platform voor kennis, nieuws en opinie
Zoeken
platform voor kennis, nieuws en opinie

We kunnen de stad menselijk verdichten - met dank aan neuro-architectuur

We kunnen de stad menselijk verdichten - met dank aan neuro-architectuur

Heat Map

Hogeschool van Amsterdam-onderzoekers Frank Suurenbroek en Gideon Spanjar onderzochten in het project Sensing Streetscapes hoe verdichting van de stad kan samengaan met een menselijke maat - met dank aan neuro-architectuur.

Waarom hebben jullie onderzoek gedaan naar de menselijke maat en verdichting?

Frank Suurenbroek (FS): We hebben met een enorme verdichting in onze steden te maken vanwege de grote vraag naar woningen. En daarbij wordt veel haast gemaakt. Het risico is dat we alleen maar bezig zijn met het inpassen van grote uitdagingen in de bestaande stad, wat ons het zicht ontneemt op wat we nu eigenlijk bouwen.

Om vat te krijgen op de effecten van grote bouwvolumes, hebben we naar drie aspecten gekeken waarvan we veronderstellen dat die in de bestaande stad belangrijk zijn voor mensen om zich prettig te voelen. Ten eerste een actieve plint, ten tweede het ritme in gevels en van gebouwen, en ten derde het gebruik van meer tactiele, warme materialen. In de praktijk wordt aangenomen dat die onderdelen een groot stempel drukken op hoe de publieke ruimte wordt beleefd. Maar is dit ook zo?

Met inzet van nieuwe biometrische technologie krijgen we direct inzicht op de beleving van verdichte gebieden op ooghoogte

Gideon Spanjar (GS): In de ontwerpoplossingen die we kennen nemen we vooral aan dat interventies bepaalde effecten hebben. Maar kloppen die aannames ook? Om daarachter te komen, hebben we in ons onderzoek gebruikgemaakt van nieuwe technologie. Er is namelijk een heel nieuw onderzoeksveld ontstaan dat een combinatie is van psychologie, neurologie en architectuur. Omdat we onze omgeving voor een belangrijk deel onbewust beleven, kan neuro- architectuur ons helpen daar meer zicht op te krijgen dan alleen via een focusgroep waarin mensen vertellen hoe zij hun omgeving ervaren.

Neem de eye tracker, een instrument waarmee we de oogbewegingen van mensen op hun omgeving kunnen meten. Hiermee kunnen we direct inzicht krijgen op hoe mensen die verdichte gebieden beleven op ooghoogte. Dat kan een manier zijn om meer grip te krijgen op de beleving van de gebruiker. Met een eye tracker kan je namelijk heel precies zien waar mensen zich op richten als zij zich door de openbare ruimte bewegen. Uiteraard verschilt dit per gebruiker, maar leg je de visuele ervaring van 30 gebruikers van een straat op elkaar, dan ontstaat er via een zogenoemde heat map een duidelijk beeld van waar zij naar kijken. Dit voegt zo een dimensie toe aan waarderingsonderzoek waarover we eerder de beschikking niet hadden.

Frank Suurenbroek

‘Frank Suurenbroek’ door Katja Effting (bron: Katja Effting)

Hiermee kunnen we fundamentele vragen beantwoorden. Want welke mate van complexiteit kan ons brein aan om de informatie nog te verwerken? En welke plekken waarderen we het meest - en waarom precies?

Wordt met biometrische technologie de ervaring van de gebruiker in verdichte gebieden nog belangrijker dan die al was?

FS: We weten al veel over de ervaring van de gebruiker, want we kennen allemaal plekken waar je het liefste meteen weer weg bent, net zoals er plekken zijn waar het juist prettig is om te verblijven. Maar er zit ook heel veel tussenin. We willen graag beter weten welke factoren nu precies bepalend zijn en hoe die op elkaar inwerken.

We kijken daarbij naar een heel nieuw type bouwblok dat we de laatste jaren in de stad zien verschijnen, waarbij hoge bebouwing achter lagere volumes aan de straat gepositioneerd wordt. Die mix tussen hoge en lage bebouwing in één blok noemen we hybride bouwblokken. De vraag is hoe we voorafgaand of gedurende het ontwerp meer grip kunnen krijgen op hoe dat uitwerkt op stadsbewoners en wat voor stad hiermee ontstaat.

Wat zijn typisch locaties die wel en juist niet gewaardeerd worden?

GS: In een eerste test kregen zowel experts, dus ontwerpers, als gebruikers van een gebied beelden van straten voorgelegd. Hieruit kwam naar voren dat de Gerschwinlaan aan de Zuidas in Amsterdam door beide groepen hoog gewaardeerd werd. Opvallend was dat in de heat maps de overgangen tussen de straat en de gebouwen belangrijk zijn voor de ervaring van stedelijke leefomgeving - en daar is in het ontwerp van de Gerschwinlaan heel veel aandacht aan besteed. De hogere delen van de gebouwen liggen meer naar achteren dan de lagere delen, waardoor de hoge gebouwen minder dominant zijn op staatniveau. De hele straat krijgt daardoor een menselijke maat. Op ooghoogte is er ook heel veel met groen gedaan om gebouwen aan de straat te hechten.

