platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

Wat als de burger ‘nee’ zegt?

Wat als de burger ‘nee’ zegt?

GO Column Ellen van Bueren | Cover: Robin Duister

13 okt 2020 - Burgers worden steeds mondiger in hun kritiek op de overheid. Ellen van Bueren vraagt zich af: kan die opstand ook ontstaan tegen de Omgevingswet? De voortekenen in onder meer Zondag met Lubach stellen haar nog niet gerust. "Participatie verwordt al snel tot legitimering van besluitvorming in plaats van co-creatie."

Het was even schrikken toen Famke Louise en collega-influencers dit najaar niet meer mee wilden doen met de COVID-bestrijding. Dat zette me aan het denken: wat zou er worden van de nieuwe Omgevingswet als burgers het vertikken te participeren? Overheden en initiatiefnemers moeten volgens deze wet aangeven hoe zij participatie hebben vormgegeven en met welk resultaat.

Doorgaans is de burger welwillend, ook omdat zij een eigenbelang te behartigen heeft, dus een generiek #ikdoenietmeermee is niet snel te verwachten. Maar al die participatieprocessen brengen de burger wel in een lastig parket. ‘Nee’ zeggen tegen een initiatief behoort vaak niet tot de mogelijkheden, er mag slechts worden meegedacht over de verschillende varianten waarin het initiatief wordt gerealiseerd.

Sherry Arnstein’s ‘Ladder of citizen participation‘ (uit 1969, maar nog altijd actueel) biedt inzicht in wat hier aan de hand is. Onderaan de ladder is participatie manipulatief of therapeutisch, bedoeld om de burger te misleiden of te verzoenen met diens lot. De hoogste trede van participatie is die van ‘citizen control’. In de Nederlandse vertaling verzachten we dit al snel tot ‘co-productie’ of ‘co-creatie’. Dat klinkt een stuk liever en positiever, maar het geeft de burger geen controle.

In de praktijk worden burgers vaak verzocht om creatief mee te denken binnen de door overheid of initiatiefnemer gestelde kaders. Zo worden bij het Omgevingsplan burgers, ondernemers en andere gebruikers van een gebied verzocht om met gemeenten en ontwikkelaars te onderhandelen over de invulling van het plan. Zelfs voor de zeer bekwame burger is het aanpoten in zo’n proces, want deze heeft doorgaans minder tijd, kennis en kunde dan professioneel betrokkenen. Participatie verwordt dan al snel tot legitimering van besluitvorming in plaats van co-creatie.

De vraag is hoe zich dit verhoudt tot de participatiedoelen van de Omgevingswet, maar ook tot de representatieve democratie. Met de voor het Omgevingsplan vereiste directere democratie zetten we die representatieve variant deels buitenspel. Het vereist wel erg alerte volksvertegenwoordigers om tijdig aan de bel te kunnen trekken in processen die zich op heel veel borden tegelijk afspelen.

Misschien dat burgers daarom nu de populaire media opzoeken om hun frustratie te delen. Recente uitzendingen van de Hofbar (Powned) en Zondag met Lubach bieden het grote publiek een inkijk in participatie in de praktijk. Zo zien we dat burgers in Amsterdam Noord worden uitgenodigd om mee te denken over de warmtetransitie van hun buurt, terwijl de uitkomst al vaststaat: een warmtenet. En als burgers vanwege de Regionale Energie Strategie (RES) verzocht worden om mee te denken (al dan niet via gamification), gaat dat alleen over of de windmolens rechts of links van hun huis komen, of verderop bij de buren.

Teleurgestelde burgers en verkrampte wethouders zijn het resultaat. Het is dus nog even oefenen met participatie.  

Auteur

Portret - Ellen van Bueren
Ellen van Bueren

Hoogleraar Management van Stedelijke Ontwikkeling aan de TU Delft

Bekijk alle artikelen