeld als product, terwijl we verwachten dat er gemeenschap uit ontstaat. Waarin individuele rechten zorgvuldig zijn beschermd — terecht — maar het collectieve belang zelden iemand toebehoort. Een wijk wordt zo ongemerkt gereduceerd tot een optelsom van doelstellingen en rechten, terwijl samenleven altijd meer vraagt: het verdragen van verschil, het delen van schaarste en het accepteren dat niet alles individueel te winnen is. Dat patroon beperkt zich niet tot wonen en is ook zichtbaar in energie, stikstof, zorg en de politiek in bredere zin. Steeds weer hetzelfde mechanisme: grote collectieve ambities, maar instituties die individuele prikkels centraal stellen. En vervolgens de verbazing dat polarisatie en segregatie toenemen.
Ongemakkelijke waarheid
In zo’n stelsel ontstaat een voorspelbaar effect. We ruziën aan de onderkant over kruimels, terwijl de koek en de manier waarop die wordt verdeeld nauwelijks onderwerp van gesprek zijn. Binnen groepen met vergelijkbare belangen en mogelijkheden wordt steeds harder gestreden om beperkte ruimte, terwijl de grotere verdelingsvraag — wie profiteert, wie betaalt en op welk niveau — buiten beeld raakt. Diverse rapporten – met meest recent het Rapport Wennink – wijzen terecht op de noodzaak om systeemverandering en ons land anders te organiseren om toekomstige welvaart veilig te stellen. De vraag is echter voor wie. Want hier zit de ongemakkelijke waarheid: relationele waarden vragen harde en moedige keuzes. De keuze om niet elk conflict verder te juridiseren. De keuze om niet alles te reduceren tot transacties en efficiëntie. En de keuze om het collectieve belang — juist op de lange termijn — niet steeds te laten verdwijnen tussen individuele claims.

‘Luchtfoto van een nieuwbouwwijk’ door fokke baarssen (bron: Shutterstock)
Voor gebiedsontwikkelaars en andere professionals vraagt dit geen nieuwe instrumenten, maar een andere houding. Het betekend het collectieve belang explicieter maken, het ongemak eerder benoemen, en het gesprek over samenleven niet pas voeren wanneer eigen plannen, procedures en posities al zijn vastgelegd. Dat vraagt iets van iedereen. Van overheden, die meer moeten durven zijn dan procesbegeleiders en scheidsrechters en expliciet verantwoordelijkheid nemen voor het geheel. Van marktpartijen, die moeten erkennen dat bouwen altijd normerend werkt en niet perse volgend is. En ja, ook van bewoners, die terecht opkomen voor hun leefomgeving, maar zich tegelijk moeten verhouden tot de vraag hoe we de ruimte eerlijk delen in een samenleving die groter is dan de eigen straat of bubbel.
Relationele binding
Onder dit alles ligt een dieper probleem: we zijn het gezamenlijke verhaal kwijtgeraakt. Het verhaal dat uitlegt waarom we soms iets van elkaar vragen. Waarom samenleven meer is dan het beschermen van de eigen positie. En waarom een samenleving niet kan draaien op louter rationele transacties, maar relationele binding nodig heeft. Nieuwe instrumenten en pragmatische oplossingen veranderen dat niet. Houding en handelen worden bepaald door het verhaal dat we elkaar vertellen over waarom en voor wie we bouwen, een verhaal dat individuele projecten overstijgt. Zonder zo’n gezamenlijk verhaal blijven relationele waarden kwetsbaar: morele oproepen zonder institutionele drager, die leggen het in de praktijk vrijwel altijd af tegen procedures, businesscases en rechten.
Wie systeemverandering (of nieuwe bestuurscultuur) zegt, maar geen nieuw verhaal durft te dragen, verandert uiteindelijk vooral de woorden. Niet de werkelijkheid.
Wilt u reageren op dit artikel of een gastbijdrage voor Gebiedsontwikkeling.nu schrijven over een ander onderwerp? Bekijk dan hier de mogelijkheden.
Cover: ‘Handschuddende zakenman’ door AlyshaYogi (bron: Shutterstock)