FS: Een voorbeeld waar juist weinig aandacht voor de menselijke maat in zit, is ook in Amsterdam te vinden: de Arenaboulevard. Dat is een mooi voorbeeld van een gebied waar de gebouwen, als ik het subtiel uitdruk, niet noodzakelijkerwijs de gebruiker omarmen. Als je deze opzet vergelijkt met de huidige gebiedsontwikkelingen in onze steden, dan realiseer je je ook dat de manier van ontwikkelen zoals de oorspronkelijke Arenaboulevard verlaten is. Er is al veel meer aandacht gekomen voor een menselijke maat.

Uit ons onderzoek blijkt dat vooral het samenspel tussen gevel en openbare ruimte van belang is in de ervaring van de stedelijke ruimte

We hebben ons vooral gericht op voorbeelden in binnen- en buitenland die vaak worden aangehaald door de vakwereld als plaatsen waar verdichting én een menselijke maat goed samengaan. Denk aan Toronto, Vancouver, Manchester, Londen, Oslo en ook de Amsterdamse Zuidas. Wat kunnen we daarvan leren? Vervolgens kunnen we meer generiek uitspraken doen over gelaagdheid in ontwerp die én de bouwopgave dient én een prettige leefomgeving als resultaat heeft. Er is bij ontwerpers natuurlijk al heel veel ervaring hierover, maar met ons onderzoek en de inzet van nieuwe beschikbare technologie kunnen we bijdragen aan een steviger fundament over de menselijke maat als onderlegger voor de ontwerppraktijk.

De inzet van technologie bevestigt dus dan vooral wat we al weten?

GS: Voor een deel wel, maart het helpt ook om bij te sturen en vooral ook nieuwe ontwerpoplossingen te ontwikkelen. Dat is tegenwoordig niet onbelangrijk, omdat het helpt nieuwe uitdagingen aan te gaan. Ontwerpen moeten tegenwoordig groen, circulair, duurzaam en energiepositief zijn, en het moet ook nog een hoge mate van leefkwaliteit vertegenwoordigen. Geen gemakkelijke opgave, en de vakwereld worstelt daar ook mee. De inzet van deze technologie kan het mogelijk maken die verschillende opgaven beter op elkaar af te stemmen.

Gideon Spanjar

‘Gideon Spanjar’ door Tamara Hoornweg Photography (bron: Tamara Hoornweg Photography)

Wat kun je inmiddels zeggen over essentiële ingrepen om op een menselijke manier te verdichten?

GS: Als je gaat verdichten en meer appartementen toevoegt, dan wordt de kwaliteit van de openbare ruimte alleen maar belangrijker. Uit ons onderzoek blijkt dat vooral het samenspel tussen gevel en openbare ruimte van belang is voor de ervaring van de stedelijke ruimte. In nieuwe gebiedsontwikkelingen kun je dat meteen proberen goed vorm te geven.

FS: De impact meten van ontwerpkeuzes op gebruikers is cruciaal, want voor die gebruiker doen we het immers. Maar het is niet zo dat de patronen die wij ontdekken dicteren hoe het moet. Wel bieden ze meer grip op de beoogde werking van ontwerpoplossingen. Dat is belangrijk bij nieuwe ontwerptypen als het hybride bouwblok, maar ook in het zoeken naar oplossingen voor de vele nieuwe uitdagingen zoals de energietransitie, circulariteit, vergroening en mobiliteit.

Samenhang is essentieel voor een prettige stedelijke ruimte met grote volumes

GS: Bij het meten van impact helpt technologie als de eye tracker. We kunnen daarmee bijvoorbeeld zien op welke plekken mensen stress ervaren, bijvoorbeeld doordat iemand vaak met zijn ogen knippert bij een bepaalde situatie. Hetzelfde geldt voor versnellingen van oogbewegingen. Die metingen geven geen antwoord op de vraag waarom iemand stress ervaart, maar dat kun je weer analyseren met andere methodieken. Het helpt ons in ieder geval wel een stap verder te komen in het analyseren van de verdichte stad.

Wat wil je met dit onderzoek meegeven aan gebiedsontwikkelaars?

FS: Dat samenhang essentieel is voor een prettige stedelijke ruimte met grote volumes. Die samenhang ontstaat door de overgang tussen de straat en de openbare ruimte en de gebouwen, met name de plinten. Maar samenhang ontstaat ook door intimiteit die bijvoorbeeld bomen als een soort groen plafond kunnen creëren, waardoor de grote gebouwen minder dominant zijn in de beleving van de straat. Ook zaken als de situering van de balkons en de materialisering zijn van belang. Wie een menselijke stad wil ontwikkelen, moet oog hebben voor detail en de beleving van de stedelingen.

Voor het onderzoeksproject Sensing Streetscapes maakten Frank Suurenbroek en Gideon Spanjar een booklet waarin zij en andere experts het belang van de menselijke maat in de verdichte stad analyseren.

Cover: 'Heat Map' door HvA Lectoraat Bouwtransformatie (bron: HvA Lectoraat Bouwtransformatie)

Auteurs

Inge Janse - 2019 (Kevin Krebbers)
Inge Janse

Adjunct-hoofdredacteur van Gebiedsontwikkeling.nu (i.janse@tudelft.nl)

Bekijk alle artikelen
Portret - Joost Zonneveld
Joost Zonneveld

Hoofdredacteur van Gebiedsontwikkeling.nu

Bekijk alle artikelen